reconstructievlucht uit kabul

Een groep vrijwilligers hielp bij de evacuatie vanuit Kabul: ‘Ga in het riool staan en zwaai met een oranje sjaal’

Britse en Amerikaanse militairen bewaken de toegang tot het vliegveld van Kabul. Om sneller te worden toegelaten, gaf de Nederlandse overheid de instructie oranje kledingstukken te dragen. Beeld Marcus Yam /LA Times via Getty
Britse en Amerikaanse militairen bewaken de toegang tot het vliegveld van Kabul. Om sneller te worden toegelaten, gaf de Nederlandse overheid de instructie oranje kledingstukken te dragen.Beeld Marcus Yam /LA Times via Getty

Velen bleven achter, maar er waren ook honderden mensen die deze week wél wisten te ontsnappen uit Kabul. Dat deden ze via drie routes: het riool, de spookbus of een geheim konvooi. Volkskrant-verslaggever Natalie Righton hielp vanuit Nederland dagen- en nachtenlang met een klein team mee om evacués in het vliegtuig te krijgen.

I. De busrit

Woensdag 25 augustus - donderdag 26 augustus

De zon staat op zijn hoogst in Kabul als de Talibanstrijder rond het middaguur de bus vol met Nederlanders in komt lopen en begint te schreeuwen. ‘Ik zweer het jullie: als hier Afghanen zonder buitenlands paspoort aan boord zijn, laat ik jullie allemaal niet gaan!’

In podcast De Kamer van Klok bespreekt Natalie Righton deze reconstructie met columnist Sheila Sitalsing, hoofdredacteur Pieter Klok en presentator Gijs Groenteman. Beluister het gesprek, dat ook in gaat op de rol van het ministerie van Butienlandse Zaken en de afwezigheid van Rutte, hier.

Achter in de stilstaande bus zit de Schiedamse arts W.S. (46). Ze is die woensdagochtend ingestapt bij de Nederlandse ambassade in Kabul in de hoop dat zij zonder problemen langs de checkpoints van de Taliban naar het vliegveld mag. In haar uitnodigingsmail staat dat Nederland samen met andere landen ‘een deal heeft gesloten met de Taliban’ die bepaalt dat onder andere Nederlandse paspoorthouders vrije doorgang hebben.

Maar de busreis loopt uit op een helletocht: de Nederlanders komen algauw vast te zitten in het chaotische verkeer. Daar dringen duizenden Afghanen zich te voet en per witte Toyota Corolla’s richting het vliegveld, in de hoop dat buitenlanders hen meenemen en asiel verlenen.

De temperatuur in de bus loopt op tot boven de 40 graden. Kinderen vallen flauw. Een jonge Nederlandse wordt afgevoerd naar het ziekenhuis. Passagiers zetten de deuren open voor verkoeling, waarna Afghanen stiekem in de bus proberen te kruipen.

12.47 uur (Nederlandse tijd): ‘Paniek uitgebarsten. Vrouwen buiten de bus willen erin.’

W.S. stuurt ondertussen vanaf haar langzaam leeg rakende telefoon tekst- en spraakberichtjes naar een vrijwilligersteam dat vanuit Nederland al dagen probeert om haar weg te krijgen uit Kabul. Dat team bestaat uit een bont gezelschap van zo’n tien voormalige Afghanistancorrespondenten, zoals cameraman Eric Feijten, maar ook de kunstenaar Lotte Geeven en het CDA-Kamerlid Derk Boswijk. Samen proberen ze evacué W.S. en tientallen anderen vanaf zondagnacht al append aanwijzingen te geven hoe ze veilig bij de ‘Nederlandse ingang’ van het vliegveld moeten komen.

‘Er is al twee keer paniek uitgebroken in de bus’, zegt W.S. halverwege de rit. ‘De ene keer omdat we een zwartrijder hadden, de andere keer toen een vrouw met twee kinderen ons smeekte haar mee te nemen. Haar oudste zoon was al op het vliegveld, en ze riep: ‘Als vrouw alleen kan ik hier niet leven!’ Ze kwam aan boord, maar wij overtuigden haar later om uit te stappen.’

