Nieuws

Een groeiend deel van oud-politici wordt lobbyist, en is daar niet transparant over

null Beeld Eddo Hartmann
Beeld Eddo Hartmann

Het aantal ex-politici dat aan de slag gaat als lobbyist neemt toe, maar transparantie ontbreekt. Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant en de Open State Foundation. ‘De toegang tot de macht is ongelijk verdeeld.’

Het was een mooi beeld, eind 2017: Fred Teeven achter het stuur van een Connexxion-lijnbus in Haarlem. De oud-VVD-staatssecretaris van Justitie, vertrokken vanwege de bonnetjesaffaire, ging weer werken voor zijn geld, zei een woordvoerder van het busbedrijf. Dat maakte indruk, premier Mark Rutte reed bij wijze van morele steun een eindje mee.

Maar Fred Teeven is geen buschauffeur meer. Hij heeft diverse maatschappelijke functies en is al twee jaar ‘senior managing partner’ bij Meines Holla & Partners, een toonaangevend lobbykantoor dat onder andere oud-CDA-minister Ben Bot en ex-D66-Kamerlid Bert Bakker in huis heeft.

Oud-politici die werken voor een lobbykantoor: het lijkt in Nederland vaak de gewoonste zaak van de wereld. Maar internationaal zijn er grote zorgen over de transparantie en regelgeving rond lobbyen in Nederland. Greco, de corruptiewaakhond van de Raad van Europa, meldde deze zomer dat Nederland nog steeds te weinig doet aan het bevorderen van integriteit en het tegengaan van corruptie bij topambtenaren en politici – van de zestien aanbevelingen die in 2018 werden gedaan, werd er niet één naar behoren opgevolgd.

De Open State Foundation (OSF), een ngo die ijvert voor meer transparantie bij de overheid, concludeerde dit voorjaar dat de agenda’s van bewindslieden, die sinds 2016 voor iedereen openbaar moeten zijn, niet altijd goed worden bijgehouden. Daardoor is het nog steeds onduidelijk met welke partijen is gesproken. Uit wat wel is vastgelegd, lijkt het dat het bedrijfsleven makkelijker toegang heeft tot ministers dan ngo’s.

Beide zaken waren aanleiding om – samen met OSF – opnieuw onderzoek te doen naar het lobbyen, vijf jaar na publicatie van de artikelenserie Lobbyland in de Volkskrant. Zijn er inmiddels meer en betere regels die de gang van zaken minder schimmig maken? Hoe kijken (oud-)politici naar hun eigen rol? Worden ze vaak benaderd en wat doen ze daarmee? En stappen politici meer of minder over naar het bedrijfsleven?

De Volkskrant stuurde een enquête naar de huidige en voormalige Kamerleden en bewindslieden (sinds 2012). De Open State Foundation keek naar wat 201 oud-Kamerleden en 28 oud-bewindspersonen na hun vertrek uit Den Haag (in dezelfde periode) zijn gaan doen, gebruikmakend van onder meer openbare profielen op LinkedIn.

Uit dit onderzoek blijkt: Fred Teeven is bepaald geen uitzondering. Bijna een op de drie Kamerleden en bewindslieden kreeg een lobbyfunctie bij een lobbykantoor, een bedrijf of een brancheorganisatie. Als oud-politici meegerekend worden die zich vestigden als ‘zelfstandig adviseur’, en dus beschikbaar zijn voor lobbyklussen, stapte 44,4 procent over van politiek naar bedrijfsleven. Vijf jaar geleden, toen de Volkskrant soortgelijk onderzoek deed, was dat een kwart.

De VVD is niet de enige partij die gebruikmaakt van de ‘draaideur’ tussen politiek en bedrijfsleven, maar is wel met afstand de koploper. De grote middenpartijen doen ook mee, de flanken leveren niet of nauwelijks lobbyisten. ‘Kamerlid voor de PVV is je laatste baan’, zegt Fleur Agema over haar toekomstperspectief.

