Een groene bries op Mallorca

Op Mallorca zijn de grenzen bereikt. Acht miljoen toeristen per jaar op een bevolking van zevenhonderdduizend betekent een aanslag op de reserves....

We zijn gestopt met bouwen.'

In het gemeentehuis van Alcúdia, met barok versierde gevel en klokketoren, toont burgemeester Antoni Alemany zich zeer gedecideerd. Achtentwintigduizend bedden in hotels en appartementen, dat is genoeg voor zijn zevenduizend zielen tellende dorp. 'We moeten zuinig zijn op onze natuur.'

Het kan nog ingrijpender.

'Wij hebben hotels en appartementen gesloopt.' Wethouder Antonio Pallicer van Calvia kijkt triomfantelijk vanachter zijn brilleglazen. Zijn gemeente telt ongeveer honderdduizend toeristenbedden. Maar het werd tijd, vond hij, dat de gasten de zee weer eens konden zien en ruiken. Daar kregen ze tot voor kort, eenmaal het strand af en het betonmassief in, maar weinig kans meer voor.

Het doet wat koddig aan, deze boodschappen van beide bestuurders in hun compleet cementen omgeving. Valt daar in de woestenij van stenen honinggraten nog wel iets te redden? In Port d'Alcúdia, aan de noordkust, zwenkt zelfs nog een bouwkraan boven een betonnen geraamte; in Calvia, vijf toeristenoorden langs de welvingen van de zuidwestkust, kondigt een groot bord de aanleg van de City of Golf aan. Maar dat, beklemtonen Antoni en Antonio, heeft te maken met concessies die in het verleden zijn gedaan. Daar konden ze niet meer onder uit.

Ze wensen serieus genomen te worden. Op Mallorca, in de beeldvorming vooral vakantieoord voor hooligans (verzucht een VVV-informatrice) en bewoners van Freistaat Bayern (getuigt een bordje op het strand van El Arenal), is een groene bries opgestoken. De grenzen zijn bereikt. Acht miljoen toeristen per jaar op een bevolking van zevenhonderdduizend betekent een aanslag op de reserves. Naar een stille baai is het lang zoeken. Dat bijvoorbeeld in het zomerseizoen elke week een enorme tanker tussen de pieren van Palma verschijnt, met zo'n zeshonderdduizend kubieke meter drinkwater in de buik, vinden de Mallorcanen zelf ook niet erg kloppen. Maar de pompen voor het grondwater produceren in die maanden vooral brakke nattigheid.

Het besef dateert niet van gisteren, vertelt Luis Alemany, directeur-generaal Ruimtelijke Ordening en Milieu van het ministerie van Openbare Werken op de Balearen. Natuurlijk moet toerisme hand in hand met natuur kunnen gaan. Hier en daar is het evenwicht wat verstoord.

Maar de eilanden hebben zich gewapend. Zijn vinger wijst naar een percentage in een brochure over beschermde natuurterreinen. Voor bijna 40 procent van de totale oppervlakte van Mallorca gelden beperkingen, variërend van een compleet bouwverbod tot de verplichting een huis in gele Mallorcaanse zandsteen op te trekken. Vergelijk daar de rest van Europa maar eens mee. En naast de natuurbeschermingswet is er ook nog het Plan de Ordenacion de la Oferta Turística, waarin per gebied is vastgelegd hoeveel toeristen er per vierkante meter mogen verblijven. Dat is in de regio nog nimmer vertoond.

'Uit de hand gelopen? Er is niets uit de hand gelopen.' Alemany spreidt een kaart van het eiland op tafel en gebaart langs de kustlijn. Oranje vlekken aan weerszijden van Palma en aan de noordkust duiden op dichte bebouwing. 'Elders is nog veel ruimte. En dat willen we graag zo houden.'

Wie vanaf de hoofdstad Palma naar Calvia rijdt, krijgt na een heuvelrug vrij zicht op wat je met wat gevoel voor verhoudingen gerust het Manhattan van Mallorca zou kunnen noemen. Palmanova, Magaluf, Santa Ponça, Portals Nous. Hoge kolossen, dikwijls pal aan het hagelwitte zand. In de straten erachter wordt Peters Sellers' slechts door een Scottish Pub gescheiden van Benny Hill's. Op de menukaarten van de bars, restaurants and Fast Food Takeaways is het tussen de fish and chips en de chicken curry lang zoeken naar een Spaans ingrediënt. Ha, eindelijk. Sangria.