Het is een ‘zeer emotioneel’ moment voor veel Nederlandse Afghanen in de bus, omdat zij weten wat de vrouw te wachten kan staan. Het is in crisistijd niet ongewoon dat alleenstaande Afghaanse vrouwen in de prostitutie belanden, omdat zij anders niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

Er zitten geen bewakers, militairen of diplomaten in de bus; de Afghanen met een Nederlands paspoort zijn op zichzelf aangewezen. Toch voelt W.S. zich geen moment fysiek bedreigd door de Taliban. Ook de schreeuwende Talibanstrijder maakt duidelijk dat de Nederlandse paspoorthouders met rust worden gelaten. Hij dreigt alleen de bus te blokkeren zolang er verstekelingen aan boord zijn.

Toch stellen de appjes en telefoontjes van W.S. niet gerust.

15.30 uur: ‘Ik wil terug (naar huis). Ik kan dit niet volhouden.’

18.04 uur (Na een peptalk van het vrijwilligersteam): ‘Aub geef geen valse hoop.’

Tot ieders ontsteltenis besluit de buschauffeur rond middernacht plots om te draaien. Hij rijdt met hoge snelheid terug naar het centrum van Kabul. Hij vindt dat hij te weinig geld krijgt en heeft er genoeg van. In paniek stuurt W.S. op fluistertoon een spraakbericht:

21.10 uur (Nederlandse tijd): ‘De driver heeft gezegd: ‘Ik krijg niet genoeg geld.’ Wij rijden nu in de richting van de stad. Iedereen vraagt hem: ‘Waar gaan we naartoe?!’ Maar hij wil niet antwoorden.’

De passagiers weten de man enige tijd later te overtuigen hen toch weer op het vliegveld af te leveren door hem te beloven dat hij een paar verstekelingen mag meenemen.

In totaal zijn drie bussen met samen 118 Nederlanders in de nacht van woensdag op donderdag bezig om het vliegveld te bereiken. Aanvankelijk rijden ze in konvooi, maar in de chaos raken ze elkaar kwijt. De 23-jarige geneeskundestudent Musa zit in een andere bus dan W.S., en ook daar gaat van alles mis. Zijn buschauffeur rijdt eenmaal aangekomen bij het vliegveld doelloos rond omdat hij de juiste ingang niet kan vinden.

Musa is een geboren optimist en vraagt de leden van het vrijwilligersteam of zij de coördinaten van de toegangsdeur ‘even willen appen’. Als Buitenlandse Zaken weigert die door te geven aan het team, is hij daadkrachtig: ‘Ik ga nu de ambassadeur bellen!’

Terwijl de twintiger vanuit de bus met ambassadeur Caecilia Wijgers aan de lijn zit, tikt een Talibanstrijder een ruit in. Op de lijn is gerinkel te horen. ‘Enkele kinderen raakten in paniek toen waarschuwingsschoten werden afgevuurd.’ Toch voelt ook Musa zich geen moment bedreigd door de Taliban. ‘Het was eerder onaangenaam dan angstig. We waren al twintig uur onderweg, zonder sanitaire voorzieningen. Dan wil je er wel uit hoor. ’

De geneeskundestudent wordt door het vrijwilligersteam plagend ‘de boemerang’ genoemd. Zijn ontsnappingspogingen mislukken telkens. Waarna hij weer op de lijn komt bij het team om te vragen of zij nog een andere route weten. Hij probeert het bijna twee weken tevergeefs.

De bus is zijn laatste optie: die is er alleen voor de ‘happy few’, zoals heel kwetsbare Nederlanders die slecht ter been zijn of mentaal uitgeput. Alle andere Nederlanders moeten lopend naar het vliegveld en daar via het riool een toegangsdeur zien te bereiken. Musa mag mee omdat het hem al bijna twee weken niet lukt weg te komen.

In eerste instantie krijgt Musa in de nacht van woensdag op donderdag de opdracht om namens de ambassadeur aan de passagiers van alle drie de bussen mede te delen dat ze teruggaan naar de ambassade.

21.50 uur (Nederlandse tijd): ‘Gvd de ambassadeur wil ons terug naar ambassade sturen.’

21.51 uur: ‘Ik moet dat verkopen aan de 3 bussen vol.’