OSF-directeur Serv Wiemers verklaart de stijging van overstappers met het toegenomen belang van lobbyen. ‘We zien een groeiend aantal public affairs-kantoren en zelfstandige adviseurs. Het traditionele poldermodel waarbij de belangen voor het hele bedrijfsleven worden behartigd, werkt niet meer. Bedrijven doen het vaker zelf. Al dat gelobby moet natuurlijk gedaan worden en daarvoor lenen oud-politici zich. Een professionele lobby vraagt om mensen met echte ervaring rond het Binnenhof.’

null Beeld

Nauwelijks regels

De soepele draaideur tussen politiek en bedrijfsleven kwam anderhalve maand geleden weer in de belangstelling toen minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) aankondigde over te stappen naar Energie-Nederland, de branchevereniging van energiebedrijven. De ophef was groot, zelfs in Van Nieuwenhuizens eigen VVD. Haar portefeuille als minister raakte aan de energiesector, op het moment dat er tientallen miljarden nodig zijn voor het klimaat en de energietransitie. Ook toen haar overstap bekend was bij premier Rutte, mocht ze blijven aanschuiven in de ministerraad.

Het verweer van Van Nieuwenhuizen – die voor deze publicatie niet tot een toelichting bereid bleek – was simpel: ik heb geen regels overtreden.

Dat is volgens critici precies het probleem in Nederland. Er zijn nauwelijks regels over lobbyen (zie kader). Er was sinds 2017 – via een circulaire – een lobbyverbod voor oud-bewindslieden: ze zouden gedurende een ‘afkoelperiode’ van twee jaar niet aan beïnvloeding mogen doen op hun beleidsterrein. Dat lobbyverbod is door ambtelijke fouten ‘per ongeluk’ verdwenen, bleek uit stukken die de Volkskrant onlangs via de Wet Openbaarheid van Bestuur kreeg. Het demissionaire kabinet werkt inmiddels aan een nieuw lobbyverbod voor oud-bewindspersonen.

Lobbyen is op zich prima, zegt de Open State Foundation. Informatie aanleveren voor besluitvorming is nuttig en draagt bij aan goed openbaar bestuur. Het probleem is dat lobbyen in Nederland transparant noch evenwichtig is. De draaideur speelt een voorname rol in die schimmige lobby: politici komen na hun ambtsperiode terug bij de politiek, maar nu als belangenbehartiger van een bedrijf, branche of specifieke groep. Geregeld gaat het daarbij om activiteiten op terreinen waarop men als politicus al actief was. Zo is oud-PvdA-defensiewoordvoerder Angelien Eijsink net begonnen bij de stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid – de wapenlobby. De in maart vertrokken Helma Lodders (VVD) werd voorzitter van Vee en Logistiek Nederland en van een nieuwe brancheclub van onlinegokbedrijven, terwijl ze als Kamerlid landbouw en fiscaliteit in haar portefeuille had.

Vanwege het risico van belangenverstrengeling is vooral dat wisselen van rol op het eigen beleidsterreinen zorgelijk, zegt Caelesta Braun, hoogleraar bestuurskunde en burgermaatschappij in Leiden. ‘De kans bestaat dat hier private belangen gemakkelijker vertaald kunnen worden in algemeen publiek beleid. Met name dat aspect is problematisch.’ Volgens OSF tast de draaideur het vertrouwen in de politiek aan en leidt die tot ongelijke toegang tot de macht, omdat een oud-politicus over informatie en netwerken beschikt die anderen niet hebben. Ook wordt de kans op beïnvloeding van politici tijdens hun ambtsperiode vergroot, omdat ze voorsorteren op een mogelijke vervolgfunctie.

null Beeld

Grote werkdruk

Zien (oud-)politici die problemen en risico’s ook? Om daarachter te komen stonden er in de enquête van de Volkskrant een aantal vragen, die desgewenst anoniem konden worden beantwoord. Door wie worden ze benaderd, en hoe beïnvloedt dat hun standpunten? Is het moeilijk om een nieuwe baan te vinden? En wat gebeurt er als je al tijdens je ambtsperiode een lobbyfunctie bij een bedrijf of brancheorganisatie wordt aangeboden?

De huidige roep om meer transparantie en een nieuwe bestuurscultuur − en twee reminders − ten spijt, bleef de respons beperkt. Dat kan mede komen doordat de rondvraag bij toeval verstuurd werd op dag dat Van Nieuwenhuizen haar overstap bekendmaakte. De ophef daarover zal de animo om mee te werken bij dit toch al gevoelige onderwerp niet hebben vergroot.

