Een groot schilder in een andere tijd

Helaas voor Bloemaert,hij wijkt af van wat wij nu leuk vinden.

WIETEKE VAN ZEIL

Het Bloemaert-effect: kleur en compositie in de Gouden Eeuw.

Centraal Museum, Utrecht, t/m 5/2. centraalmuseum.nl

'Deze tentoonstelling gaat het bestaande beeld van de Gouden Eeuw veranderen.' Zo'n opmerking lokt al gauw de reactie uit: dat bepaal ik zelf wel. Zeker als een museum het groot op de muur zet bij de entree van een tentoonstelling. Het is nogal een claim; voor minder dan een reputatieverschuiving doen we het niet, dus gooi maar overboord mevrouw, meneer, uw beeld van de Gouden Eeuw. Met dat bestaande beeld wordt bedoeld: Rembrandt, Frans Hals, Vermeer en hun bewierookte talent om het alledaagse bijzonder te maken. Om gewone mensen - een melkmeid, een huisvrouw, een oude man - tot universele beelden te maken en portretten van hooggeplaatsten juist een zweem van vertrouwdheid, een 'buurmangevoel', te geven.

Niet Abraham Bloemaert. Die portretteerde sowieso niemand, 'hij vermoeide zijn geest er niet mee', schreef tijdgenoot Karel van Mander. Portretkunst was, al zou je dat tegenwoordig niet zeggen, in die tijd het laagste genre in de pikorde. Bloemaert concentreerde zich liever op de hoogste: historieschilderkunst ofwel voorstellingen van de geschiedenis, meestal de bijbelse en mythologische. Een veel drukker soort schilderij: bijfiguren en figuranten verdringen elkaar. Bij Bloemaert is het vaak moeilijk te ontwaren wat het eigenlijke onderwerp van de voorstelling is. Zo zijn de twee schilderijen getiteld Mozes slaat water uit de rotsen, en De bruiloft van Peleus en Thetis regelrechte zoekplaatjes. Eerst langs een bulk aan naakte lijven en gewaden en dan, daarachter, o ja, Mozes.

Abraham Bloemaert had er groot succes mee in de 17de eeuw. Hij had een groot atelier, veel leerlingen (mogelijk honderd), zijn oeuvre bestaat nu nog uit 200 schilderijen, 600 prenten en 1.700 tekeningen. In stijl meandert hij van licht tot zwaar maniëristisch via classicisme tot een enkel realistisch werk. Een alleskunner. Niks mis mee, en begrijpelijk dat het Centraal Museum er alles aan doet dat succes terug te halen. Maar waarom is die reputatie dan verloren gegaan in de afgelopen eeuwen? Misten we iets? Moeten we hem wíllen kennen?

Helaas voor Bloemaert, maar hij wijkt af van dat wat we nu leuk vinden aan de Gouden Eeuw. Zijn opdrachtgevers waren vooral katholiek, hij schilderde kerkvaders, de verering van de eucharistie, veel aanbiddingen, evangelisten. En veel mythologie. In Italië lag zijn inspiratie.

Het Centraal Museum vraagt zich helaas niet af waarom Bloemaerts reputatie is vervallen. Wij krijgen de schilder op een blaadje gepresenteerd: dat hij veel talent heeft, dat zijn werk belangrijk is en dat, inderdaad, het hoog tijd wordt dat wij onze smaak bijstellen.

It's us, not him.

Dat is jammer. Voorgeschoteld krijgen hoe goed iemand is, geeft immers niet veel ruimte aan een eigen waardering. Duidelijk maken waaróm het werk goed is, had wel kunnen werken.

Vooral jammer omdat de museale presentatie zelf erg vindingrijk en mooi is: in elke zaal staan tafels in gelijke kleuren als de zaal, met daarop tekeningen en prenten. Achter een tafel kun je rustig tekeningen met schilderijen vergelijken - een vriendelijke en open expositievorm.

Dan die hamvraag: verdient hij een plek naast de Grote Drie van de Gouden Eeuw? Bloemaert is als schilder van compositie en kleur inderdaad ondergewaardeerd. Dus ja, het is prettig dat hij weer in het licht staat. Maar ik vrees dat er, alvorens we zijn Hollandse maniërisme en classicisme kunnen rehabiliteren, eerst een andere samenleving nodig is. De criteria waarmee we nu de sobere meesters van de Gouden Eeuw waarderen, hebben immers alles te maken met huidige maatschappelijke waarden.

De marketing van de Gouden Eeuw in de 21ste eeuw draait om: die soberheid (genreschilderijen), hard werkende gewone burgers (portretten), en realisme (Hollandse landschappen).

In onze ogen blijft Bloemaerts schwung iets ongeloofwaardigs houden. Zo'n opgebaarde Jezus - niemand is écht verdrietig. Leg het maar eens naast een Rogier van der Weyden. De schipbreuk van Theagenes en Chariclea? Alsof het geen dode aangespoelde drenkelingen zijn, maar een stel amateuracteurs die hun lach nauwelijks kunnen onderdrukken. Mozes die water uit de rots slaat, wordt omgeven door balletdansers die hun favoriete poses oefenen. Je moet bij veel schilderijen waden door uiterlijk vertoon en grote gebaren, die niet altijd aansluiten bij de inhoud van de voorstelling. Een intiem, menselijk aanknopingspunt is moeilijk te vinden.

Bloemaert verdient rehabilitatie, hij was een divers schilder met veel invloed op anderen. Maar voorafgaand hieraan zou een open discussie over de kwaliteit wenselijk zijn.

Abraham Bloemaert (1566-1651) richtte in Utrecht het Sint-Lucasgilde op voor schilders, en stichtte een 'academie' waar kunstenaars tekenles kregen. Hij wordt de 'vader van de Utrechtse school' genoemd omdat vrijwel alle relevante schilders uit die stad bij hem in de leer geweest zijn: caravaggisten Gerard van Honthorst en Hendrick ter Brugghen, die succesvol waren in Italië, Jan Both, Jan Baptist Weenix, Jan van Poelenburgh, en tientallen anderen.

undefined

Meer over