Een dode in het getto is geen nieuws: De gangster-rappers krijgen genoeg van het schieten

'Vrede, genoeg is genoeg.' De radicale Newyorkse rap-groep Public Enemy is een campagne begonnen, die het geweld onder jongeren in de zwarte getto's moet terugdringen....

GERT VAN VEEN

Hij is 24, een hele prestatie vindt hij zelf, als je bedenkt in wat voor wereld hij opgroeide. Van de 28 spelers van het Pop Warner-voetbalteam waar hij in zijn schooltijd deel van uitmaakte, zijn er twaalf dood. Zeven zitten in de gevangenis. De anderen doen in drugs. Alleen hijzelf is ontkomen aan het getto van Long Beach, Los Angeles: een wereldberoemde rap-ster, van wiens debuutplaat Doggystyle (1993) meer dan vier miljoen exemplaren werden verkocht.

Maar het succes van die plaat wordt overschaduwd door een proces dat hem al twee jaar als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangt. Vorige week begon in Los Angeles dan eindelijk de - meermalen uitgestelde - rechtszaak, waarin rapper Snoop Doggy Dogg met twee vrienden terecht staat op verdenking van de moord op de twintigjarige Philip Woldemariam, in augustus 1993.

Het wrange gegeven heeft alles van het scenario van een gangster-film, of van een van de vele recente films over het leven in the hood, het zwarte getto: een conflict tussen leden van rivaliserende gangs, dat uitmondt in een vuurgevecht.

De verdediging stelt dat Woldemariam als eerste een pistool trok, waarna Snoop's bodyguard McKinley Lee hem neerschoot. Maar volgens de openbare aanklager werd Woldemarian in de rug geschoten, na een wilde achtervolging waarbij de rapper zelf achter het stuur zat van zijn zwarte jeep Cherokee. Het is een proces waarin in meer dan een opzicht de echo's doorklinken van de O.J. Simpson-zaak. Niet alleen wordt een van de verdachten verdedigd door advocaat Johnnie Cochran (die Snoop's zaak al op zich had genomen vóór hij bij de Simpson-zaak betrokken raakte), ook ditmaal is er sprake van het verdwijnen van bewijsmateriaal - in dit geval de bebloede kleding van het slachtoffer. De politie van Los Angeles, die door het slordige omspringen met bewijsmateriaal in de Simpson-zaak al aan geloofwaardigheid had ingeboet, lijkt opnieuw een slechte beurt te maken.

Het proces, dat naar verwachting zes weken zal gaan duren, en dat Snoop Doggy Dogg op een gevangenisstraf van maximaal vijfentwintig jaar kan komen te staan, zal lang niet zo'n media-spektakel worden als de O.J. Simpson-zaak. Niet alleen omdat de rechter niet toestaat dat er in de rechtszaal gefilmd wordt, maar ook omdat het slachtoffer zwart is. Dat er doden vallen in het zwarte getto is nauwelijks nieuws.

Daar staat tegenover dat de verdachte een van de grote namen is van de gangsta-rap, een genre dat dit jaar al meermalen in opspraak is geweest. De gewelddadige teksten, waarin het gang-leven van de straatbendes wordt verheerlijkt, de schuttingtaal, en de seksistische bejegening van vrouwen als bitches en ho's (hoeren) maken dat het genre van alle kanten wordt bekritiseerd. Niet alleen door politici als de Republikeinse presidentskandidaat Robert Dole, maar ook door vrouwenorganisaties als de National Political Congress Of Black Women van Dolores Tucker. Een eerste succes behaalden Dole en Tucker in september, toen de multinational Time-Warner zijn distributiecontract met een aantal rap-maatschappijen verbrak, waaronder de produktiemaatschappij Interscope en Death Row, het label van Snoop Doggy Dogg.

Sinds vroege hits als Rapper's Delight van Sugarhill Gang en The Message van Grandmaster Flash & The Furious Five, beide uit het begin van de jaren tachtig, is de rap-muziek uitgegroeid tot een van de grootste takken van de Amerikaanse muziekindustrie. De kleine, onafhankelijke labels, die het genre zijn richting hadden gegeven, waren tegen het einde van de jaren tachtig grotendeels opgekocht door multinationals als Time-Warner, die al snel doorhadden dat er veel geld omging in de zwarte muziek-underground. Zo was rap het afgelopen jaar goed voor een omzet van vierhonderd miljoen dollar.