Maar Musa weet de ambassadeur te overtuigen het nog één keer te proberen. Beiden weten dat teruggaan niet per se de beste optie is. De Amerikanen willen de poorten van het vliegveld sluiten, omdat de militairen vier dagen nodig hebben om hun eigen spullen in te pakken. Daar komt in de nacht van woensdag op donderdag bij dat de dreiging van een terreuraanslag steeds groter wordt. De druk van de Amerikanen om de poorten te sluiten groeit met de minuut. Als de Nederlandse burgers die nacht niet binnen zijn op het vliegveld, is de kans groot dat ze voorlopig vastzitten in Kabul.

Dus wordt alsnog alles op alles gezet om de bussen op tijd binnen te krijgen. Niet eenvoudig, want rondom het vliegveld staan geïmproviseerde Talibancheckpoints.

23.41: ‘Taliban laten ons er niet doorheen’, appt Musa vanuit de bus.

Hij stapt samen met twee oudere passagiers uit om met de Taliban te praten. Ze krijgen te horen dat ze nummerplaten moeten doorgeven aan de juiste Talibancommandant. Musa speelt de informatie door aan de ambassadeur en via via worden de Talibanstrijders ter plaatse verwittigd dat dit de juiste bussen zijn die door mogen.

De Talibanstrijders komen eerst nog de bus binnen voor een paspoortcontrole. ‘Een stuk of zeven Afghanen zonder Nederlands paspoort zijn nogal hardhandig de bus uit gemept’, meldt Musa. Daarna mogen ze doorrijden richting de poorten waar de Nederlandse ambassadeur en militairen ze opwachten. Als de bussen binnenrijden, vallen de deuren in het slot.

01.43 uur: ‘We zijn binnen!’

01.43 uur: ‘Het is gelukt!

Ze blijken de laatste evacués. Het kabinet maakt vrijwel direct hierna bekend dat ze mede vanwege de veiligheidssituatie stoppen met alle evacuatievluchten.

Bij het vliegveld van Kabul waden mensen door een open riool om bij de poorten te komen. Daar hopen ze op een van de evacuatievluchten te komen. Beeld EPA
Bij het vliegveld van Kabul waden mensen door een open riool om bij de poorten te komen. Daar hopen ze op een van de evacuatievluchten te komen.Beeld EPA

II. Het riool

Maandag 23 - woensdag 25 augustus

Een paar dagen eerder. Zeker de eerste week nadat de Taliban Kabul hebben ingenomen, vertrekken de Nederlandse evacuatievluchten halfvol. Van de zevenhonderd mensen op de oorspronkelijke Nederlandse evacuatielijst – de lijst groeide daarna met de dag – weet slechts een enkeling het vliegveld te bereiken.

Zelfs mensen met een Nederlands, Brits of Amerikaans paspoort worden door westerse militairen weggestuurd. Langs de checkpoints van de Taliban komen ze meestal nog wel, die willen juist dat alle buitenlanders vertrekken. Maar uit angst voor een bestorming of aanslag blokkeren de buitenlandse militairen de ingang.

Het Nederlandse evacuatieteam van diplomaten en militairen in Kabul verzint een list. Ze maken een geheime toegangsdeur in een zijstraatje van het vliegveld om landgenoten binnen te krijgen bij een riviertje waar een rioolbuis is geknapt. Personen op de Nederlandse evacuatielijsten krijgen een mail om naar een deur te komen die achter het riool ligt: een rood stipje op een bijgevoegde kaart.

Maar de instructies blijken veel te vaag. Niemand kan de deur vinden. Journalisten en Kamerleden krijgen radeloze telefoontjes van Afghanen die op het vliegveld ronddwalen en geen idee hebben waar ze moeten zijn. Het is het teken voor het team van vrijwilligers in Nederland om zich te verenigen en te proberen de evacués al append en bellend aanwijzingen te geven.

Navo-docent Abdul R. toont een oranje screensaver op zijn telefoon. Het was het herkenningsteken voor Nederlandse militairen om hem uit de massa te kunnen plukken. Inmiddels is hij in Nederland. Beeld de Volkskrant
Navo-docent Abdul R. toont een oranje screensaver op zijn telefoon. Het was het herkenningsteken voor Nederlandse militairen om hem uit de massa te kunnen plukken. Inmiddels is hij in Nederland.Beeld de Volkskrant

Met behulp van Google Maps speurt het team ’s nachts mee naar de ingang – ‘Hier naar links, nee, daar moet je naar rechts’ – en de multimediakunstenaar Lotte Geeven komt op het idee om de evacués oranjekleurige schermafbeeldingen te sturen waarmee ze in het donker met hun telefoon kunnen seinen naar Nederlandse militairen. Ze krijgen ook instructies om oranje sjaals, petjes of paraplu’s mee te nemen – alles zodat de Nederlandse militairen hen goed kunnen spotten in de massa. Op maandagochtend 23 augustus, na een heel lange nacht, komt het verlossende appje.