Hier doen ze aan milieu.

Wethouder Antonio Pallicer bladert in de begroting voor het precieze percentage van het budget dat Calvia aan dit doeleinde besteedt. 'Eenendertig procent', klinkt het niet zonder trots. In de straten staan glasbakken en papiercontainers. Een bedrijf haalt langs alle hotels de gebruikte olie op. De bestuurder laat een uitnodiging zien voor een binnenkort te houden seminar, waar hotelmanagers wordt uitgelegd wat ze aan water en energie kunnen besparen.

Het enthousiasme voor dit soort adviezen is groot, haakt Miguel Romaguera, directeur van de Asociaciòn Hoteleros Palmanova-Magalluf, in. Zeker gaat het milieu zijn collega's ter harte. Minder afval, minder water en minder elektriciteit spaart ook de portemonnee. Dat gaat fraai samen.

Er valt nog wel wat te winnen. Vriendelijke stickertjes in de badkamer met het verzoek zuinig met water om te springen en de handdoeken wat langer te gebruiken, zijn tot nu toe de meest in het oog springende maatregelen. Maar Romaguera zegt dat er al meer gaande is. Er zijn al hotels met dubbele waterleiding: water uit wastafels en badkuipen wordt na behandeling weer benut van het doorspoelen van de toiletten. Waterbesparende spoelbakken en douchekoppen zijn ook gesignaleerd. Hier en daar zijn de vochtverslindende grasperken al weggehaald en vervangen door inheemse vegetatie. Volgend jaar gaan speciale 'eco-teams' langs hoteliers die willen renoveren. Dan krijgen ze het druk. Er is nogal veel versleten accommodatie in Calvia.

Dat is wethouder Pallicer ook opgevallen. Hij blijkt veel onder milieu te verstaan. Verbetering van het imago rekent hij er ook toe. Hij is 51 jaar geleden geboren in Calvia. Het dorpje telde toen één hotelletje. Hij kent Magaluf, 'ach, toen het nog een paradijs was'. Enkele bungalows waarin welgestelden uit Palma de weekeinden doorbrachten, groepjes pijnbomen tot op het strand, glashelder water.

Nee, over de boom van de afgelopen decennia kan hij natuurlijk ook niet erg enthousiast worden. Hij vraagt begrip. Onder Franco hadden ze weinig in te brengen. Daarna hadden ze nog jaren last van in het verleden verstrekte concessies. De groei was niet te stuiten. En vergeet niet: dank zij het toerisme heeft de voorheen altijd straatarme Mallorcaan nu het hoogste inkomen van Spanje.

Maar enige tijd geleden werd hij aangesproken door hoteliers. 'Doe iets Antonio, onze gasten dreigen niet meer terug te komen.'

En Pallicer heeft avonden en nachten doorgebracht, vooral op de overvolle Punta Ballena, het rumoerige uitgaanshart van het dorp, op zoek naar het waarom. Zo moet hij ergens tussen Disco Tokio Joe en The Red Lion Club tot de volgende slotsom zijn gekomen. 'Het was vulgair. Goedkoop en lawaaiïg.'

Een ingrijpende renovatie volgde. Het strand werd verbreed, zodat een wandelpromenade kon worden aangelegd, omzoomd door palmen. In de straatjes erachter: meer stoep, smaller asfalt. In Palmanova en Santa Ponça werden vier verouderde hotel- en appartementenblokken met enig ceremonieel opgeblazen, zodat doorkijkjes naar zee ontstonden. Bars kregen te horen dat het na twaalven afgelopen moest zijn met de herrie, of dat ze anders hun muziekinstallatie maar naar geluiddichte kelders moesten verplaatsen - er zijn sinds die tijd heel wat discotheekjes bijgekomen in Calvia. De verhuur van appartementen aan groepen jongeren werd verboden.

Pallicer toont zich tevreden. 'De gasten komen weer terug.' De VVV-informatrice in haar splinternieuwe kantoor: 'Je ziet weer families. Buggy's en zo.'

