Een eigenzinnige natuurclub

Er is in Nederland een vrij onbekende, kleine jeugdbond die dit jaar 78 jaar bestaat, waarschijnlijk zonder problemen de volgende eeuw haalt en in 2020 weleens zijn honderdjarig bestaan kan vieren....

PIET VAN SEETERS

De historie van deze Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie wordt in De NJN, een gemeenschap van individualisten (Opulus Press, Leiderdorp; ¿ 37,50) beschreven door de biologe Marga Coesèl, die zich heeft gespecialiseerd in de geschiedenis van de biologie en promoveerde op een biografie van de bioloog Jacob Heimans. Ze is zelf geen lid geweest van de NJN, maar geeft in haar boek, zeggen oud NJN'ers, een goede beschrijving van dit sympathieke clubje met zijn eigen subcultuur.

Groot is de NJN nooit geweest. De grootste aanhang, 3700 leden, had de bond in 1945. Daarvoor en daarna schommelde het ledental meestal tussen de duizend en tweeduizend. Nu heeft de NJN ongeveer zevenhonderd leden. NJN'ers behoren, schrijft Coesèl, 'niet tot dat deel van de jeugd dat primair geïnteresseerd is in mode, sport, brommers, televisie en popmuziek. NJN'ers zijn in het algemeen niet erg sociaal; het zijn meer individualistisch en soms anarchistisch ingestelde jongeren met een eigen levensstijl en eigen interessen. Veel leden vinden zichzelf anders dan de meeste van hun leeftijdgenoten.'

Maar de maatschappelijke invloed van de NJN is veel groter geweest dan het bescheiden ledental doet vermoeden. Veel NJN'ers maakten van hun hobby, de natuurstudie, hun beroep en kwamen terecht in de wetenschap en de natuurbescherming. Voorbeelden zijn Niko Tinbergen, Victor Westhoff, Dick Hillenius en Peter Nijhoff van Natuur en Milieu. Veel NJN'ers zochten hun heil in bestuurswerk of de politiek: Bram van der Lek, Theo Quené, Tineke Schilthuis, Danny Tuijnman, Els Veder-Smit, Henk Vonhoff en Roel de Wit. Maar ook creatieve geesten voelden zich in de NJN thuis, zoals Femke Boersma, Rudi Fuchs, Bert Haanstra, Ger Harmsen, W.F. Hermans, Wim Klinkenberg en Lou van Rees.

Coesèl maakte van de geschiedenis van de NJN een boeiend boek. Door de decennia heen weet de bond zichzelf te blijven. Regelmatig keert de discussie terug waar het hoofdaccent moet liggen: bij de studie van de natuur of bij het gezamenlijk als jongeren optrekken, bij de jeugdbond dus. En keer op keer kiest de bond dezelfde oplossing: bij allebei. Incidenteel zijn er kleine strubbelingen over leden met afwijkend gedrag. Een keer dreigt een kleine groep zelfs geroyeerd te moeten worden, maar dat blijkt uiteindelijk niet nodig.

En dus blijft de NJN gewoon zichzelf. Wie 23 jaar wordt, moet eruit, en steeds opnieuw komt een 15-jarige ervoor in de plaats. Tot op hoge leeftijd kijken oud-NJN'ers dankbaar en bijna vertederd op hun jaren in de bond terug. Het zijn dan ook jaren, zoals Coesèl schrijft, 'in een opmerkelijke organisatie, een even eigenzinnig als begaafd gezelschap'.

Piet van Seeters

Meer over