De Newyorkse rap, aangevoerd door het militante Public Enemy, een van de groepen die de politieke ideeën van Malcolm X, de Black Panthers en van Louis Farrakhan (de omstreden leider van de Nation of Islam) in songteksten verwerkten, vond tegen het eind van de jaren tachtig een tegenhanger in de Westcoast-rap, die beduidend nihilistischer van toon was.

Rappers als Ice T. en de groep NWA (Niggaz With Attitude), die veel stof deed opwaaien met het felle Fuck Da Police, schetsten het leven in het zwarte getto in realistische kleuren, zonder moralisme. Ice T. maakte er geen geheim van dat hij deel had uitgemaakt van het bendeleven in Los Angeles, en een dikke boterham verdiende in de misdaad, voordat hij zich op de muziek stortte. Vuurwapens werden een statussymbool in de gangsta-rap. De grote sterren lieten zich graag fotograferen met een pistool in de hand.

Snoop Doggy Dogg, een koosnaampje dat zijn moeder hem ooit gaf, beantwoordt nauwelijks aan het cliché van de straatheld-rapper. Hij heeft een vriendelijk gezicht, geen stoere macho-kop zoals LL Cool J., Ice Cube of Chuck D. Evenmin bezit hij de agressieve, autoritaire toon van zijn befaamde collega's. Zijn stem is licht en luchtig, zijn raps stuiteren lui door de maat, trekken aan de beat, in het trage, Zuidelijke accent dat hij van zijn moeder meekreeg.

Als Calvin Broadus werd hij in 1971 geboren in Long Beach, Los Angeles. Hij groeide op in een gezin met twee stiefbroers (ieder van een andere vader), en werd grotendeels opgevoed door zijn moeder. Muziek speelde van jongsafaan een belangrijk rol in zijn leven. Zo was hij jarenlang zanger en pianist van het Golgotha Trinity Baptist Choir. Op school was hij populair: een boomlange basketballer, de clown van de klas (met een zwak voor onderbroekenlol zoals van zijn favoriet Benny Hill), die in de schoolpauzes een groot publiek trok met zijn raps.

Zijn moeder kon het gezin nauwelijks onderhouden. Toen Snoop's droom om in de voetsporen van basketbal-ster Michael Jordan te treden onvervuld bleef, schakelde hij van baantjes bij McDonald's en als krantenjongen over naar het grotere werk: het dealen van cocaïne. Hij was het zat te moeten zien hoe klasgenoten op Nike's rondliepen, terwijl hij zelf genoegen moest nemen met schoenen van het merk Payless.

Politiegegevens melden dat hij lid is van de Long Beach Insane Crips, een van de vele gangs in Los Angeles - al maakt Snoop daar volgens eigen zeggen sinds zijn schooltijd geen deel meer van uit.

Een jaar nadat hij zijn diploma op de Long Beach Polytechnic had gehaald, werd hij voor het eerst gearresteerd, toen hij cocaïne verkocht aan een undercover-agent. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar. Daarna volgde nog een kortere straf en twee arrestaties voor verboden wapenbezit. Wapens waren een noodzakelijk kwaad, zei hij later; de enige manier om je te verdedigen tegen aanvallen van andere bendes. In een recent interview met Playboy beschreef hij hoe drive by-shootings in de buurt waar hij woonde aan de orde van de dag waren. Hij vergeleek het met het geweld in de film Boyz 'N the hood, 'maar dan erger'. In de film voelde je het gevaar tenminste nog aankomen, wanneer de dreigende muziek aanzwelde, in het echte leven bleef het verraderlijk stil.

In de gevangenis had hij besloten na zijn vrijlating serieus door te gaan met rappen. Hij was daartoe gestimuleerd zowel door zijn medegevangenen als door zijn reclasseringsambtenaar Jack Dwaskin, die op de hoes van Doggystyle wordt bedankt.

