Een echte overlevingskunstenaar

De Turkse elite wantrouwt premier Erdogan. ‘Er is niet zozeer kritiek op zijn beleid, maar wel op zijn mogelijke intenties’, zegt europarlementariër Joost Lagendijk....

Eric Outshoorn

‘Het kan niet zo zijn dat wie de macht heeft, ook automatisch gelijk heeft. Dat secularisme vind ik ook niet zo gezond, als ik zie hoe tegen ons wordt geageerd’, zei Recep Tayyip Erdogan (53) bijna negen jaar geleden tegen de Volkskrant.

In negen jaar is er één ding onveranderd: het seculiere establishment – de strijdkrachten voorop – gaat nog steeds tegen hem te keer.

Maar zijn positie is onvergelijkbaar verbeterd. Toen was hij ambteloos burger (net ontslagen als burgemeester van Istanbul) in afwachting van een gevangenisstraf, nu is hij de zittende premier van Turkije die opnieuw de verkiezingen comfortabel heeft gewonnen.

Erdogan komt van ver. Hij werd geboren in de arme Istanbulese wijk Kasimpasha. Daar groeide hij op en verdiende hij wat bij als verkoper van simits (cirkelvormige broodjes met sesamzaad). Hij ontwikkelde zich tot een niet-onverdienstelijke semiprofvoetballer. Hij is – evenals zijn grootste tegenstrever chef staf generaal Yasar Büyükanit – fan van Fenerbahce.

Erdogan werkte bij het vervoerbedrijf in Istanbul, maar werd na de coup van 1980 ontslagen vanwege zijn islamistische sympathieën. Hij was toen al actief bij de Nationale Heilspartij die fundamentalistische trekken had.

Na de coup werd deze partij verboden, maar herrees als de Welzijnspartij (Refah). Erdogan klom op tot voorzitter in Istanbul en toen de partij bij de lokale verkiezingen in 1994 een grote overwinning boekte, werd hij burgemeester van Groot-Istanbul.

Daar legde hij de basis voor zijn latere populariteit. Voor- en tegenstanders vinden dat Erdogan een uitmuntende bestuurder was die de stad groter en schoner maakte. Ook was er relatief weinig corruptie – een nationale ondeugd.

De Welzijnspartij werd in 1998 verboden wegens anti-seculiere activiteiten. De partij herrees echter als de Partij van de Deugd (Fazilet) Ze verloor de verkiezingen in 1999 en werd ook verboden.

Vernieuwers als Erdogan en Abdullah Gül stichtten de Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij (Adalet ve Kalkinma Partisi) die in 2002 met overmacht de verkiezingen won. Gül werd premier. Erdogan volgde Gül op als premier.

Erdogan wordt gewantrouwd door de seculiere elite die hem ervan verdenkt de seculiere republiek te willen ombouwen tot een moslimrepubliek met de sharia als hoogste wet. Erdogan ontkent een islamist te zijn. ‘Een vrome moslim ben ik zeker, maar dat is een privé-aangelegenheid. De AKP is een degelijke, conservatieve partij.’

En ofschoon Erdogan wel pogingen heeft gedaan om traditionele moslimwaarden als een verbod op overspel en een ban op alcohol ingevoerd te krijgen, verdwenen die plannen, zodra duidelijk werd dat het overgrote deel van de Turken tegen was.

‘Van Erdogan blijft onduidelijk wat zijn politiek is op het gebied van alcohol, inhoud van schoolboeken en de hoofddoekkwestie’, zegt de Groenlinkse europarlementariër Joost Lagendijk. Hij is voorzitter van de Turkije-commissie in het Europees Parlement en kent Erdogan persoonlijk.

‘Er is niet zozeer kritiek op zijn beleid, maar wel op zijn mogelijke intenties’, vindt Lagendijk. ‘Je zag dat de oppositie van de CHP en de MHP inspeelden op oude angsten: de seculiere republiek is bij Erdogan in gevaar en hij is te soft bij terrorismebestrijding.’

‘Erdogan is een slimme politicus, een mannetjesputter, een sympathieke opportunist. Hij is een puur Turkse politicus, een volksjongen. Sommige van zijn naaste adviseurs zijn mannen van de wereld. Die drinken whisky, overigens niet waar hij bij is.’

De premier heeft compromissen moeten sluiten, bijvoorbeeld in de Semdinli-affaire. In dat zuidoostelijke stadje werd twee jaar geleden een bomaanslag gepleegd op een boekhandel. Het bleek een illegale contraterreuractie waar leden van de paramilitaire Gendarmerie bij betrokken waren. De aanklager in Van, die bij zijn onderzoek stuitte op betrokkenheid van de strijdkrachten, moest het veld ruimen. Lagendijk: ‘Daar heeft Erdogan bewust gekozen voor deëscalatie door de aanklager te ontslaan.’

De woede van Turkijes hoogste militair, generaal Yasar Büyükanit, over de aanklager heeft daarbij een doorslaggevende rol gespeeld, denken velen.

De premier heeft geen toegang tot de krochten van wat in Turkije de diepe staat heet, een kongsi van ultranationalistische elementen binnen het staats- en veiligheidsapparaat. Veel Turken zijn ervan overtuigd dat deze groepen fel tegen elke hervorming en liberalisering zijn en dat ze geen enkel middel schuwen om hun doel te bereiken.

Dat maakt Erdogan af en toe krachteloos. Dat blijkt ook uit het feit dat hij tegen ingewijden heeft gezegd te weten dat er in het onderzoek naar de moord op de Turks-Armeense journalist Hrant Dink met bewijsmateriaal is gemanipuleerd. De 17-jarige ultranationalist Ogün Samast handelde niet alleen, zoveel is zeker. Erdogan heeft hierover in alle stilte veel contact gehad met de familie van Dink. Hij heeft tegenover diezelfde ingewijden toegegeven dat hij niet alles kan controleren en dat hij weet dat de werkelijke aanstichters nooit voor de rechter zullen komen.

Soli Özel, docent Internationale Betrekkingen aan de Bilgi Universiteit in Istanbul, is kritisch over Erdogan: ‘Hij is streetwise, maar heeft geen enkele diepgang. Ik heb zo mijn twijfels of hij echt intelligent is. Hij is een politiek dier, maar er zit geen democratisch botje in zin lijf. Hij stelt zich op als een Latijns-Amerikaanse caudillo. Hij is een imponerende figuur die macht uitstraalt.’

Özel : ‘De AKP is niet zo democratisch. Wat hebben ze nou gedaan buiten wat van ze werd geëist door de EU? Helemaal niets. Dat infame wetsartikel 301 (het strafrechtartikel dat het beledigen van de Turkse identiteit strafbaar stelt, red.) is Erdogans eigen kind.’

‘Hij kan niet omgaan met kritiek. Cartoonisten die hem belachelijk maakten, kregen een proces aan hun broek. Dat is zijn grote handicap: de mensen die hij om zich heen heeft verzameld durven hem niet tegen te spreken. Of omdat ze niet durven, of omdat zij zelf een te smal wereldbeeld hebben’, zegt Özel.

‘Erdogan vertoont typisch pasha-gedrag, hij kan buitengewoon autoritair zijn’, zegt een Europese diplomaat die hem een aantal jaren heeft meegemaakt. Ook hij constateert dat Erdogans eigen mensen bang voor hem zijn. ‘Maar hij is een overlevingskunstenaar.’

Meer over