‘Eén ding stond voor mij vast: ik zou het later anders gaan doen’

‘Er wordt te makkelijk gescheiden’, vindt journalist Martijn (42). ‘Veel meer mensen zouden hun best moeten doen om bij elkaar te blijven.’ Toen hij 9 jaar was, gingen zijn ouders uit elkaar....

‘In mijn omgeving verkeerden van meet af aan veel kinderen van gescheiden ouders. Ik ben opgegroeid in Amsterdam, in een linksintellectueel kunstenaarsmilieu waarin, in de jaren zeventig, de lof van de vrijheid werd bezongen. Dat impliceerde overspel, partnerruil. Zonder morele bezwaren. Met regelmaat kwam het voor dat een man opeens met de buurvrouw verder ging. Toen vond ik dat experimenteren met seksuele vrijheid betrekkelijk vanzelfsprekend. Achteraf gezien kan ik me er niks bij voorstellen dat je op die manier met relaties omging. Monogamie is heus niet zaligmakend, maar dat je om de week met een andere buurvrouw het bed in dook, zorgde nou ook niet voor de broodnodige stabiliteit in het gezin. Ik denk dat weinigen er uiteindelijk gelukkig van zijn geworden.

Ook mijn ouders ontkwamen er niet aan. Mijn vader is uiteindelijk vier keer getrouwd geweest. Zijn tweede huwelijk kwam voort uit zo’n experiment. Mijn moeder hield er na de scheiding van mijn vader diverse relaties op na met mannen uit de buurt, maar na vijf jaar liep ze de man tegen het lijf met wie ze nu nog altijd getrouwd is.

Mijn vader en moeder gingen uit elkaar toen ik 9 was. Raar was dat niet: in veel opzichten stonden ze lijnrecht tegenover elkaar, zelfs zodanig dat ze na de scheiding elkaar tien jaar niet gesproken hebben. De oorlog die ze voerden, boorde elke hoop op een hereniging de grond in. Ik had het er moeilijk mee. Ik werd een onhandelbaar jongetje dat last had van driftbuien.

Eens in de twee weken gingen mijn broers en ik naar mijn vader. Ik voelde me verscheurd, alsof ik tussen twee werelden in zat. Mijn vader was gelovig, en ging daar, in mijn ogen, op een rigide manier mee om. Mijn moeder was veel vrijer, liet me m’n gang gaan, stond het toe dat ik met vrienden uitging. Ik voelde me verantwoordelijk ten opzichte van mijn twee jongere broers en verstopte mijn emoties. Gelukkig kon ik er, rond mijn 15de, veel over praten met vrienden die soortgelijke ervaringen hadden. Pas toen kon ik mijn gevoelens tonen en zelfs huilen. We deelden het gevoel van onmacht en het verdriet dat daaruit voortkwam. Eén ding stond voor mij vast: dat ik het later anders zou gaan doen dan mijn ouders. Dat ik mijn eventuele kinderen een stabiel leven zou bieden.

Op mijn 20ste ben ik getrouwd. Geen idee had ik nog van wat een langdurige relatie zou inhouden. Een kind met een kind was ik – uiteindelijk kregen we drie dochters. Jaren later kreeg ik toch een relatie naast mijn huwelijk. Ik leidde een dubbelleven, gedreven door een gevoel van heilig moeten ten aanzien van mijn huwelijk, bang als ik was dat ik, net als mijn ouders, zou moeten gaan scheiden. Maar het kwam uit, en mijn huwelijk strandde. Ik dacht heel slecht over mezelf omdat ik toch de fout was ingegaan. Ik was volkomen in mijn emoties vastgelopen.

Op mijn 35ste ben ik in therapie gegaan. Ik kwam er achter dat veel onverwerkt was gebleven en dat er nog steeds een grote woede in mij school. Ik ontdekte dat ik veel aandacht en liefde tekort was gekomen en dat ik last had van verlatingsangst. Ik raakte ervan overtuigd dat de scheiding van mijn ouders van grote invloed is geweest op hoe ik in relaties sta, en dat ik veel gevoelens van vroeger op mijn partners heb geprojecteerd.

Dankzij die therapie ben ik uiteindelijk het gesprek met mijn ouders aangegaan. Mijn moeder, voor wie ik als oudste zoon altijd dacht te moeten zorgen, heb ik gevraagd of ze mij zou willen troosten als ik een keer verdriet heb. Mijn vader heeft erkend dat hij fouten heeft gemaakt, en dat hij daarvan spijt heeft. Dat heeft de lucht enorm geklaard en tot een grote verbetering geleid in onze relatie. Vroeger was hij de laatste persoon bij wie ik zou aankloppen als ik problemen had, nu is hij een van de eersten die ik bel.

Wat dat betreft kan ik kinderen van gescheiden ouders van harte therapie aanbevelen, óók als je denkt dat je alles verwerkt hebt. Dat dacht ik zelf immers ook, en ik ben van een koude kermis thuisgekomen. Inmiddels ben ik opnieuw getrouwd, en heb ik een goed contact met mijn ex en onze kinderen. Ik ben met een schone lei begonnen, maar niet alles gaat van een leien dakje. Het onderhouden van een langdurige relatie is sowieso ingewikkeld, tenzij je kiest voor een veilige status quo en langzaam met z’n tweeën indut.

Een tijdje terug trof ik, tijdens een verjaardag, mijn moeder en vader samen aan de keukentafel aan, vanzelfsprekend met elkaar in gesprek, voor het eerst in jaren. En ik betrapte me er even op dat ik het verlangen nog steeds had: dat ze bij elkaar zouden zijn. Hoe dan ook zouden veel meer mensen hun best moeten doen om bij elkaar te blijven. Er wordt te weinig moeite gedaan om dichter bij elkaar te komen, en er wordt te gemakkelijk gescheiden. Want wat ik, dankzij al die uitwisselingen van ervaringen, zeker weet: dat veel kinderen tot in lengte van dagen last hebben van de scheiding van hun ouders.’

Meer over