Een geheugen in beheer

Het is nauwelijks verwonderlijk dat schrijvers naar de pen grijpen wanneer ze meemaken hoe hun ouders (of schoonouders, zoals onlangs Voskuil) steeds vergeetachtiger worden....

Naarmate haar dementerende moeder meer vergeet, moet er meer gedocumenteerd worden: 'De toekomst is op. Haar kinderen moeten haar geheugen in beheer nemen. Wij moeten haar verleden herinneren, dus ook dat van onszelf toen we klein waren.' In korte, onnadrukkelijke stukjes worden niet alleen de grote gebeurtenissen, maar ook het allerkleinste en ogenschijnlijk onbelangrijke in kaart gebracht. Wat verdiende haar vader als slagersknecht? Welke liedjes zong oma altijd? Hoe werd een varken geslacht? Hoe verging het haarzelf op de nonnenschool?

Niet alleen een familieleven wordt vastgelegd, ook een tijdperk; de tijd dat de mensen die 'goed -rooms' waren nog tien kinderen hadden, de tijd waarin meisjes konden kiezen tussen de fabriek of een dienstbetrekking, de tijd waarin kleden geklopt moesten worden en haarden geveegd. Zo werd een van de zusters van de moeder door de nonnen geronseld om in een ziekenhuis te werken: 'Eén keer per drie maanden mochten we naar huis. En we kregen drie dagen vakantie per jaar. Het geld werd rechtstreeks naar huis gestuurd. Als we zelf iets wilde kopen, een busje stroop of jam voor op het brood, wol om een trui te breien, dan moest je dat op kantoor gaan vragen. Als moederoverste instemde met het verzoek, kreeg je het geld.'

Hilhorst graaft in het verleden, vindt foto's, trouwboekjes, ansichtkaarten: 'Fragmenten uit verhalen, die langzaam maar zeker de vorm aannamen van een kleine geschiedenis die met grove steken vastgenaaid blijkt aan het eigen leven.'

Ondertussen takelen de vader en de moeder verder af. Het begint met de lange verveelde dagen van de twee oudjes thuis, hun gekibbel en hun verwarring, het slepende ritme van kopjes koffie en boterhammen, en uiteindelijk de vernederende gang naar het bejaardentehuis. De stoet broers en zussen zet alles op alles om met solidariteit, liefde en verbeten ergernis 'het kaartenhuis dat de vader en de moeder vormen, zo lang mogelijk overeind te houden'. Meestal is dat pijnlijk, soms ook geestig: 'De moeder vangt een naam van iemand op. Herhaalt die naam. Zegt: Die ken ik niet, mijnheer Alzheimer. Waar woonde die dan?'

Zelfs de woede op de vader, die vooral een egocentrische tiran blijkt te zijn geweest, maakt bij de kinderen geleidelijk plaats voor heimwee en medelijden, vooral wanneer hij ten slotte alleen overblijft en zich afvraagt hoe het toch mogelijk is dat 'iemand uitgeleefd kan zijn en toch zoveel teweegbrengt'. Dat is precies de vraag die Hilhorst met haar familiekroniek probeert te beantwoorden.

Meer over