Van de huidige 150 Kamerleden reageerden er twintig, 13 procent. Van de 120 oud-Kamerleden die sinds 2012 iets anders gingen doen, liet ruim een kwart van zich horen. Sybrand Buma, sinds augustus 2019 burgemeester van Leeuwarden, meldde zich via een woordvoerder af omdat hij al ‘een paar jaar weg was uit Den Haag’. Martijn van Dam, die als mediawoordvoerder van de PvdA-fractie overstapte naar de NPO, verwachtte dat de vragen ‘niet een goed beeld’ zouden geven van het werk van Kamerleden. ‘Dat bestaat er juist uit dat je continu contact hebt met mensen en organisaties, de inbreng van alle contacten weegt en spiegelt aan je eigen overtuigingen en aldus een standpunt inneemt.’

Oud-VVD-Kamerlid Bart de Liefde deed wel mee. Zijn overstap naar Uber veroorzaakte eind 2015 veel ophef. De Liefde had zich eerder positief uitgelaten over het bedrijf. De stap had te maken met de zwaarte van het Kamerwerk, zegt hij nu. ‘Je hoort nu vaker Kamerleden vermelden dat zij kampen met bovenmatige werkdruk en een onvoorspelbare agenda. Toen gebeurde dat veel minder. Mijn thuissituatie en gezondheid leden eronder.’ In de zomer van 2015 liet hij premier Rutte en fractieleider Halbe Zijlstra weten niet meer beschikbaar te zijn voor een nieuwe periode.

Rond de jaarwisseling deed zich de mogelijkheid voor de stap naar Uber te maken. ‘Van wie het contact uitging, weet ik niet meer. We zijn met elkaar in gesprek geraakt. Ik heb dat gedaan omdat het niet gemakkelijk is als oud-Kamerlid fulltime werk te vinden’, zegt De Liefde. ‘In principe vind ik dat een Kamerlid zijn termijn moet uitdienen. Had ik dat gedaan, dan weet ik niet hoe het met mijn privéleven en gezondheid was gegaan.’

De vraag is of De Liefde – inmiddels hoofd government affairs bij Apple – als lobbyist voordeel heeft van zijn Kamerwerk. ‘Je kunt een Amerikaans bedrijf als Uber leren hoe de Nederlandse besluitvorming werkt. En je weet bij wie je wanneer moet zijn. Al is je oorspronkelijke netwerk bij deze omloopsnelheid van Kamerleden snel weg.’

Van de (oud-)bewindslieden reageerde bijna eenderde op de enquête. Kort samengevat komt hun reactie hierop neer: wij praten met alle partijen, en voor onze contacten verwijzen we naar de openbare agenda’s. ‘Ik probeerde als bewindspersoon altijd met alle betrokkenen te spreken: individuele patiënten, patiëntenverenigingen, wetenschappers, mensen die je op straat aanspraken’, zegt voormalig zorgminister Bruno Bruins (VVD). Begin dit jaar werd hij onder meer commissaris bij Intravacc, het Nederlandse overheidsinstituut voor vaccinonderzoek.

Hoogleraar Braun herkent het beeld van Kamerleden die met alle partijen willen praten, maar vraagt zich af of dat in de praktijk ook zo werkt. ‘Uit eerder onderzoek blijkt dat ze daar gezien de beperkte tijd en middelen lang niet altijd goed in slagen, of dat ze daarom bewust kiezen voor een select aantal partijen. Zo kan een vertekend beeld over maatschappelijke belangen ontstaan.’

Er is bovendien geen eenduidig beeld van wat wel en niet lobby is. ‘De tabakslobby of de kinderopvang, dat vind ik toch een verschil. Dat laatste is maatschappelijk nuttig’, zegt bijvoorbeeld SER-voorzitter Mariëtte Hamer, die tot 2014 PvdA-Kamerlid was. De overgestapte Helma Lodders: ‘Ik ben belangenbehartiger geworden. Dat is veel meer dan lobby.’ Het in maart gestopte VVD-Kamerlid wilde snel een nieuwe baan. ‘Maar mijn eerste gesprekken heb ik pas gevoerd nadat ik uit de Kamer was.’

Zo ligt Lobbyland er dus in 2021 bij: een nog drukkere draaideur tussen politiek en bedrijfsleven, (oud-)politici van wie het gros zich ondanks de roep om meer transparantie niet geroepen voelt vragen te beantwoorden. En nauwelijks regels om de branche in goede banen te leiden. Niet voor niets constateerde waakhond Greco deze zomer teleurgesteld: van de zestien aanbevelingen, zoals heldere regels voor het overstappen van topambtenaren en politici naar de private sector, is er niet één volledig uitgevoerd.

Het artikel gaat onder het kader verder.

