'Een dwangmatige martelbeul'

José María Galante bungelde geboeid aan het plafond terwijl de politieman Pacheco hem in elkaar sloeg. Vier decennia later zag hij zijn beul weer; die woonde een paar blokken van zijn huis. Berechting in Spanje is onmo-gelijk. Deze week boog de rechter zich over uitwij-zing van de beul naar Argentinië.

MADRID - Zijn slachtoffers herinneren zich hem als een sadist, die er met grenzeloos veel geweld op los ramde of hen op een haar na lieten verdrinken in smerig water. 'Als ze dood gaan, dan flikkeren we ze gewoon het raam uit en zeggen dat ze zelf gesprongen zijn', antwoordde Juan Antonio González Pacheco (67) volgens getuigen als zijn Spaanse politiecollega's hem waarschuwden dat hij te ver ging.

Begin jaren zeventig mishandelde Pacheco tientallen van zijn leeftijdgenoten, meestal linkse studenten, in het gevreesde hoofdbureau van de politieke politie van de Spaanse dictator Franco. Een behandeling van 'Billy the Kid' - Pacheco's bijnaam vanwege zijn bolle kinderogen en de gewoonte om een pistool om zijn vinger te laten draaien - eindigde doorgaans in langdurig ziekenhuisverblijf.

'Hij was een dwangmatige martelbeul', zegt José María Galante (65). Als student was hij actief in de protestbeweging tegen de dictator. Nadat hij was gearresteerd sloeg Pacheco hem in elkaar terwijl hij geboeid aan het plafond hing. Galante stond donderdag, samen met andere slachtoffers, opnieuw tegenover Billy the Kid. Maar ditmaal in een rechtbank in Madrid, waar de voormalige politieagent was opgeroepen voor verhoor.

Het was het grootste succes tot nu toe van de organisaties die zich inzetten voor de vervolging van misdaden die zijn gepleegd onder het regime van Franco. De rechter moet nu beslissen of Pacheco, samen met oud-kapitein van de Guardia Civil Jesús 'De Zweep' Muñecas aan Argentinië zal worden uitgewezen om daar berecht te worden op verdenking van martelpraktijken.

In Spanje zijn deze misdaden nooit onderzocht, laat staan voor de rechter gebracht. Na de dood van de dictator in 1975 werd besloten de pagina's van de terreur en het geweld van burgeroorlog en dictatuur om te slaan. Oude wonden moesten niet worden opengereten, zo was de gedachte, want dat kon de jonge democratie niet hebben.

'Dat is een schijnargument, onze democratie is sterk genoeg', vindt Enrique Aguilar (67), gepensioneerd rector van de universiteit van Cordoba en ook slachtoffer van Pacheco. 'Het recht werd opzij geschoven door de politiek en de rechterlijke macht. Rechts heeft zelf vuile handen en links was als de dood te worden beschuldigd de toekomst van het land in gevaar te brengen.'

Zo leven slachtoffers en de verantwoordelijken voor de Franco-terreur al decennia zij aan zij. Soms letterlijk. Galante kwam er tot zijn verbazing achter dat zijn martelbeul Pacheco een paar blokken verderop van zijn huis in het centrum van Madrid woont. 'We ontdekten hem voor het eerst toen hij voor zijn hardlooptraining de deur uit kwam rennen. Dat was wel een vreemde ervaring.'

Tot dusver weigert Spanje veel vaart te zetten achter de uitleveringsverzoeken van Pacheco en Muñecas. 'Dat verbaast ons niets van de Spaanse rechtspraak' , zegt Carlos Slepoy, de Argentijnse advocaat van de slachtoffers. Zelf kreeg hij in 1977 asiel in Spanje na als gevangene te zijn gemarteld door het Argentijnse regime van Isabel Perón. 'Het openbaar ministerie wil de zaak vooral in Spanje houden en de rechter verklaart de misdaden dan vervolgens gewoon verjaard.' De advocaat overweegt in dat geval hoger beroep bij het Europese hof voor de mensenrechten.

Maar met de rechterlijke stappen hebben de slachtoffers wel bereikt dat Spanje internationaal steeds minder makkelijk weg komt met zijn beladen verleden. Zo doken de VN op de Franco-misdaden met een rapporteur en onderzoekscommissies. Spanje werd stevig op de vingers getikt. De verdwijningen en martelingen moeten worden onderzocht, verantwoordelijken opgespoord en berecht, ongeacht de termijn of de amnestie.

'De beulen van het regime mogen dan nog lang niet berecht zijn, maar de morele veroordeling van de samenleving voor hun misdaden is nu duidelijk geworden', zegt Enrique Aguilar. 'Dat hebben we al bereikt.'

De Franco-dictatuur (1939-1975)

Nadat hij als leider van een militaire coup in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) de Republikeinse regering omver had geworpen, was generaal Francisco Franco tot zijn dood in 1975 de dictator van Spanje. Tijdens de dictatuur vielen vele tienduizenden slachtoffers onder zijn politieke tegenstanders. Bij de invoering van de democratie werd in 1977 een algemene amnestie afgekondigd. Vanaf 2000 begonnen nabestaanden de massagraven te openen waar nog altijd vele tienduizenden ge-executeerde slachtoffers uit de Burgeroorlog liggen begraven. In 2007 werd voor het eerst wettelijk erkenning gegeven aan de slachtoffers van burgeroorlog en dictatuur en zijn de symbolen van de Franco- dictatuur uit het straatbeeld verwijderd.

undefined

Meer over