Een gesloten wereld

De Nederlandse vertegenwoordigers in Straatsburg en Brussel geven hoog op over hun werk, maar voelen zich ook geïsoleerd: ‘We zitten hier allemaal bij elkaar gestopt in hotels en zijn de hele dag met elkaar bezig.’

De wereld houdt op te bestaan achter de muren van het Europees Parlement in Straatsburg. In het enorme gebouw haasten afgevaardigden uit alle uithoeken van de Europese Unie zich door het doolhof van gangen, de een op weg naar zijn werkkamertje, de ander op weg naar de hemicycle, de reusachtige koepelvormige zaal waarin de 785 europarlementariërs vergaderen. Dit is een wereld die zijn eigen rumoerige leven leidt, alle geluiden van buiten lijken verdwenen.

Af en toe rijden er bussen aan die vertegenwoordigers van de buitenwereld afleveren. Een folkloristisch gezelschap uit Umbrië, dat niet goed weet wat ze aan moet met de zeehondjes die actievoerders bij de ingang uitdelen. De pluchen beestjes vinden gretiger aftrek onder een groep toeristen uit Beieren, nog net niet in Lederhosen, maar wel met groene jagershoedjes met een veertje.

Als een van de actievoerders uitlegt dat het parlement over een verbod op de invoer van zeehondenbont stemt, ontstaat er verbroedering. Nee, zeehondjes doodknuppelen, daar zijn ze ook tegen!

Op de binnenplaats bewonderen de toeristen het ronde gebouw waarin de europarlementariërs huizen, terwijl de gids hen wijst op een Britse vlag die demonstratief uit een van de ramen wappert. ‘Daar zit waarschijnlijk een van die Britse anti-Europeanen’, legt ze uit. Braaf nemen ze foto’s van het eenzame protest. Ook een bedreigde diersoort, althans hier.

Binnen zit een groep Oostenrijkse toeristen fluisterend op de publieke tribune van de vergaderzaal. Het is de laatste echte vergaderweek in Straatsburg voor de Europese verkiezingen, en voor het scheiden van de markt proberen de europarlementariërs er nog zo veel mogelijk besluiten door te jassen. ‘Waar zitten onze mensen nu?’, vraagt een van de bezoekers. Ze kijkt een beetje teleurgesteld, wanneer ze te horen krijgt dat de Oostenrijkers verspreid over de zaal zitten, ieder bij hun politieke fractie.

Na een kwartiertje luisteren wordt het weer tijd plaats te maken voor een nieuwe groep. Veel hebben ze niet begrepen van het debat beneden in de zaal, dat uit een reeks verklaringen bestaat die haastig door de afgevaardigden worden voorgelezen. De meeste sprekers moeten het doen met maar één minuut, voordat de voorzitter hen de mond snoert. Ondanks de dappere pogingen van de gids blijft het voor de bezoekers een gesloten wereld.

Best trots
Toch heeft het parlement de afgelopen jaren een reeks besluiten genomen die heel dicht bij de burgers staan, betoogt Joseph Daul, de fractieleider van de christen-democratische Europese Volkspartij (EVP) in het europarlement. ‘Strengere normen voor de voedselveiligheid, lagere tarieven voor het mobiel bellen vanuit het buitenland, veiligheidseisen voor speelgoed, enzovoort. Allemaal zaken die het dagelijks leven van de burgers rechtstreeks aan gaan.’

De Duitse parlementsvoorzitter Hans-Gert Pöttering voegt daar nog een aantal wapenfeiten aan toe, zoals het akkoord over het klimaatplan van de Europese Unie, waarmee de uitstoot van kooldioxide drastisch gereduceerd moet worden. Volgens hem loopt de EU daarmee voorop in de wereld. ‘Daar mogen we best trots op zijn.’

Even goed blijft ‘Straatsburg’ een wereld apart, erkent PvdA-europarlementariër Jan Marinus Wiersma, die na tien jaar uit het Europees Parlement vertrekt. ‘Het is sterk overdreven om ons een kaste of een elite te noemen: wij schermen ons niet af van de burger. Maar er is wel een grote afstand tot de burgers, vooral fysiek’, zegt hij.