Weinig regels in Nederland over lobbypraktijken

Lobbyistenregister. De Tweede Kamer heeft een lobbyistenregister, een lijst van circa honderd lobbyisten die officieel zijn aangemeld. Zij hebben toegang tot het publiek toegankelijke deel van het Kamergebouw. Om Kamerleden te spreken, moeten ze een afspraak maken. Een grote meerderheid van de lobbyisten is niet in dit register opgenomen.

Lobbypas. Oud-Kamerleden kunnen een pas aanvragen die hen toegang tot het Kamergebouw geeft. Die pas wordt wel lobbypas genoemd. Hij geeft oud-Kamerleden die lobbyist worden een voorsprong op ‘gewone’ lobbyisten. Kamervoorzitter Vera Bergkamp (D66) heeft toegezegd de regels rond die lobbypas opnieuw te bekijken

Lobbyparagraaf. Wetsvoorstellen worden sinds 2016 voorzien van een lobbyparagraaf, waarin wordt aangegeven met wie is gesproken ter voorbereiding van de wet. Zo wordt zichtbaar wie invloed heeft gehad op de totstandkoming ervan.

Afkoelperiode. In veel andere landen wordt voor bewindspersonen, en soms ook voor parlementsleden, een periode vastgelegd waarin ze na hun vertrek op hun eigen portefeuille geen beleidsbeïnvloeding mogen doen. Nederland kent niet zo’n regel. Wel staat in de Gedragscode Integriteit Rijksambtenaren dat ambtenaren twee jaar lang geen zakelijk contact met de voormalige bewindspersoon van hun ministerie mogen onderhouden.

Draaideur. Die afkoelperiode is bedoeld om te voorkomen dat politici gebruikmaken van de draaideur, die hen met medeneming van kennis en contacten van politiek naar bedrijfsleven brengt, wat bijdraagt aan een ongelijke toegang tot de macht. Voor bewindspersonen zijn er amper belemmeringen om de draaideur te gebruiken, voor Kamerleden ontbreken die zelfs geheel en al. Het demissionaire kabinet Rutte III heeft aangekondigd de regels voor oud-bewindspersonen te zullen aanscherpen.

Wachtgeld. Het bestaan van een politicus is onzeker. Hij kan niet worden herkozen, of om een andere reden de politiek moeten verlaten. Daarom is er wachtgeld, een uitkering om de tijd te overbruggen alvorens nieuw werk is gevonden. Volgens organisaties die politici begeleiden bij het vinden van nieuw werk zijn politici niet altijd gemakkelijk te plaatsen. Een vaak opgevoerde reden om een baan als lobbyist te aanvaarden is dat er dan geen beroep gedaan hoeft te worden op wachtgeld.

Ondersteuning. Kamerfracties hebben ondanks een recente verhoging (na een motie van Rob Jetten van D66) een beperkt budget voor ondersteuning door eigen medewerkers. Dat kan politici ontvankelijker maken voor informatie zoals die door lobbyisten wordt aangeleverd.

Agenda’s bewindspersonen. Sinds eind 2017 worden bewindspersonen geacht in een openbaar toegankelijke agenda bij te houden met wie ze afspraken hebben, zodat zichtbaar is wie eventueel invloed op de besluitvorming heeft gehad. Sommige bewindspersonen zijn daarin precies, andere kiezen voor globale vermeldingen of laten afspraken achterwege. Daarom zijn de agenda’s lang niet altijd waardevol, bleek uit onderzoek van Open State Foundation van eerder dit jaar.

Moeten er nieuwe regels komen? En hoe zorg je ervoor dat die worden nageleefd? Ja, antwoordt SER-voorzitter Mariëtte Hamer op de eerste vraag. ‘Op het gebied van het accepteren van tegenprestaties bijvoorbeeld. Het is altijd goed als mensen weten wat wel en niet kan. Integriteit wordt steeds belangrijker.’ Bart de Liefde heeft zijn twijfels. ‘Als Kamerleden zichzelf wapenen met kennis en weten hoe ze tot hun besluit moeten komen, werkt dat beter dan dat je de informatietrechter van buitenaf reguleert. Daar valt altijd wel wat naast.’ Oud-CDA-Kamerlid Martijn van Helvert, die een eigen lobbykantoor is begonnen en daarnaast interim-wethouder is in Roerdalen, pleit voor meer ondersteuning van de Tweede Kamer. ‘Ik deed twee departementen – Defensie en Buitenlandse Zaken – met één secretaris en één beleidsmedewerker. Ik ben geen parlement tegengekomen dat zo slecht geoutilleerd is als dat van Nederland.’