07.29 uur: ‘We zijn binnen bij het vliegveld!’

Het appje komt van mediatolk W.N. Hij hoort bij de eerste groep van drie tolken en hun families die het lukt om de ‘Nederlandse deur’ te vinden. W.N. plaatst ter plekke een speld in Google Maps, zo heeft het vrijwilligersteam voortaan de exacte coördinaten van de ‘Nederlandse toegangsdeur’.

Nog crucialer blijkt de foto die W.N. maakt van een herkenningsteken vlak bij de deur: een toren met daarop een Turkse en Afghaanse vlag. Daarvoor ligt het riool. Het blijkt dé foto te zijn die velen na hem naar de goede locatie leiden.

De foto die cruciaal bleek bij het vinden van de juiste locatie. Beeld de Volkskrant
De foto die cruciaal bleek bij het vinden van de juiste locatie.Beeld de Volkskrant

Buitenlandse Zaken vindt op dat moment nog dat het niet nodig is om mensen al append naar de goede locatie te dirigeren. Pas op maandagavond 23 augustus vanaf 19.30 uur – acht dagen na de machtsovername door de Taliban – gaat het ministerie overstag om mensen intensief per telefoon te begeleiden naar de ingang, omdat het ziet dat het de enige manier is om voldoende mensen binnen te krijgen. Ze besluiten samen te werken met het vrijwilligersteam en hanteren de methode op grote schaal. De poort waar militairen staan om Nederlanders uit een riool te trekken, is zonder hulp simpelweg te moeilijk vindbaar.

Tolk G.H. met zijn oranje sjaal.  Beeld de Volkskrant
Tolk G.H. met zijn oranje sjaal.Beeld de Volkskrant

Een appgesprek tussen het vrijwilligersteam met tolk G.H. (dinsdag 24 augustus):

05.05 uur: ‘Luister. Als je geëvacueerd wil worden, moet je vandaag gaan. Ik weet dat het zwaar is, maar je moet kracht vinden. Wij helpen je de goede plek te vinden.’

05.06 uur: ‘Ok. ik ga. Maar ik ben dagenlang geweest. Kan het niet vinden.’

05.10 uur: (Foto en Google-speld gestuurd): ‘Zie je deze toren met de Turkse en Afghaanse vlag? Daar moet je zijn.’

05.11 uur: ‘Als je daar bent: Ga in het riool staan en zwaai met een oranje sjaal.’

Mensen de weg naar de locatie wijzen, blijkt niet het moeilijkste. Eventuele taalproblemen worden opgelost met Google Translate. Het grootste probleem is de evacués gemotiveerd houden. De tocht blijkt een uitputtingsslag. Vooral de evacués met kleine kinderen houden het niet vol om urenlang kniehoog in de drek te staan. Ze roepen naar Nederlandse militairen om ze naar binnen te trekken, maar die kunnen de relatief grote stroom aan mensen niet altijd aan. Daarom staan velen urenlang te wachten in het riool. Ook Nederlanders met een chic rood paspoort.

Een appgesprek met tolk G.H. die in het riool zit:

11.57 uur: ‘Alsjeblieft. Kinderen vallen flauw. Laat me niet alleen.’

12.01 uur: ‘Ik denk dat ik ook flauwval. Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft.’

12.03 uur: ‘Blijf positief. We komen je halen.’

12.04 uur: ‘Ik zie geen Nederlandse soldaten. Help. Ik heb sjaal.’

12.05 uur: ‘Ze zijn er. Ze zien jou wel. Heb vertrouwen.’

12.06 uur: ‘Ik blijf bij je tot je binnen bent. Blijf sterk.’

12.15 uur: ‘Ben je nog oké?!’

(...)

12.55 uur: ‘Ik ben binnen!’