Pallicer gaat verder. 'We willen voortaan kwaliteit. Geen kwantiteit. We geven alleen nog maar toestemming voor de bouw voor enkele vijfsterren-hotels. Zeventig vierkante meter per gast.'

Maar Calvia was toch vol?

'Twaalfhonderd bedden meer, dat is zo weinig op het totaal.' Hij spreidt de handen. 'We moeten toch ook nog om werkgelégenheid denken?'

Alcúdia zoekt ook naar een imago. Groen, een eco-gemeente. Daar houden vooral Duitse toeristen van, weten ze bij de ajuntament. Hier geen accommodatie pal aan het strand. Een smalle buffer van pijnbomen of een duinenrij scheidt een witte, door breed asfalt doorsneden wijk vol lage hotels en appartementen van het water. Ziedaar: nogal wat toeristen verplaatsen zich per fiets, type degelijk.

Het stadje zelf gaat zowaar nog schuil achter een middeleeuwse muur. Op een steenworp afstand liggen Romeinse ruïnes. De gemeente spant zich in om gebouwen in de dorpskern te restaureren in oude, Mallorcaanse stijl.

'In vergelijking met Calvia hebben we geluk gehad', zegt burgemeester Alemany. 'Investeerders en toeristen ontdekten de noordkust pas nadat het rond Palma zo'n beetje vol was. We konden leren van wat daar is misgegaan.'

Goed, ook Alcúdia heeft in het verleden ontwikkelingen getolereerd die nu met enig misprijzen worden bekeken. Saturno, Marte en Jupiter zijn hotelkolossen aan de rand van een klein wetland, Mar I Estang genaamd. Daar kan een eco-gemeente niet erg trots op zijn. Maar waar iedereen verwachtte dat ook deze plassen wel zouden worden opgeofferd aan het toerisme, wordt Mar I Estang met financiële steun van de Europese Commissie een natuurpark van vijfentwintig hectare. Ornithologen hebben er 97 verschillende vogelsoorten geteld. Fikse heuvels moeten straks de drie planeethotels en een aanpalend aquapark aan het zicht onttrekken.

'Kent u dit?' Alemany laat een foldertje zien: een groene cirkel met een met sterren omringd bloempje. 'Alcúdia, zon, strand. . . en milieu.' Het beeldmerk van Alcúdia Municipi Ecoturístic. Elk hotel dat z'n best doet om het milieu te ontzien, mag ermee pronken. De eisen zijn niet gering. Gescheiden afvalinzameling, alleen recyclebaar materiaal gebruiken, zeker een stroombesparing van 10 tot 15 procent bereiken, het waterverbruik met een kwart terugdringen, zo'n 40 procent van de oppervlakte voor groen reserveren, regionale gerechten serveren, goede voorlichting aan toeristen.

Hoeveel accommodaties al een bloemetje hebben verdiend? Alemany lacht wat zuinigjes. 'Geen enkele.' Een hotel bìjna, vorig jaar. Maar toen klaagde een buurman een keer over geluidsoverlast. 'Willen we werkelijk waarde toekennen aan dit beeldmerk, dan moeten we streng zijn.'

En niet alle autoriteiten zijn even streng op Mallorca.

Xisco Avellà is voorzitter van de Grup Balear d'Ornitologia i Defensa de la Naturalesa (GOB). De belangrijkste milieugroep op het eiland is gevestigd in een van de sjiekste winkelstraatjes van Palma. Avellà heeft zo zijn bedenkingen bij het groene offensiefje.

Zo'n wet ter bescherming van kwetsbare gebieden, leuk hoor, maar hebben de autoriteiten ook verteld dat nog geen jaar na het van kracht worden zo'n achtentwintigduizend hectare al weer aan die regels zijn onttrokken? En was bekend dat de burgemeester van Muro zichzelf toestemming heeft gegeven aan de rand van het natuurgebied Albufera en vlak bij het strand een hotel neer te zetten? En dat aan de zogenaamd beschermde westkust tussen Sóller en Deiá de oorspronkelijk smalle en kronkelende weg over steile kliffen wordt verbreed en veel bochten worden rechtgetrokken? Om zeker te zijn dat de touringcars elkaar kunnen passeren, notabene. Pfàh, zet dan gewoon kleinere bussen in.

