Een gelukkige polderjeugd

Nederlandse scholieren zijn de gelukkigste van Europa. Geen wonder, het zit ze mee. Uitzonderingen daargelaten, dat wel...

Door Ben van Raaij

Rondhangen, agressie, roken, drinken, drugs klaagzangen over 'de jeugd van tegenwoordig' zijn van alle tijden. Maar met de Nederlandse jeugd gaat het door de bank genomen prima, bleek gisteren uit Health Behaviour in School-aged Children, een internationaal vergelijkend onderzoek naar gezondheid, welbevinden en risicogedrag van scholieren onder auspicivan de Wereldgezondheidsorganisatie.

Opmerkelijkste uitkomst: Nederlandse scholieren van 11 tot 15 jaar zijn vergeleken met hun leeftijdgenoten in Europa en Noord-Amerika verreweg het gelukkigst. Zij geven het vaakst van alle scholieren een dikke voldoende aan hun leven en tonen zo een hoog niveau van tevredenheid (zie tabel).

Nederlandse scholieren komen vergeleken met scholieren in andere landen veelal uit welvarende, stabiele gezinnen, kunnen goed overweg met ouders en vrienden, gaan met plezier naar school en doen het daar goed, stellen de jeugdonderzoekers prof. dr. Wilma Vollebergh en prof. dr. Tom ter Bogt van het Trimbos-instituut, onderzoeksinstelling voor geestelijke volksgezondheid en verslavingszorg en uitvoerder van het Nederlandse deelproject.

'Het is tegenwoordig in de mode om te klagen over gebrek aan normen en waarden', aldus Ter Bogt. 'Maar dat valt in de gezinnen en op school eigenlijk wel mee.' Zo melden kinderen dat ze goed bij hun ouders terecht kunnen met problemen, en zegt meer dan 70 procent dat hun medeleerlingen aardig en behulpzaam zijn. 'We zijn internationaal gezien een welvarend land met harmonieuze generatieverhoudingen en een gewaardeerd schoolsysteem.'

Een belangrijke verklaring van het scholierengeluk zien Vollebergh en Ter Bogt in de Nederlandse welvaart. Nederland staat in de topvijf als gekeken wordt hoe hoog scholieren de welstand in hun gezin inschatten. Dat gebeurt aan de hand van de aanwezigheid thuis van materi zaken als een auto, een of meer computers en een eigen kamer. 'Naar deze maatstaven bezien zijn er vergeleken met andere landen weinig echt arme gezinnen in Nederland.'

De andere pijlers van het scholierengeluk zijn hun stabiele gezinssituatie en een vriendennetwerk. In tegenstelling tot het heersende beeld van uiteenvallende gezinnen leven Nederlandse kinderen van 11 tot 15 relatief vaak bij beide biologische ouders (83 procent, tegen 93 procent in Malta en slechts 60 procent in de VS). Al krijgt uiteindelijk toch een kwart van de kinderen met gescheiden ouders te maken.

De scholieren kwalificeren de verhouding tot hun ouders als uitstekend. Internationaal prijken we in de topvijf, met de Oost-Europese landen. De prettige ouder-kindrelaties gelden zowel vaders als moeders. Deze uitkomsten, die eerder onderzoek bevestigen, laten zien dat Nederland zich ook hierin positief onderscheidt, zegt Vollebergh.

Met zulke harmonieus gezinsgeluk is het niet gek dat de kinderen graag thuis zijn. Ze gaan na school minder de hort op dan in andere landen, al hebben ze veel vrienden. 'Nederlandse scholieren zijn tevreden over hun vriendenkring, maar hangen er niet voortdurend mee rond', zegt Ter Bogt. En voor ouders die gek worden van het bellen, mailen en sms'en van hun kinderen is er goed nieuws: het kan veel erger. Vergeleken met leeftijdgenoten elders wordt er door Nederlandse scholieren dagelijks weinig gebeld, gemaild of ge-sms't.

Een zeer ruime meerderheid van de kinderen vindt school leuk tot zeer leuk, en dat geldt voor jongens en meisjes van alle schooltypen. Geen wonder: Nederlandse scholieren ervaren op school weinig druk (5 procent van de 11-jarigen ervaart 'enige druk' tegen gemiddeld 25 procent elders), hebben relatief weinig huiswerk en betitelen de sfeer in de klas meer dan gemiddeld als uitstekend in tegenstelling tot leeftijdgenoten in de VS, Rusland en Engeland, de landen met de laagste scores.

Daar staat tegenover dat een op de zes scholieren meer dan twee uur per dag aan zijn huiswerk zit. Vooral meisjes en allochtone kinderen ervaren meer druk. En naarmate kinderen ouder worden, hebben ze meer stress, vinden ze school minder leuk en schatten ze hun eigen prestaties lager in.

Nederlandse scholen zijn niet zulke broeinesten van agressie als wel eens wordt gevreesd:

onze scholieren pesten minder vaak dan in andere landen gebeurt, en worden ook minder gepest. Ook vechten ze minder dan in de VS of Oost-Europa, waar het schoolklimaat veel harder lijkt te zijn. Toch wordt op de tien scholieren gepest, en heeft 15 tot 17 procent van de jongens afgelopen jaar meer dan drie keer gevochten. 'In elke klas zitten een paar agressieve vechtersbazen', aldus Ter Bogt. Pesten en vechten komt vaker voor bij jongens, op het vmbo en onder allochtonen.