15.04 uur: ‘Heel veel dank jullie allemaal!’ (Stuurt foto van gezin op vliegveld)

Vanaf woensdagmorgen verloopt de samenwerking tussen de militairen, diplomaten en het vrijwilligersteam vlot. Het team ‘buiten’ geeft door welke familie in het riool staat en stuurt namen en selfies door. Het team binnen spot ze in het riool, vervolgens trekken commando’s ze een voor een naar binnen.

De verzamelplek op de luchthaven in Kabul.  Beeld de Volkskrant
De verzamelplek op de luchthaven in Kabul.Beeld de Volkskrant

Het zal nog moeten blijken hoeveel mensen via deze route zijn terechtgekomen op het vliegveld. Op de Nederlandse evacuatielijst van journalisten met hun families staan 117 personen. Daarvan hebben 97 het gered, turfde Free Press Unlimited. Het overgrote deel kwam binnen via het riool. Het vrijwilligersteam schat dat in totaal zo’n 150 personen via de rioolroute te hebben begeleid. Tips over de operatie zijn ook doorgeven aan andere landen die moeite hadden om evacués binnen te krijgen.

Een van de meest in het oog springende Nederlandse evacués is een minderjarige Afghaanse tweeling. Hun oudere broer in Nederland, E.G., neemt contact op met het vrijwilligersteam. In de nacht van maandag op dinsdag resulteert dat in een appgesprek met de kinderen, die geen flauw idee hebben hoe ze bij de ingang moeten komen. Cameraman Eric Feijten krijgt ze al append en bellend vlak bij de ingang, waarna Kamerlid Boswijk het duo door het riool praat. Ze hebben een oranje petje op zodat de militairen ze kunnen herkennen.

Diezelfde dag haalt de Nederlandse arts W.S. de rioolroute echter niet. Zij valt vlak bij de toegangspoort zo hard dat ze gewond raakt. Ze is van slag, heeft een bloedneus en een lichte hersenschudding. Dagenlang ploeteren bij de ingang heeft niets opgeleverd.

Na onderhandelen met Buitenlandse Zaken mag ze mee met de bus. Maar haar 70-jarige moeder, die ook op de evacuatielijst staat, mag niet mee. De bus blijkt namelijk uitsluitend bestemd te zijn voor Nederlanders, en de oude oma heeft alleen een Afghaans paspoort.

W.S. moet dus kiezen: zichzelf redden of haar moeder. Het leidt tot hartverscheurend huilen. De ambassadeur kan geen uitzondering maken, ‘hoe vreselijk dat ook is’, zegt ze. Uiteindelijk laat W.S. haar moeder achter in Kabul.

Terwijl het vliegtuig van W.S. en Musa donderdagavond opstijgt, noemt het kabinet het in een Kamerbrief ‘pijnlijk’ dat sommige evacués ‘zullen achterblijven’. Volgens het vrijwilligersteam zitten op dat moment nog zeker 26 personen die op de lijst staan vast in Kabul, onder wie 3 met een Nederlands paspoort. Het is waarschijnlijk het topje van de ijsberg. Volgens minister Bijleveld van Defensie moeten zeker nog 30 tolken en hun gezinnen worden opgehaald, minister Kaag van Buitenlandse Zaken zei vrijdag dat ze nog niet weet hoeveel mensen zijn achtergebleven. Zeker is dat donderdag 200 mensen die onderweg waren naar het vliegveld zijn afgebeld door Buitenlandse Zaken.

III. De geheime konvooien

Zaterdag 14 augustus - heden?

Zoals vaker in oorlogen bepalen connecties in hoge mate of mensen ontkomen of niet. Afghanen zetten in de afgelopen weken daarom ál hun invloedrijke contacten in om zichzelf te redden. De smeekbedes komen bij de meesten al binnen als de Taliban Kabul in razend tempo naderen.

Op zaterdag 14 augustus om 02.46 uur komt het eerste mailtje binnen van Volkskrant-tolk H.Z.: ‘Mijn familie is in grote paniek over mijn twee zussen en mijn broertje, die allen jarenlang voor buitenlandse media en de Afghaanse overheid hebben gewerkt. Mijn oudste zus heeft meerdere paniekaanvallen per dag. (...) Dus ik vraag jullie, in alle nederigheid, als je vindt dat ik ooit iets voor jullie heb gedaan en jullie hulp verdien, zouden jullie dan alsjeblieft willen helpen om mijn zussen en broer op een vlucht te krijgen? Ik zou het niet vragen als we een andere keus hadden.’