Zijn eerste rapcrew heette 213 (naar het lokale kengetal), maar toen hij via collega-rapper Warren G. in contact kwam met Dr. Dre, greep hij de kans om te werken met deze befaamde Westcoast-producer, die aan de basis had gestaan van het succes van NWA, de groep van Ice Cube en Eazy-E. Dre had NWA met ruzie verlaten, en was op zoek naar een rapper voor zijn eerste solo-plaat. Het resultaat, The Chronic (1992), werd mede door de bijdrage van Snoop Doggy Dogg een millionseller. Er werden ruim drie miljoen exemplaren van verkocht.

Doggystyle, Snoop's eerste eigen plaat, werd ook geproduceerd door Dre, wiens stijl in de afgelopen jaren beduidend zachtaardiger is geworden. G-funk, zoals de door hem geproduceerde stijl wordt genoemd, mist de schurende, agressieve sound van bands als Public Enemy, en baseert zich op de funk en disco van de jaren zeventig. De nummers zijn vooral melodieuzer, zoals ook te horen is in de recente hit Gangsta's Paradise van rapper Coolio, waarvan het refrein werd ontleend aan Stevie Wonder's Pastime Paradise.

Bij Snoop Doggy Dogg is de muzikale omlijsting verraderlijk. Het klinkt allemaal lekker, er wordt veel afgegeind, er worden stevige joints opgestoken, maar de plaat zal geen prijs verdienen in de categorie vrouwvriendelijkheid: de raps worden bevolkt door de verplichte hoeveelheid motherfuckers, bitches en ho's.

Het seksisme en de obsceniteit van de rapteksten is al jaren een struikelblok van organisaties als het Parents' Music Resource Centre (PMRC), dat de platenindustrie zo ver kreeg, dat ze waarschuwingsstickers verplicht stelde met het opschrift: 'Parental Advisory Explicit Lyrics', wanneer er in de teksten sprake was van schuttingtaal.

De rappers zelf doen opvallend laconiek over het vermeende seksisme in hun teksten. 'Als je niet tegen een geintje kan, fuck you', zei Ice T. in een interview met het Engelse New Musical Express. 'Deze shit is niet serieus. . . let the boys have fun and talk crazy.'

Ook Snoop Doggy Dogg vindt dat je de teksten niet te letterlijk moet nemen. Blaffende honden bijten niet. Maar tijdens zijn Engelse tournee noemde hij de vrouwelijke fans die hem na een concert opwachtten een typisch voorbeeld van bitches en ho's. Ze kènden hem niet eens, waren alleen in hem geïnteresseerd omdat hij zojuist op het podium had gestaan, vertelde hij een verslaggever: 'Ze willen seks, willen zwanger worden of er een rechtszaak uit proberen te slepen.'

Dat laatste was volgens hem ook gebeurd met een aantal collega-rappers, onder wie Tupac Shakur, die een gevangenisstraf uitzitten wegens verkrachting. Ze waren er ingeluisd door dames, zei hij, die uitsluitend op hun geld uit waren geweest.

Kick the evil bastard out!, tetterde de voorpagina van de Engelse boulevardkrant Daily Star in februari 1994, toen Snoop Doggy Dogg - vrijgelaten op borgtocht van een miljoen dollar - voor het eerst een bezoek aan Groot-Brittannië bracht. Zijn concerten werden geboycot door een organisatie van zwarte vrouwelijke muzikanten, onder wie de uit Brixton afkomstige dichteres Malika B, die zijn muziek exemplarisch vond voor de seksistische Amerikaanse rap: 'We vochten tegen de slavernij, toen vochten we in de jaren zestig voor onze vrijheid, om verlost te worden van het beeld van zwarte vrouwen als bitches en zwarte mannen als hengsten. Maar elke video op MTV neemt ons weer mee terug naar het verleden.'

