Een gewilde prooi: de zoveelste ‘nummer 3’ van Al Qaida

De dood van de op twee na hoogste leider van Al Qaida, Said al-Masri, is een zware klap voor de terreurorganisatie. Al Masri (54), het hoofd operaties, was een van de weinige Al Qaida-leiders van het eerste uur die sinds 2001 door de VS zijn gedood.

Stieven Ramdharie

De Egyptenaar is de hoogste leider van Al Qaida die door de CIA is uitgeschakeld sinds president Obama na zijn aantreden besloot tot een flinke opvoering van de jacht op het leiderschap.

De dood van Al Masri, die de schakel vormde tussen Osama bin Laden en diens plaatsvervanger Ayman al-Zawahiri en de rest van het leiderschap, werd maandag bevestigd door het terreurnetwerk. ‘Zijn dood zal een verschrikkelijke vloek zijn voor de ongelovigen’, aldus Al Qaida in een verklaring op jihadistische websites. ‘De reactie is nabij.’

Al Masri stond ook bekend onder de naam Mustafa Abu al-Yazid. Hij zou volgens Pakistaanse functionarissen op 22 mei zijn gedood bij een Amerikaanse aanval met een onbemand Predator-vliegtuig. De aanval vond plaats in het onrustige Noord-Waziristan. Volgens Al Qaida zouden ook Al Masri’s vrouw, drie dochters en een kleindochter zijn gedood.

De VS gaan ervan uit dat Al Masri, wiens dood ook in 2008 werd gemeld, inderdaad bij de aanval is omgekomen. Het was voor het eerst in jaren dat Al Qaida zijn dood bevestigde. ‘Dit is een grote overwinning in de strijd tegen het terrorisme’, aldus een inlichtingenfunctionaris.

Al Qaida heeft in de afgelopen tien jaar heel wat ‘nummers 3’ gehad die het doelwit waren van de CIA en het Amerikaanse leger. Maar de positie van Al Masri binnen de organisatie en zijn directe band met Bin Laden maakte hem tot een gewilde prooi.

Als hoofd operaties was hij onder andere verantwoordelijk voor het plannen en financieren van aanslagen. Ook leidde Al Masri de activiteiten van het terreurnetwerk in Afghanistan, Pakistan, Iran, Oezbekistan en Tadzjikistan.

Bijzonder was zijn jarenlange band met Bin Laden. Al Masri, met Al Zawahiri de hoogste Egyptenaren in Al Qaida, was in de jaren tachtig betrokken bij de oprichting van Al Qaida. Hij vergezelde Bin Laden toen deze zich begin jaren negentig vestigde in Soedan.

Daar was Al Masri de financiële man van het zakennetwerk van de Al Qaida-leider. Toen Bin Laden zich in 1996 opnieuw in Afghanistan vestigde, ging Al Masri opnieuw met hem mee. Als financiële topman van Al Qaida, verschafte hij volgens de FBI drie van de 19 kapers van ‘11/9’ geld om de aanslagen te plannen en uit te voeren.

Al Masri, die in 2007 leider werd van de operaties in Afghanistan, kwam begin dit jaar nog in het nieuws toen hij de Jordaniër prees die in december bij een aanslag op een Amerikaanse basis in Afghanistan zeven CIA-agenten wist te doden. Hij eiste toen de aanslag op.

Hoewel zijn dood een flinke klap is voor het internationale terreurnetwerk, gaan Al Qaida-kenners ervan uit dat de organisatie het te boven zal komen. Ondanks de uitschakeling sinds 2001 van een flink deel van de Top-20, beschouwt Washington AlQaida nog altijd als een bedreiging.

De verijdelde aanslag op Kerstavond op een Amerikaans toestel naar Detroit, bewijst dat Al Qaida nog steeds de VS kan treffen op het eigen grondgebied.

De CIA heeft dit jaar al 38 aanvallen uitgevoerd met onbemande Predator- en Reapervliegtuigen, bewapend met antitankraketten, in de onrustige Pakistaanse grensprovincies. In heel 2009 waren het er 53. In december nog werden twee hoge commandanten gedood die verantwoordelijk waren het plannen en uitvoeren van Al Qaida-aanslagen.

Meer over