'Een gekkenhuis' als beloning voor 'n sprintexplosie

De uitgetelde renner explodeerde op de Zeedijk van Duinkerken en de opgeluchte ploegleider kon van de weeromstuit geen woord uitbrengen....

Van onze verslaggevers

Wybren de Boer

Jaap Visser

DUINKERKEN

Grinnikend stapt de sportdirecteur van TVM uit zijn ploegleiderswagen om op televisie de herhaling van de eindsprint te aanschouwen. 'Hi, hi, hi', doet Priem wanneer hij Blijlevens in triomf de armen in de lucht ziet werpen. 'Goh, hi, hi, hi.'

Op hetzelfde moment wordt Blijlevens van de ene televisiecamera naar de andere radioreporter gesleept. En weer terug naar de televisie. Alleen Frans gaat hem slecht af. 'Ik spreek Nederlands, Engels en ein bischen Duits. Da's mooi genoeg, toch.' Hij oogt rustig, maar de schijn bedriegt. 'Ik weet niet wat me overkomt, wat een gekkenhuis ineens.'

'Ha, ha, ha', doet Priem wanneer hij Blijlevens in de zoveelste slow-motion Cipollini, Abdoesjaparov, Svorada, Zabel en Moncassin ziet kloppen. 'Ha, ha, ha, 't is toch wat.'

Het duurt even voordat Priem weer de professionele ploegleider is die hij behoort te spelen. 'We hebben gegokt en gewonnen. We hebben niet voor niets op Blijlevens gewacht in de ploegentijdrit', zegt hij uiteindelijk met een stalen gezicht.

Gewacht tijdens de ploegentijdrit? Blijlevens kwam dinsdag in Alençon in z'n eentje, zwalkend, meer dan acht minuten na zijn ploegmakkers over de meet. De zwoegende sprinter had nog net een half minuutje over om niet uit de koers te worden gezet. Priem: 'Toch hebben we op 'm gewacht. Het had erger kunnen zijn. We hebben 't klassement van Bo Hamburger laten schieten om Blijlevens een tijdlang op sleeptouw te kunnen nemen.'

Na de ploegentijdrit had Priem nog verzucht dat hij Blijlevens te vroeg mee naar de Tour had genomen. 'Want Jeroen blijkt er nog niet klaar voor.' Gisteren, na Blijlevens' verrassende ritzege in Duinkerken, zei de ploegleider dat hij het toch maar mooi bij 't rechte eind heeft.

'Jeroen is voor niemand bang. Hij is serieus en heeft toch overal maling aan. Dat typeert de echte sprinter. Hij doet mij denken aan Theo Smit. Die ging in 1975 naar de Tour en won meteen twee etappes. Smit zette alle grote sprinters in de zeik. Net zoals Jeroen dat vandaag deed.'

In de Tour de l'Avenir van 1993 trok Blijlevens de aandacht van Priem door zich een rappe spurter te tonen. Dat najaar kreeg de geblokte Brabander een contract bij TVM en op het jaarlijkse 'kameradenfeest' van de ploeg deed hij meteen van zich spreken.

Priem: 'Hij had een lekker borreltje gedronken toen hij opeens op een tafel klom en riep: dames en heren, ik ben Jeroen Blijlevens. Ik kan sprinten en voor de rest niets, maar ik ga volgend seizoen wel vier koersen winnen. Ik dacht: da's een aparte. Het deed me wel iets. Ik vond het mooi.'

Niet vier, maar drie koersen won Blijlevens in z'n debuutjaar en dat vond hij te weinig. Vandaar dat Jerommeke, zoals het gespierde druktemakertje binnen de ploeg wordt genoemd, de afgelopen winter bergen trainingsarbeid verzette. Lange veldritten brachten hem meer uithoudingsvermogen, trainingssessies op de baan van Gent scherpten zijn sprint aan.

Blijlevens werd er zoveel beter van dat hij als tweedejaars prof het geweld van de grote sprinters kan weerstaan. In het voorseizoen spurtte hij naar liefst zeven overwinningen en zijn idool Van Poppel werd zowaar één van zijn bewonderaars.

Priem: 'Die twee trainen nu vaak samen en stimuleren elkaar. Ze kunnen goed met elkaar overweg, hoewel het twee totaal verschillende sprinters zijn. Van Poppel kan op vijfhonderd meter van de meet aanzetten en het in z'n eentje afmaken. Blijlevens is een afwachter, een sprinter die op de loer ligt en opeens als een duveltje uit het doosje springt.'

Zoals gisteren in Duinkerken, waar de aankomst lang was en zo vlak als een tafel bovendien. 'Dat zijn mijn aankomsten' zegt Blijlevens. 'Als het een beetje omhoog loopt, kom ik kracht en inhoud te kort. Nog wel.'

Zijn ogen blikken zelfverzekerd in de camera en zijn stem hapert geen seconde. Vandaag heeft hij ze laten zien dat hij thuis hoort in de Tour de France. 'Ja, ik ben nog erg jong, maar ik wist dat ik hier meekon. Die negatieve verhalen over mij in de kranten hebben me gesterkt. Je leest het en denkt: ik zal ze eens wat laten zien. Ik heb mijn mond gehouden en revanche genomen. Op de mooiste manier, op de fiets.'

Dat hij in de ploegentijdrit in de steek was gelaten, had hem pijn gedaan, maar 's avonds hadden zijn maatjes hem weer opgebeurd. Ze hadden gezegd dat ze nog altijd in zijn geweldige sprincapaciteiten geloofden. En 's nachts in bed had hij nog gedacht aan wat Jean-Paul van Poppel hem op hun Brabantse trainingstochten had verteld.

Blijlevens: 'Niks te jong, zei Jean-Paul, hoe eerder je ervaring opdoet, hoe beter. De eerste dagen moet je afzien. Daarna zullen ze niks meer van je verwachten, denken die andere sprinters dat je moe bent. En dan kom jij. Jij kunt ze hebben.'

's Morgens bij het vertrek had hij al gevoeld dat de benen goed waren. Dus vroeg hij of de mecaniciens 'een elf' wilden monteren. Daar reden de toppers ook mee, Cipollini, Jalabert, Abdoesjaparov. Vijftig kilometer na het vertrek zag hij dat het kleinste blad ontbrak. 'Vergeten zeker.' Prompt had hij om een nieuw achterwiel gevraagd, eentje met een elf erop. 'Moet wel, anders kun je niet mee met de toppers.'

En daar staat hij nu: winnaar van een Tour-etappe. Cipollini geklopt. 'Nee, die had ik nog nooit verslagen. Nu weet ik dat ik ze allemaal kan hebben. En ik groei nog steeds hè. Mijn beste jaren moeten nog komen. Misschien over een paar jaar de groene trui.'

En deze Tour? Vandaag biedt het parkoers wederom gelegenheid tot een massaspurt. Wilfried Nelissen mag dan gezegd hebben dat de aankomst in Charleroi verdomd lastig is, het euforische gevoel van zegevieren in een Tour-etappe wil Blijlevens zo snel mogelijk weer meemaken. 'Al vóór de streep rechtop kunnen gaan zitten, omdat je weet dat je wint, dat is magisch.

'Als je er één gewonnen hebt, wil je er ook twee. Maar die naar Alpe d'Huez zal ik wel niet winnen.'

Meer over