Eén grote familie

De gemiddelde Braziliaan is een mix van alles wat de wereld aan mensen heeft te bieden, zeggen genetici. Fotograaf Stephan Vanfleteren legt vast hoe in Brazilië de mensheid bij elkaar komt.

Nicoli (22) is opgegroeid in Heliópolis, de grootste wildbouwwijk van Sampa. 'Geen idee waar mijn wortels liggen, we zijn een mengelmoes.' De celliste houdt van Heliópolis. 'Je hoort er alle soorten muziek, je vindt er alle soorten eten. Ja, er wordt drugs verhandeld, maar daar heb ik geen last van.'

Francisco Silva Neto is 55 jaar en behoort onmiskenbaar tot het Brazilië van de verliezers. En toch: hij is geboren en getogen in São Paulo, 'een fantastische stad met heerlijke mensen'. Hij woont ook 'niet op straat, hooguit op het voetpad'. Francisco weet niet meer hoe lang het geleden is dat hij nog een dak boven zijn hoofd had. Heibel met vrouwlief, hommeles met zijn inheemse moeder en Portugese vader, een drankprobleem daarbovenop. 'Ach, je weet hoe de dingen gaan', zegt hij berustend. Geen haar op zijn hoofd die eraan denkt om de moed op te geven. 'Het voetpad valt best mee hoor.'

De H is er kennelijk afgevallen bij Arley (37). Hij woont samen met zijn vrouw Maria Cecília en vier kinderen. 'Ik ken mijn familiegeschiedenis niet. Wilt u per se weten dat mijn vader uit Santa Catarina kwam?' São Paulo vindt Arley een prachtstad. 'Ik bedank God dat onze zonen er gelukkig zijn.'

Chico Assis (38) vindt zichzelf ijdel. Soms werkt hij als fotomodel. Hij woont zeven jaar in São Paulo. Chico's vader is een Afro-Braziliaan, zijn moeder een inheemse. 'Een combinatie die me ligt. Ik zit lekker in mijn vel.' Hij roeit, voetbalt, volleybalt, zwemt en doet aan basketbal en capoeira.

Dildre is fiscaal analiste en werd geboren in Leopoldina, in Minas Geráis. De 28-jarige hippe Dildre is niet alleen dol op haar tattoos, ook haar zwarte identiteit vindt ze met de dag belangrijker worden. Haar volumineuze afrokapsel heeft ze nog maar een jaar. In Brazilië moeten mensen zelf een huidskleur opgeven als ze documenten invullen, zegt ze. 'Terwijl de overheid vandaag vijf basiscategorieën hanteert, vonden zwarten vroeger een waaier aan onbestaande kleuren uit om toch maar niet zwart te hoeven zeggen - pardo natuurlijk, bruin dus, of café com leite. Dat is gelukkig aan het veranderen. Afro-Brazilianen durven eindelijk op te komen voor wie ze zijn.'

'Ik ben sentimenteel en heb een hart voor mensen. Ik help waar ik kan. Zo voel ik me gelukkig.' Eunice Aparecida Costa (50) is gehuwd, woont in Jardim Paulista en werkt in een apotheek. Haar ouders, krasse zeventigers, kwamen destijds uit respectievelijk Minas Geráis en het noordoosten. 'Voor zover ik weet hebben we geen band met het buitenland, of die zou uit de koloniale tijd moeten stammen.' Eunice noemt Sampa haar thuis en voelt er zich goed. 'Maar het is keihard werken om je leven hier voor elkaar te krijgen. Het lukt wel, anders zouden nooit zoveel mensen hierheen gekomen zijn.'

Gilson is 31 jaar oud, softwareverkoper, vader van Luigi en Laura, en net gescheiden. De namen van zijn kinderen zijn Italiaans, want Italië is waar aan vaders kant zijn wortels liggen. Van moeders zijde was de familie Spaans-Uruguayaans. Het neemt niet weg dat Gilson midden in het Amazonewoud werd geboren, in Manaus. 'Daar waren mijn ouders heen getrokken. Ze waren beiden leraar. Ik herinner me nog levendig hoe ik me waste in de koude rivier. Het waren de vroege jaren tachtig en ons huis bezat nog geen douche. Op mijn negende ben ik in São Paulo aangekomen. Ik vind deze stad uniek.'

José Luís is 23. In het straatbeeld van São Paulo is hij een zeldzaamheid: onversneden Guaraní. 'Mijn grootmoeder sprak de inheemse taal nog. Mijn ouders zijn naar Sampa gekomen en thuis is de traditie verdwenen. Enkel op het vlak van energiestromen en geesten doen we nog Indiaanse dingen.'