‘We moeten hier als Nederlandse europarlementariërs met een handjevol mensen (Nederland heeft momenteel 27 afgevaardigden, maar dat aantal gaat na de komende verkiezingen omlaag naar 25) zestien miljoen burgers vertegenwoordigen. Dat is geen eenvoudige taak, zeker niet als we ook nog eens gedwongen worden onze tijd te verspillen met die maandelijkse verhuizing naar Brussel. ‘Vooral in Straatsburg voel je je geïsoleerd. We zitten hier allemaal bij elkaar gestopt in hotels en zijn de hele dag met elkaar bezig. Vijfduizend mensen, de medewerkers meegeteld, die vier dagen in deze afgesloten wereld zitten.’

Maar het vermaledijde Straatsburg, dat in de ogen van veel burgers is uitgegroeid tot het levende bewijs van de Europese spilzucht, heeft ook voordelen, zegt een parlementariër. ‘Het is hier veel makkelijker zaken doen. Je bent hier met z’n allen, ook met mensen van de Europese Commissie, waardoor het veel makkelijker is je te concentreren op je werk. Vaak worden de echte deals hier gesloten.’ De kloof met de burger is volgens Wiersma ook een gevolg van de tamelijk ondoorzichtige structuur van het europarlement. Binnen de politieke fracties zijn er grote verschillen.

Zo zitten in de liberale ALDE-fractie, de VVD en D66 ongemakkelijk naast elkaar. De grootste fractie, de EVP, herbergt zo mogelijk nog meer uiteenlopende stromingen. Gematigde, pro-Europese christen-democraten zitten daar onder één dak met de nationalistische Forza Italia van de Italiaanse premier Berlusconi en de eurosceptische Britse Conservatieven, die na jaren van samenwerking hebben aangekondigd een eigen fractie te willen gaan vormen.

Het gevolg is dat het Europees Parlement dé ultieme compromissenfabriek is geworden, ook binnen de politieke fracties. ‘Voor kiezers is dat heel verwarrend. Het is voor hen heel moeilijk na te gaan: Wat gebeurt er eigenlijk met mijn stem?’, zegt Wiersma.

‘Er moeten altijd compromissen worden gesloten en daardoor is de politieke inbreng vaak niet meer duidelijk’, vindt ook zijn PvdA-collega Dorette Corbey, die deze zomer ‘met pijn in het hart’ uit Brussel vertrekt. ‘Het Europees Parlement lijkt vaak een kookpot waar iedereen van alles in doet. Dan krijg je een soep die misschien wel voedzaam is, maar niet herkenbaar.’

Volgens haar zit het parlement vast in procedures. ‘Bij sommige dossiers krijg je te maken met duizenden wijzigingsvoorstellen. Daardoor wordt het allemaal zo ingewikkeld dat lobbyisten vaak te veel invloed krijgen. Op die manier lukt het je ook nooit de harten van de mensen te bereiken. Het moet allemaal veel politieker worden.’

Wat dat betreft denken de europarlementariërs met weemoed terug aan de ‘Slag om Buttiglione’, eind 2004. Het parlement kwam toen in opstand tegen de Italiaanse kandidaat-eurocommissaris Rocco Buttiglione, die zich onvriendelijk had uitgelaten over vrouwen en homo’s. Daarmee maakte hij zich volgens de europarlementariërs ongeschikt voor de justitieportefeuille die Commissie-voorzitter José Manuel Barroso hem wilde geven. Uiteindelijk ging Barroso door de knieën en moest de regering-Berlusconi met een andere kandidaat op de proppen komen.

Die nederlaag werd door de euforische europarlementariërs gezien als een definitief keerpunt in de machtsverhoudingen tussen het parlement, de Commissie en de lidstaten.

Eindelijk had het parlement zijn tanden weer eens laten zien! Maar in de praktijk is er weinig veranderd. ‘Er is geen sprake van een politiek gevecht, zoals in de nationale parlementen’, zegt Wiersma. ‘Wij kunnen geen commissaris naar huis sturen. Dat een minister wankelt, dat ontbreekt hier allemaal.’