Gemiddeld zitten Nederlandse scholieren lekker in hun vel: ze hebben weinigpsychosomatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn, zenuwen of 'slecht humeur'. 'Meisjes doen het op dit punt gemiddeld slechter', zegt Vollebergh. Bij de 11-jarigen is de situatie nog gelijk, maar bij 15-jarigen hebben meisjes tweemaal zoveel klachten als jongens.

De meeste jongeren melden een hoge mate van welzijn, maar er is een groep met wie het minder gaat. Een op de tien zegt regelmatig ongelukkig te zijn, en 23 procent van de 15-jarigen noemt zijn gezondheid minder goed 18 procent van de jongens en 27 procent van de meisjes. De helft van de scholieren heeft vaker dan eens per week gezondheidsklachten. Vmbo'ers en allochtone kinderen melden meer klachten.

Eprobleem springt er uit: Nederlandse scholieren zijn opvallend vaak ontevreden met hun gewicht. Van de 11-jarigen vindt 30 procent zich te dik, van de 15-jarigen 37 procent. Vooral meisjes zijn bezig met hun gewicht: van de 15-jarige meisjes voelt 51 procent zich te dik, hoewel slechts 10 procent dit volgens haar zelfgerapporteerde gewichtook is. 'Dit grote verschil tussen zelfbeeld en realiteit wijst op een obsessie met het lichaamsbeeld', meent Vollebergh. Jongens voelen zich juist vaak te dun, lees te weinig gespierd.

Vreemd genoeg lijnen Nederlandse scholieren extreem weinig, zeker vergeleken met Amerikanen en Hongaren. Integendeel, ze nuttigen relatief veel snoep en softdrinks al krijgen ze van alle jongeren het vaakst een echt ontbijt voordat ze naar school vertrekken.

De overgrote meerderheid van de Nederlandse scholieren experimenteert met tabak, alcohol en drugs, vanouds een manier om de overgang naar de volwassenheid te markeren. Maar het gebeurt volgens Ter Bogt en Vollebergh met 'typisch Nederlandse matigheid'.

Bij roken is Nederland een middenmoter. Elfjarigen scoren zelfs laag. Van de 15-jarigen heeft 57 procent ooit gerookt. In Groenland is dat 86 procent, in Macedoni5 procent. Dagelijks rookt in Nederland 19 procent van de 15-jarige jongens, en 20 procent van de meisjes. Dat loopt op tot 32 en 37 procent bij 16/17-jarigen. 'Roken wordt langzaam een feminiene activiteit.'

Ook het alcoholgebruik kent enige matigheid, hoewel 56 procent van de 15-jarige jongens en 47 procent van de meisjes wekelijks aan het bier zit, goed voor een derde plaats. Niet per se reden tot zorg, vindt Ter Bogt, want Nederland scoort laag op dronkenschap. 'Ze mogen thuis drinken en gaan er relatief verstandig mee om, behalve de 10 tot 15 procent die geen maat kan houden.' Dat het anders kan bewijzen de Angelsaksische landen, waar drankgebruik volledig op intoxicatie is gericht.

Van de Nederlandse scholieren van 15 heeft 26 procent ooit cannabis gebruikt, jongens iets meer dan meisjes. Deze score is licht bovengemiddeld. In Groenland is het 46 procent. Maar ook Canada, Engeland, Frankrijk en de VS scoren veel hoger. Het aantal 'heavy users' is in Nederland voor een rijk land laag: 2,8 procent van de 15-jarigen. Recent onderzoek van het Trimbos-instituut toont aan dat het cannabisgebruik stabiliseert. 'Blijkbaar werpt het Nederlandse drugsbeleid vrucht af.'

Het totaalbeeld stemt Vollebergh tevreden. 'Het lijkt met 80 procent van de kinderen uitstekend te gaan. Dat wisten we natuurlijk wel, maar nu wordt ook internationaal bevestigd dat Nederland het in deze goed doet.' Maar dat geldt niet voor iedereen, erkent ze. Zo lijken meisjes vanaf hun elfde slechter af dan jongens. 'Meisjes worden minder gelukkig, ervaren meer schoolstress, hebben meer gezondheidsklachten en een lager welzijn. Je ziet de verschillen in psychisch welbevinden tussen mannen en vrouwen op deze leeftijd ontstaan.'

Daarnaast baart een minderheid van de scholieren zorgen. Eop de vijf jongeren heeft zulke grote psychische en gedragsproblemen (angst, depressie, agressie, sociale problemen) dat zij risico lopen later serieuze problemen te ontwikkelen. Deze groep zit vaker op het vmbo. 'Vmbo'ers hebben tweemaal zoveel problemen als vwo'ers. Schrijnend als je bedenkt dat ze ook sociaaleconomisch het slechtst af zijn.'

Hoewel allochtone kinderen op het vmbo oververtegenwoordigd zijn, wil Vollebergh ze niet als geheel een probleemgroep noemen. 'Sociaal-economische ongelijkheid is belangrijker. Welzijnsverschillen weerspiegelen sociale ongelijkheid, en die heeft nu een kleur. Allochtonen onderscheiden zich in sommige opzichten juist positief: zo gebruiken ze minder drank en drugs.'

De probleemgroep blijft een smet op het rooskleurige beeld. Vollebergh: 'In een welvarend land waar de gemiddelde scholier het zo goed doet, is extra aandacht voor de groep die er minder florissant voorstaat een plicht.'

Meer over