Ook de Leidse hoogleraar Caelesta Braun vindt extra ondersteuning voor de Kamer een goed idee, zodat die betere afwegingen kan maken. Dit, en regels die een ongelijk speelveld voorkomen doordat oud-politici en oud-ambtenaren een kennisvoorsprong hebben. ‘Maar de échte oplossing voor belangenverstrengeling ligt in heldere en transparante politieke verantwoording over welke bedrijfs- en maatschappelijke belangen wel of niet zijn meegenomen in de besluitvorming, en waarom. Dan wordt vanzelf duidelijk in hoeverre organisaties met oud-politici of -ambtenaren een rol spelen bij de belangenbehartiging en of dat problematisch is.’

Fred Teeven laat zich over regelgeving niet uit: ‘Dat vind ik iets voor de regelgevers.’ Zijn ervaring: ‘Als je op de bus gaat, zeggen de mensen: kun je niks beters krijgen? Terwijl ik dat gewoon leuk vind. Als je wachtgeld krijgt vinden ze je een zakkenvuller en als je lobbyt is er ook commentaar. Het is pas goed als je de hele dag op het strand gaat lopen. Maar ik heb zo een aardige mix gevonden, denk ik.’

Voor de aanbevelingen riepen we de hulp in van deskundigen van onder andere Transparency International en Open State Foundation (OSF) en maakten we gebruik van rapporten van Greco en OESO.

Het OSF-onderzoek werd uitgevoerd door Rosa Juffer. OSF heeft een onlinetool gemaakt waarin de draaideur tussen politiek en bedrijfsleven is te volgen: opendraaideur.nl

Aanbevelingen: zo wordt de lobbywereld minder schimmig

De kern is: zorg dat politici (en ambtenaren) voor hun werk zo min mogelijk afhankelijk zijn van derden. Dat begint met goede ondersteuning van Kamerfracties. Nederland heeft, in vergelijking met andere Europese landen, een zuinig parlement. Versterk de ondersteuning nog verder, niet alleen die van de fracties maar versterk ook de ambtelijke ondersteuning waarop de hele Tweede Kamer een beroep kan doen.

Zorg dat Kamerleden niet in de verleiding kunnen worden gebracht lobbyist te worden, houd het wachtgeld op peil.

Politici hebben de neiging adviezen die in hun straatje passen als betrouwbaar te ervaren, en alles wat daarvan afwijkt als lobby te zien. Dat verschijnsel wordt wel lobbyblindheid genoemd. Het zorgt voor ongelijke toegang tot de beslissers. Een lobbyregister waarin Kamerleden hun contacten noteren, kan dit tegengaan. Peru, Slovenië en Oostenrijk zijn in dat opzicht veel transparanter.

Maak dwingende en verplichtende afspraken over de agenda’s van bewindspersonen.

Spreek een afkoelperiode van twee jaar af voor bewindspersonen. Leg die afkoelperiode vast in hun aanstellingsbrief, en haal de naleving ervan weg bij ambtenaren, zoals nu nog het geval is. Benoem een lobbyraad met bijvoorbeeld wetenschappers en ethici die in geval van twijfel beoordeelt of een overstap verantwoord is. Israël, Letland en de VS behoren tot de landen met een afkoelperiode voor zowel Kamerleden als hoge ambtenaren.

Spreek ook voor Kamerleden een – kortere – afkoelperiode af. En spreek af dat zij niet tussentijds de Kamer kunnen verlaten om lobbywerk te gaan doen.

Ook lobbyisten zouden hun contacten moeten registreren, zodat een toezichthouder die kan controleren. Nederland is het enige West-Europese land zonder toezichthouder op lobbyactiviteiten. Frankrijk heeft bijvoorbeeld een Hoge Autoriteit voor Transparantie in het Openbaar Bestuur, Engeland een Office of the Registrar of Consultant Lobbyists.

Op het ministerie van Financiën geldt de regel dat ambtenaren altijd met z’n tweeën bij een afspraak met een lobbycontact zijn. Die regel zou algemeen geldend moeten worden verklaard.

Vergroot de transparantie over partij- en campagnefinanciering. Nederland loopt hierin achter op Chili, Colombia en tal van andere landen.

Meer over