Elitair
Volgens Corbey stelt het parlement zich ook vaak ‘te elitair’ op. ‘Er is heel erg de sfeer van: wij zijn het centrum van Europa, wij vertegenwoordigen het volk. Wij kunnen geen fouten maken. Soms wil het europarlement te graag uniforme regels voor heel Europa maken, ook al verschilt de situatie van land tot land. Het gevolg is dat er soms regels worden gemaakt die in de praktijk heel moeilijk uit te voeren zijn door de lidstaten. Dan wordt al snel gezegd dat het aan de lidstaten ligt, maar er wordt niet kritisch gekeken naar de kwaliteit van de regelgeving zelf.’

Jeanine Hennis-Plasschaert, die op de tweede plaats van de VVD-lijst voor het Europees Parlement staat, is het ermee eens dat het parlement wel eens de neiging heeft zich met te veel te bemoeien. Maar andersom bespeurt zij bij Haagse parlementariërs soms ‘een zekere arrogantie’ ten opzichte van hun collega’s in het Europees Parlement.

Hennis-Plasschaert: ‘Luuk Blom, de Europa-woordvoerder van de PvdA in de Tweede Kamer, zei eens tegen mij: ‘Wij hier in Den Haag zijn de eredivisie, jullie spelen slechts in de eerste divisie!’ Omdat zij daar rechtstreeks in debat gaan met premier Balkenende. Nou, wij debatteren hier met president Sarkozy of premier Brown. Het was hilarisch om te horen, maar ook een beetje triest. Als het goed is, moeten we elkaar aanvullen. Het Europees Parlement gaat niet zorgen voor meer blauw op straat of meer handen aan het bed. Maar als er voor medische ingrepen enorme wachtlijsten zijn, wil je toch over de grens geholpen worden. Daar kunnen wij dan weer een rol bij spelen.’

Volgens Wiersma zijn het Nederlandse en Franse ‘Nee’ tegen de Europese Grondwet in 2005 uiteindelijk ‘positief’ geweest voor Brussel en het Europees Parlement. ‘Het heeft zichtbaar gemaakt wat er onderhuids leeft. De mensen zijn vóór Europese samenwerking, maar tegelijkertijd zijn ze wantrouwend tegenover wat ze zien als de Europese elite. Daar moeten we rekening mee houden.’ Volgens Wiersma is het sindsdien voorbij met de sfeer van ‘We zijn op weg naar een federaal Europa’.

Maar makkelijk is het voor de Nederlandse europarlementariërs niet altijd geweest. In Nederland werden zij gezien als lakeien van Brussel, maar in het Europees Parlement beschouwde men hen als verraders van de Europese zaak. Kenmerkend voor de sfeer was de ontvangst die premier Balkenende ten deel viel in het Europees Parlement na de verwerping van de Grondwet. Veel europarlementariërs hadden demonstratief een Europees vlaggetje voor zich gezet, als protest tegen de Nederlandse eis dat alle elementen die de indruk wekten dat de Europese Unie een staat is, uit het document zouden worden verwijderd.

Wiersma: ‘Wij kregen steeds te horen dat Nederland zich met het ‘Nee’ tegen de Grondwet had geïsoleerd in Europa, maar als je sommige parlementariërs dan persoonlijk sprak, gaven ze stilletjes toe dat de Grondwet in hun land misschien ook was verworpen, als er een referendum was gehouden.’

Maar van enig begrip is geen sprake als Daniel Cohn-Bendit, de welbespraakte leider van de Groenen in het europarlement, die dag zijn twijfels uitspreekt over de rol van de Tsjechische president Vaclav Klaus bij de stemming in de Tsjechische Senaat over het Verdrag van Lissabon, de opvolger van de Grondwet. Volgens de voormalige studentenleider zou Klaus er niet voor terugschrikken wat senatoren om te kopen. ‘Zo gaat dat in Tsjechië.’

Schandalig
Uiteindelijk geeft de Tsjechische Senaat toch zijn fiat aan het verdrag dat de EU makkelijker bestuurbaar moet maken en het europarlement aanzienlijk meer bevoegdheden geeft, maar toch vindt Wiersma de uitlating van Cohn-Bendit ‘schandalig’. ‘Er heerst in Brussel en bij het parlement veel te veel de sfeer uit de tijd van (voormalig Commissie-voorzitter) Jacques Delors. Het idee dat je Europa versterkt door de Europese instellingen meer bevoegdheden te geven. Maar ik denk dat dat verkeerd is. Daarmee loop je op een gegeven moment tegen de muur.’ En achter die muur begint de echte wereld weer.

Meer over