De Volkskrant-redactie en freelancejournalist Minka Nijhuis, die ooit voor Trouw in Afghanistan werkte, zetten alles op alles om de familie van H. te redden. Ze roepen politici op om ze op de evacuatielijst te zetten, pleiten, overtuigen. Het werkt niet of het gaat te langzaam. Ondanks uitspraken van minister Kaag in de Kamer dat familieleden van tolken zullen worden gered, blijft onduidelijk of het gezin van H. mee mag op een evacuatievlucht.

De familie besluit dat het te riskant is om lijdzaam af te wachten. De zussen en broer van H. proberen samen met tienduizenden anderen op eigen houtje het vliegveld binnen te dringen. Ze worden in zes dagen tijd beschoten, vallen flauw, worden betast en met traangas bestookt.

Ze staan op het punt op te geven als hun grote broer H. in Canada tot ieders verbazing op zaterdag 21 augustus een geheim konvooi heeft geregeld. Enkele van zijn invloedrijke Afghaanse, Amerikaanse en Europese vrienden blijken in staat een deal te sluiten met de Taliban over een privékonvooi. De Taliban gaan akkoord om drie busjes met evacués door te laten – het is onduidelijk of er is betaald. De vriendengroep sluit eenzelfde deal met de CIA, die de busjes in de nacht van zaterdag 21 op zondag 22 augustus het vliegveld laat binnenrijden.

Het zijn de meest zenuwslopende minuten in het leven van tolk H.: vanuit zijn Canadese woning kijkt hij in een appgroep mee hoe het konvooi zijn twee zussen en een broer naar binnen smokkelt.

23.46 uur: ‘Hoofden worden geteld voordat we mogen instappen, 29 mensen.’

00.50 uur: ‘Op weg vanuit hotel naar vliegveld.’

01.52 uur: ‘Voorbij de controle van de noordelijk ingang.’

01.52 uur: ‘Zijn jullie binnen?’

01.56 uur: ‘Nee, bij de poort.’

01.56 uur: ‘Ze controleren de passagiers in de laatste bus.’

02.09 uur: ‘Is er een update??’

02.10 uur: ‘We zijn binnen!’

Tot verbazing van ambassadeur Wijgers staan de drie familieleden van tolk H. plots voor haar neus. Ze checkt de lijsten: op sommige staat hun naam wel, op andere niet. Twijfel. Dan is er een Nederlandse vlucht die net gaat vertrekken en er zijn nog een paar stoelen leeg. De ambassadeur duwt ze naar binnen.

De ontlading is groot bij degenen die het lukt om weg te komen. Er komen lyrische appjes uit buurland Pakistan en daarna vanaf Schiphol. Direct gevolgd door het verdriet om de achterblijvers.

De keuze wie er wel en niet mee kan op een evacuatievlucht voelt voor veel diplomaten achter de schermen als een soort Schindler’s List, vertellen ze, verwijzend naar de Joden die in de Tweede Wereldoorlog min of meer willekeurig werden ‘uitverkoren’ om te blijven leven. Natuurlijk lopen deze diplomaten geen gevaar zoals Schindler destijds, maar harde keuzes moeten ze wel maken. Evacuatiecoördinatoren Arjan van der Roest en Melle van Dijk zijn hun emoties soms niet de baas als het vrijwilligersteam weer een schrijnende casus voorlegt.

Vrouwenactivisten die door het tonen van hun oranje sjaal in veiligheid werden gebracht.  Beeld de Volkskrant
Vrouwenactivisten die door het tonen van hun oranje sjaal in veiligheid werden gebracht.Beeld de Volkskrant

In Kabul moet vooral ambassadeur Caecilia Wijgers in een split second levensbepalende beslissingen voor anderen maken. Zo mogen bedreigde tolken officieel alleen hun vrouw en minderjarige kinderen meenemen naar Nederland. Maar wat te doen met die ene tolk W.H. die maandag in het riool staat met zijn minderjarige kinderen maar ook twee meerderjarige kinderen en een paar kleinkinderen? Moet hij die dan achterlaten en de rest meenemen? Wijgers geeft gedurende de chaos opdracht om het hele gezin uit het riool naar binnen te trekken.