Dat is nog niets vergeleken met de commotie die gangsta-rap in Amerika omgeeft. Dolores Tucker, een van de felste strijdsters tegen het genre, weet zich gesteund door andere kopstukken uit de zwarte gemeenschap, onder wie zangeres Dionne Warwick en filmmaker Spike Lee. Naar hun overtuiging is gangsta-rap een welbewuste poging van blank Amerika (vertegenwoordigd door multinationals als Time-Warner) de zwarte bevolking te onderdrukken en te demoraliseren. Tucker: 'Ze willen dat zwarten elkaar op straat vermoorden. Als ze niet doodgaan, dan komen ze wel in de gevangenis terecht en sterven ze aan aids. Kogelwonden en aids zijn op dit moment de meest voorkomende doodsoorzaken van zwarte mannen tussen de 15 en 24.'

Dit jaar kocht Tucker aandelen in Warner, die haar het recht gaven aandeelhoudersvergaderingen bij te wonen. Hier verweet ze het bedrijf dat het 'de jeugd vergiftigde'. Het was niet de eerste keer dat de aandeelhouders herrie maakten. Drie jaar eerder had rapper Ice T. de firma al in verlegenheid gebracht door zijn single Cop Killer. Het nummer ontlokte felle protesten van de kant van de Amerikaanse politie, maar de rapwereld meende dat de tekst precies weergaf wat er leefde in het zwarte getto in de periode na het Rodney King-incident.

Cop Killer deed de aandelen van Warner kelderen. Vervolgens kwamen maatschappij en rapper opnieuw in conflict over de hoesillustratie van Ice T's cd Home Invasion: een afbeelding van een blanke jongen, omgeven door een keur van gewelddadige scènes, die luistert naar cassettes van rappers Ice Cube, Public Enemy en Ice T.

Fear of a Black Planet (naar een titel van een Public Enemy-cd: angst voor een zwarte planeet) was volgens Ice T. waar het werkelijk om draaide in het conflict, dat eindigde in het ontbinden van zijn contract bij Warner.

Twee jaar later, in 1995, werd Warner opnieuw in het nauw gebracht. Rond dezelfde tijd dat Dolores Tucker de aandeelhoudersvergadering in rep en roer bracht, uitte de Republikeinse presidentskandidaat Robert Dole scherpe kritiek op de muziekindustrie (en met name Time-Warner's rol daarin). Dole's woorden leken vooral een poging een makkelijk politiek succesje te behalen. Een artikel in de New York Times haalde een voorval uit 1991 aan, waarin Dole Eazy-E (Eric Wright, de dit jaar aan aids overleden rapper van NWA) had uitgenodigd binnen te treden in de wereld van de Washington-upper class: de Republican Senatorial Inner Circle. Gevraagd naar een toelichting op deze wonderlijke manoeuvre, luidde de veelzeggende reactie van de Republikeinen: Democrats, eat your heart out.

Van Dole's geloofwaardigheid bleef weinig over. Maar de rapwereld nam de zogenaamde bezorgdheid van blank Amerika altijd al met een flinke korrel zout. Ice T. (ooit door Seymour Stein, hoogste baas van platenlabel Sire, omschreven als 'een jonge Bob Dylan van de straat') vindt het hypocriet dat in een land waarin in film- en tv-beelden met geweld wordt gesmeten, opeens moeilijk wordt gedaan over geweld in rap-teksten: 'America made it cool to be violent.'

Snoop Doggy Dogg, die inmiddels met zijn vriendin Boo Boo en hun zoontje samenwoont, gelooft evenmin dat blank Amerika zich iets aantrekt van het lot van de zwarte jeugd. Hij noemt de rassenrellen in Los Angeles van 1992 als voorbeeld. De National Guard greep pas in, toen de rellen zich dreigden uit te breiden naar de blanke wijken. Hij zou graag een einde zien aan de oorlog tussen de gangs, die zoveel van zijn vrienden het leven heeft gekost. Daarom steunt hij de anti-gangsta-beweging die Public Enemy is begonnen: Peace - enough is enough. Naar Snoop's overtuiging levert zijn muziek daar ook een bijdrage aan: 'to make you stop bangin' for a moment and get into another vibe.'

Even stoppen met schieten. Dat is al heel wat in Los Angeles, waar drie jaar na dato nog altijd wordt gepraat over die ene lentedag, 29 april 1992, toen de gangs voor 24 uur een wapenstilstand sloten. Het is tot nu toe bij die ene dag gebleven.

Meer over