Ach, Calvia. Voor het opspuiten van het strand is zand van een kwetsbare locatie opgebaggerd. Dat heeft het eco-systeem daar fiks beschadigd. Heb je de plannen voor City of Golf gezien. Nou dan. Alcúdia? Daar leggen ze een rondweg aan, dwars door een bos. Dat had gespaard kunnen worden als het asfalt wat dichter langs het toeristisch centrum zou zijn geprojecteerd. Maar daar houden ze niet van vrachtverkeer.

En weten wij al van Cala Mondragó? De inham aan de oostkust is een intieme baai tussen rotsen en zeedennen, met een klein zandstrand vol rieten parasols en ligstoelen. Het is tot natuurpark verklaard. Als het aan de regering en een Duitse projectontwikkelaar had gelegen, hadden de twee eenvoudige huidige hotelletjes hier concurrentie gekregen van splinternieuwe, luxe accommodatie voor twee- tot drieduizend gasten. Maar protesten van de bevolking leidden tot het schrappen van de plannen. De regering was genoodzaakt de grond van de projectontwikkelaar aan te kopen. Volgens Avellà is met opzet een buitensporig hoog bedrag betaald: drie miljard peseta's voor honderd hectare, waar volgens de voorzitter hooguit tweehonderd miljoen normaal zou zijn geweest. Hij vermoedt opzet. 'De regering wilde de inwoners kennelijk inwrijven dat natuurbescherming een peperdure zaak is. Een schandaal.'

Hij weet er meer.

De weg voert langs amandelbomen, cacteeën en oude hoeven, alvorens een pijnbos in te duiken. Ses Covetes is een dorpje aan de zuidkust waar Mallorcanen uit Palma en Porreres hun weekeinden doorbrengen. Deze middag hangt er een lome stilte. De stranden aan weerszijden zijn nagenoeg leeg. Een ventilator onder het plafond van het restaurant S'Escar zwenkt de enkele bezoeker wat koelte toe. De wachter bij het parkeerterrein heeft niets te doen. Zelfs langs de weg gaapt nog de leegte.

De stilte is ongebruikelijk. Tot voor gisteren gonsde het hier van bedrijvigheid. Tegenover S'Escar worden tientallen appartementen gebouwd. Een aantal is nagenoeg gereed. De ruiten zijn geplaatst, op het terras liggen de grastapijten klaar om te worden uitgerold. Een toekomstige eigenaar heeft zelfs al zijn catamaran in de tuin gezet.

Maar de bouw ligt stil. Hier woedt op micro-niveau de slag tussen natuur en toerist. De milieu-organisatie GOB heeft samen met een lokale politieke partij een procedure tegen de projectontwikkelaar, een onderneming in Düsseldorf, aangespannen. De appartementen, zeventig in getal waarmee het gehucht meer dan verdubbeld zou worden, staan pal aan de kust. En dat mag niet volgens de wet, meent de GOB. De gemeente Campos, waar Ses Covetes onder valt, heeft de benodigde vergunningen verstrekt, verdedigt de Duitse firma zich. Een rechter in Madrid zal zich over de affaire moeten buigen. Een norse burgemeester van Campos laat zich niet over de appartementen uit. Nou, één mededeling dan. 'Over een paar weken gaat het werk weer verder. Niks aan de hand.'

Ober Jimmy van S'Escar hoopt het van ganser harte. 'Als die appartementen af zijn, ziet het er gewoon netjes uit. En het is goed voor onze klandizie.'

'Ik hoop dat ze plat moeten', zegt Miguel. Hij werkt in de kleine bar bij de parkeerplaats. 'Dit is toch nergens goed voor. Twee maanden in de zomer zitten die appartementen vol. Welnee, daar profiteren wij helemaal niet van. De bewoners proppen gewoon hun ijskast vol.

'Nee, laat het hier maar zo. Rust, de mensen willen tegenwoordig rust.' Hij gebaart naar de Corsa's en de Cinquecento's die in de berm staan geparkeerd. 'Weet je waar die huurauto's allemaal vandaan komen? El Arenal, Magaluf. Die kermis daar zijn ze zat.'

Misschien moeten Antonio en Antoni nog maar eens goed nadenken over ingrijpender maatregelen.

Meer over