'Ik ben 20 en wil politieagent worden zoals mijn vader. In afwachting van het staatsexamen werk ik als apotheekhulp. In mijn vrije tijd winkel ik of zit ik op Facebook. Soms ga ik naar de discotheek, maar liever blijf ik thuis, in mijn eigen kleine hoekje.' Jaqueline woont samen met haar moeder en een zus in Bela Vista, de grootste Italiaanse wijk van São Paulo. Behalve São Paulo en haar geboortestaat Santa Catarina heeft Jaqueline niets van Brazilië gezien. 'Ik zou elke stad wel willen bezoeken. Maar nog liever wil ik eens naar Buenos Aires. Argentijnen zijn fantastische mensen.'

Broeder Germano is 30 en trad in 2004 toe tot de Toca de Assis, een Braziliaanse afscheiding van de Franciscanen. Hij is half inheems, half zwart en heeft een tonsuur die niet zou misstaan in de hippe bars van de wijk Consolação. Germano draagt enkele goed gevulde plastic tassen, want in een warenhuis in de buurt is hij kerstinkopen gaan doen - hebbedingetjes voor daklozen. 'Anders dan vroeger wonen vandaag veel jongeren op straat', zegt Germano. 'Ze zijn totaal crackverslaafd. Wij helpen hen via het gebed en de persoonlijke ontmoeting met God.'

'Taxichauffeur, géén taxista', beklemtoont Pedro Arnaldo Gonçalves. 'Elke ochtend trek ik een schoon pak aan. Ik wil de traditie hoog houden. Toen ik in 1975 begon, hier in de straten van São Paulo, droeg ik een blauwe kepie. Ik draag hem nog altijd.' 'Parli italiano?', vraagt hij. Hoewel hij keurig Italiaans spreekt, heeft Gonçalves (65) niets met het land van Garibaldi te maken. 'Maar in Zuid-Brazilië, in Santa Catarina, werd ik mijn hele jeugd omringd door Italianen.' Wat deze goede echtgenoot en vader van twee zonen en een dochter dan wel is? 'Niemand die het ooit raadt, maar ik ben indiaan.'

De Deublergasse in Floridsdorf, Wenen: daar werd in 1922 Anita Heinisch geboren. Haar vader had meegestreden in de Eerste Wereldoorlog. Toen de Braziliaanse koffiebaronnen ook in Oostenrijk migranten ronselden, waagde vader Heinisch zijn kans. Anna, die 7 was, vertelt over de lange treinreis naar Hamburg, en daarvandaan naar Santos, aan boord van de Monte Olivia. Het eerste wat ze zich van São Paulo herinnert, is de aanblik van zwarten, en de sterke koffie. In Oostenrijk is ze nooit terug geweest, het gros van haar Weense souvenirs belandde per vergissing bij het huisvuil.

Evandro is 16 en doet het niet zo goed op school. Toch houdt hij van wiskunde, aardrijkskunde en wetenschap. Een recent klasbezoek aan het educatieve Catavento-museum in São Paulo, vond hij zelfs ronduit onvergetelijk. Ach ja, Evandro is jong, en wat niet is, kan nog komen. Het meest onmisbaar vindt hij capoeira, de bekende Afro-Braziliaanse gevechtskunst. 'Daar ben ik nu een keer echt mezelf. Ik móet capoeira doen, om niets te vergeten van wat er allemaal is gebeurd. Weet je wel, tweehonderd jaar geleden zou iemand als ik, met zwarte en inheemse wortels, een slaaf zijn geweest.'

Uitzicht op de westkant van São Paulo. De stad, de economische motor van Brazilië, is duizelingwekkend groot. In golvende slierten prikken steeds nieuwe torengebouwen de hemel in. São Paulo telt er meer dan vierduizend. De voorsteden strekken zich eindeloos uit over het koffiehoogland, in concentrische kringen vol grillige tentakels. In weinig steden is de bevolking zo divers. 'Sampa' is de grootste Portugese stad buiten Portugal, de grootste Libanese stad buiten Libanon en bovenal de grootste Japanse stad buiten Japan.

Zijn hele leven lang heeft Dorval São Paulo zien groeien, uit haar voegen zien barsten zelfs. Eerst waren de Paulistanen met honderdduizenden, vervolgens met enkele miljoenen, vandaag met tientallen miljoenen. Dorval (90) is altijd motorista de madame geweest - een chauffeur die rijke dames door de stad reed. Al sinds zijn 65ste leeft hij van een karig pensioentje. 'Waar is de tijd?', zucht de man. Ergens in de vroege jaren twintig waren zijn ouders uit Minas Geráis naar de koffiestad gekomen. 'De eerste vrije burgers uit onze familie. Mijn grootouders aan beide kanten waren slaven.'

undefined

Meer over