analyse

Een Europese uitbraak van apenpokken hing in de lucht, maar blijft tóch een mysterie

De plotse uitbraak van apenpokken in Europa zat er al enige tijd aan te komen. Met zeker tachtig bevestigde gevallen in elf landen, waaronder enkele in Nederland, is de grote vraag: waarom ineens zo heftig?

Maarten Keulemans
Het apenpokkenvirus onder de microscoop na een Amerikaanse uitbraak in 2003.  Beeld CDC via AP
Het apenpokkenvirus onder de microscoop na een Amerikaanse uitbraak in 2003.Beeld CDC via AP

‘Een grote zorg’. Al in december 2019, nota bene de maand waarin corona voor het eerst opdook in Wuhan, waren dat de woorden die wetenschappers gebruikten om de dreiging van een heel ander virus te beschrijven: apenpokken.

In een vakblad constateerde een internationaal team, met in de gelederen Marion Koopmans: er is alle kans dat apenpokken zich binnenkort internationaal gaat verspreiden. ‘Het is niet langer een zeldzame virale zoönotische ziekte die vooral in afgelegen delen van Centraal- en West-Afrika optreedt.’

Geen wonder. Sinds in de jaren zeventig de pokkenvaccinaties stopten, is er een nieuwe generatie opgegroeid die weer vatbaar is voor pokkenvirussen – het apenpokkenvirus is directe familie van het, in 1980 uitgeroeide, menselijke pokkenvirus. Dus is er is een ‘ecologische nis’ ontstaan, zeggen virologen, waarin er weer een pokkenvirus kan rondgaan onder de mens.

Het aantal besmettingen bij de mens steeg de laatste twintig jaar dan ook ‘exponentieel’, constateert de groep. Zo pruttelt het virus sinds 2017 in Nigeria, met in amper twee jaar tijd 132 bevestigde ziektegevallen en zeven sterfgevallen. Eind 2018 dook de ziekte al even op in Europa: twee reizigers namen het virus mee naar Engeland, waar een van hen ook een zorgmedewerker besmette.

Ook in Nederland

En nu dus opeens de uitbraak in de Westerse wereld, met zeker tachtig bevestigde gevallen in elf landen, waaronder enkele in Nederland. Het exacte aantal Nederlandse patiënten kon het RIVM zaterdagmiddag niet geven. Uit de eerste genetische analyses blijkt dat het virus dat nu rondgaat, direct verwant is aan de Nigeriaanse apenpokken én aan de Britse virussen uit 2018.

Geen paniek, dit is geen corona. Anders dan corona is apenpokken een goed zichtbare ziekte, die zich vooral verspreidt als de drager de kenmerkende blaasjes heeft. Daardoor zijn patiënten doorgaans makkelijk op te sporen. Bovendien is het virus, anders dan corona, een langzaam muterend ‘dna-virus’, een virus dat zijn erfelijk materiaal heeft opgeslagen in stugge strengen dna. Dat maakt de kans op nieuwe varianten kleiner.

Maar een raadsel is er wel. In Afrika gaat het virus rond in knaagdieren, waarvandaan het af en toe overspringt naar de mens, via bijvoorbeeld beten of bloed. Buiten Afrika mist het die basis en horen uitbraken eigenlijk uit te doven.

Het virus gaat immers buitengewoon moeizaam van mens tot mens, bij intensief, nabij contact, via lichaamsvloeistoffen, opengebarsten blaasjes en bijvoorbeeld vuil beddengoed. Rara, waarom duiken er dan ineens overal gevallen op, van Canada tot Zweden en van Nederland tot Spanje? ‘Dit is totaal niet gebruikelijk’, aldus de pokkenexpert van de WHO, epidemiolooog Rosamund Lewis, in een reactie.

Superverspreider

Eén mogelijkheid is dat het virus via een of andere ‘superverspreider’ is uitgewaaierd over de windstreken, misschien via het Antwerpse leer- en fetisjfestival Darklands, waar in elk geval de Belgische patiënten aanwezig waren. Dat kan verklaren waarom het virus vooral opduikt in kringen van mannen die seks hebben met andere mannen.

Een andere mogelijkheid is dat het virus al een poos onder ons is, in de vorm van milde, nauwelijks ontdekte gevallen en nu pas opvalt. Of, ook denkbaar is dat het virus heeft postgevat bij een of ander Europees dier. Zoiets gebeurde in 2003 in de Verenigde Staten: het virus kwam het land in via geïmporteerde knaagdieren uit Ghana, besmette vervolgens een groep tamme prairiehonden en verspreidde zich zo over zes staten, met 47 ziektegevallen als gevolg. Exotischer, maar minder waarschijnlijk, is dat het virus zélf besmettelijker is geworden.

Uit oude dierproeven is bekend dat het virus zich soms wel degelijk ook door de lucht kan verspreiden. In Congo was er in (alweer) 2003 een raadselachtige uitbraak in een ziekenhuis, met elf zieken en één dode. Zo’n ziekenhuisuitbraak is vaak een aanwijzing dat een virus zich door de lucht verspreidde.

Hoewel de ziekte extra aandacht trekt omdat de wereld zo kort na corona extra schrikachtig is, zou het te makkelijk zijn de uitbraak weg te wuiven. De ziekte treft vooral kinderen en jonge volwassenen, de groep die nooit is ingeënt tegen de pokken. En behalve vervelend kan de infectie ook ernstig zijn. In Nigeria overlijdt ongeveer 1 procent van de patiënten, al zal dat cijfer naar verwachting in Europa, met zijn goede zorg en vroege opsporing, veel lager uitvallen.

Brandhaardjes

In de landen waar apenpokken is opgedoken, zal men brandhaardjes proberen te doven zoals je wegdwarrelende vonken van een kampvuur uittrapt, door steeds patiënten te isoleren, en nauwe contacten op te sporen en te waarschuwen. Het ministerie van Volksgezondheid heeft al aangekondigd dat besmettingen of vermoedens daarvan moeten worden gemeld. De GGD vraagt mensen die in contact zijn geweest met een besmet persoon in quarantaine te gaan. Mocht dat niet genoeg zijn, dan kan men altijd nog het pokkenvaccin inzetten. Dat beschermt voor ongeveer 80 procent tegen apenpokken.

Wellicht zullen gezondheidsinstanties in zo’n geval overgaan tot ‘ringvaccinatie’, waarbij de directe contacten van geïnfecteerden worden ingeënt of het vaccin wordt aangeboden aan mannen die seks hebben met mannen. Voor de patiënten zelf is het middel tecovirimat achter de hand. Dat is een virusremmer die in elk geval bij dierproeven enige bescherming biedt tegen de ziekte.

Of dat genoeg is om de overgekookte Nigeriaanse uitbraak weer onder de duim te krijgen? Dat is de vraag. Britse gezondheidsexperts wijzen op de parallel met ebola en zika: allebei virussen die men ook onder controle dacht te hebben – tot de dag dat het ineens niet meer zo was.

Meer over