Ondanks alle inspanningen is het niet genoeg. Zowel Buitenlandse Zaken als defensie zijn veel te laat begonnen met het voorbereiden en uitvoeren van de evacuaties. Dat pakt desastreus uit. Voor tientallen tolken, maar ook voor de 30-jarige Nederlandse moeder die donderdagochtend moest achterblijven met haar 4-jarige kind met een Nederlands paspoort en een minderjarig broertje en zusje (10 en 12) met een Afghaans paspoort. Het viertal mocht woensdag niet mee op de speciale evacuatiebus voor uitsluitend Nederlanders. De moeder weigerde de kinderen te scheiden en ging woensdagavond dus in het holst van de nacht te voet op pad naar het vliegveld, op zoek naar de toegangsdeur bij het riool.

Deze jongens bereikten die het Nederlandse trefpunt te laat bereikten en niet mee konden met een van de evacuatievluchten.  Beeld de Volkskrant
Deze jongens bereikten die het Nederlandse trefpunt te laat bereikten en niet mee konden met een van de evacuatievluchten.Beeld de Volkskrant

Vrijwilliger Lotte Geeven is uren bezig geweest om haar ’s nachts per telefoon naar de juiste poort te begeleiden. Ze waren net te laat. Het vliegveld sluit de poorten als de moeder nog in het riool staat te roepen. De deuren gaan niet meer open. Nederland stopt met de evacuaties. Het gezin blijft achter in Kabul.

‘Ik weet niet meer wat ik moet doen’, zegt de moeder donderdagmiddag vanuit een schuilplaats in Kabul tegen een lid van het vrijwilligersteam. ‘Ik ging hiernaartoe voor vakantie omdat ik mijn ouders al heel lang niet had gezien. Ik dacht dat het een béétje gevaarlijk was, maar niet dat de Taliban zo snel alles zouden overnemen. Een paar dagen na de machtsovername door de Taliban zijn mijn ouders meegenomen. Ik weet niet waar ze zijn.’

Nog niet álle hoop is vervlogen voor de Nederlandse moeder en haar eigen kindje. Als buitenlandse militairen zijn vertrokken en de situatie is gekalmeerd, zijn de Taliban van plan om weer commerciële vluchten te laten komen en gaan. Iedereen in het bezit van een Nederlands paspoort zou dan in en uit Kabul moeten kunnen vliegen.

‘Maar wat doe ik dan met mijn zusje en broertje van 10 en 12? Zij hebben geen Nederlands paspoort en mogen niet mee. Ik kan ze toch niet achterlaten?’

De enige oplossing voor haar zal zijn als Nederland alle kinderen een paspoort geeft of als militairen het viertal stiekem uit de stad oppikken. Formeel heeft Nederland echter geen presentie meer in het land, dus de hoop is gevestigd op hulp van buitenlandse militairen of een geheime Nederlandse reddingsmissie. Het is niet ondenkbaar dat commando’s een rol zouden kunnen spelen, zoals ze dat ook hebben gedaan bij de evacuatie van 207 ambassademedewerkers vorig weekend. Hoe dat is gebeurd, is nog altijd in nevelen gehuld.

Een laatste glimp hoop staat in een Kamerbrief die het kabinet donderdag stuurde. Tot aanstaande dinsdag blijft een Nederlands vliegtuig in Islamabad ‘indien er zich mogelijkheden voordoen om, tegen de huidige verwachtingen in, toch extra personen vanuit Kaboel in veiligheid te brengen’.

In een eerdere versie van dit artikel stond niet exact weergegeven wanneer Buitenlandse Zaken zelf ook begonnen is met coachend bellen naar evacués om hen bij de juiste ingang van het vliegveld te dirigeren. Buitenlandse Zaken heeft inmiddels screenshots getoond waaruit blijkt dat het departement hier vanaf maandagavond 23 augustus 19.30 uur mee begon. Het vrijwilligersteam merkte daar pas wat van vanaf woensdag 25 augustus.

In podcast De Kamer van Klok bespreekt Natalie Righton deze operatie met columnist Sheila Sitalsing, hoofdredacteur Pieter Klok en presentator Gijs Groenteman.

Meer over