Een gevoel van huivering en ongemak

De pas gerenoveerde Kunsthal in Rotterdam opent met een expositie die weinig woorden nodig heeft. De 100 voorwerpen uit WO II tonen zelf hun verhaal.

De net heropende Kunsthal in Rotterdam ontvangt de bezoeker van de tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen in een wat grimmige sfeer. Tegenover de ingang staat een enorme Cromwell-tank, die door de Engelsen in 1944 is ingezet bij de Slag bij Overloon. Binnen, in een uitgestrekte zaal, zijn de overige 99 voorwerpen in streng gelid uitgestald op en aan stellages die door hun vorm associaties oproepen met guillotines of grafzerken. Geen vrolijke entourage, maar daar is dan ook geen aanleiding toe.

Uit 25 oorlogs- en verzetsmusea zijn de honderd voorwerpen verzameld die in de Kunsthal, in de (lange) aanloop naar de jaarlijkse herdenkingen begin mei tezamen de Tweede Wereldoorlog op een soms lichtvoetige, soms uitermate wrange manier representeren. Gastcurator Ad van Liempt, die zich met zijn tv-documentaires en publicaties over de oorlog steeds meer ontpopt als een hedendaagse Loe de Jong, heeft bij de samenstelling moed getoond; veel meer dan bij herdenkingsexposities gebruikelijk durft hij erop te vertrouwen dat de belangrijke feiten over de oorlog tot de basiskennis behoren van de hedendaagse burger. Zonder plichtmatige inleidingen komt hij bij elk voorwerp meteen to the point. En voor de meeste voorwerpen zijn ook maar weinig woorden nodig om hun aanwezigheid op de expositie te rechtvaardigen.

Voorwerpen kunnen niet schuldig of onschuldig zijn - ze zijn. Maar er kan wel schuld aan kleven. Een textielrol met afdrukken van jodensterren, die (met winst en aankoopverplichting) werd verkocht aan de Nederlandse Joden. De houten poortdeur van het Oranjehotel in Scheveningen, de laatste deur die ter dood veroordeelden voor hun executie passeerden. Een trompet van de nazistische jeugdbeweging de Jeugdstorm, waardoor de valse lucht van de propaganda is geblazen. De metalen plaat die aan treinwagons met Jodentransporten werd bevestigd met: Westerbork - Auschwitz, Auschwitz - Westerbork, en de mededeling dat de trein op de terugweg gesloten moesten blijven.

Er zijn stille getuigen - een door de hitte gesmolten, verwrongen naaimachine uit een in mei 1940 gebombardeerd huis in Rotterdam, de schoenmakerskist van Julius Gold uit Jutphaas (Utrecht), die hij aan de buren toevertrouwde toen hij met zijn gezin op transport werd gesteld, de (intussen veelbesproken) doos met knikkers die Anne Frank aan haar buurmeisje gaf.

Er zijn voorwerpen die vertellen over ontberingen - een goedbedoelde maar afstotelijke trui van hondenhaar, een houtkacheltje van blik. Er zijn voorwerpen die onontkoombaar toebehoorden aan de machthebbers - een soort leren troon met de letters N.S.B., de zetel van Anton Mussert, een SS-vlag die wapperde aan het door marteling en moord beruchte SD-hoofdkwartier in Groningen, het Scholtenhuis. En er zijn voorwerpen die een hommage vormen aan de inventiviteit en vasthoudendheid van verzetslieden - een knuffelbeer met inwendige smokkelwaar, het vermommingsbrilletje van Hannie Schaft, een radio ingebouwd in een liedboek.

Een met zorg gedoseerde en afgewogen expositie is het, waarbij zonder belerend commentaar de vele kanten van de Tweede Wereldoorlog in Nederland - die van daders en slachtoffers, soldaten en burgers, overwinning en nederlaag, bezetting en bevrijding - worden belicht. Voorwerpen kunnen niet schuldig of onschuldig zijn maar in een beladen context blijken ze, zeker in elkaars nabijheid, wel huivering en door hun ongelijksoortige komaf een gevoel van ongemak te kunnen opwekken.

De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen, Kunsthal Rotterdam. T/m 5 mei.

undefined

Meer over