EEN DAGJE IN DE HEIMAT

OP ZOEK NAAR DE GEMÜTLICHKEIT VAN HET DUITSE PLATTELAND, FIETST CAREL HELDER OVER DE HUNSRÜCK,WAAR DE FILM HEIMAT IS OPGENOMEN....

Duitsland is oké, maar het is jammer dat je eerst zo lang door Nederland moet. Deze gedachte bekruipt me nadat ik vier uur na mijn vertrek uit Amsterdam de Belgische grens onder Maastricht passeer. Wel heb ik, vanuit de voortschuifelende rij auto's, voor het eerst een wegenwacht met pech gezien, wat in zekere zin een troostrijk uitzicht bood. Hij zat op een kilometerpaal en rookte gelaten een sigaretje, terwijl een aangesnelde collega zich over zijn gele VW boog. Het leek me een passende verdeling van de bezigheden.

Tot minder luchthartige overdenkingen echter stemt het grote aantal ongelukken op deze eerste vrijdagmiddag van de grote vakantie. Ter hoogte van Verviers weet ik er zelf ternauwernood aan te ontkomen als de grijze Hyundai voor me een wit busje aantikt, een pirouette maakt en in een onmiskenbare total loss achterstevoren tegen de vangrail belandt.

Toch lijkt de bestuurder, een circa 25-jarige vrouw met een oosters uiterlijk, niet van de onherroepelijkheid van haar stop doordrongen. Ze kijkt tenminste langdurig naar haar dashboard alsof zich daar ergens een knopje Reset of Play Again moet bevinden. Gelukkig is de eigenaar van de bestelbus al druk gebarend met zijn gsm in de weer, terwijl van onder de motorkap van de Hyundai inmiddels ook alarmerende rooksignalen beginnen op te stijgen, dus zal het vast niet lang duren voordat de rijkswacht haar uit de droom komt helpen.

Als ik optrek draait ze haar gezicht naar me toe en trekt even haar wenkbrauwen omhoog, ik glimlach bemoedigend, ze glimlacht terug, het is een wel zeer korte kennismaking, en tegelijk dringt het besef tot me door dat ik me helemaal vooraan een snel groeiende file bevind. Opgelucht trap ik het gaspedaal tot de bodem in en voel de leuning van mijn stoel met volle kracht in mijn rug duwen. Voor het eerst vandaag strekt de weg naar de Hunsrück zich leeg en uitnodigend uit.

Zum Burgkeller

Het idee achter deze reis is een veldonderzoekje naar de spreekwoordelijke gemütlichkeit van het Duitse platteland en zijn bewoners, en zoals dat gaat met leuke ideeën: de hachelijkheid ervan dringt pas tot je door als je met de uitvoering te ver bent om er nog mee op te houden.

Maar Google bracht redding: nadat de eerste twee hits repten van 'die echte Hunsrücker Gemütlichkeit' en 'ein Hunsrücker Rundumpaket aus Gemütlichkeit, Komfort und kulinarischen Spezialitäten' was de streek, aan de zuid-oostgrens van Luxemburg, toch snel gekozen. Dat hier Ernst Reitz' epos Heimat was opgenomen, betekende een dikke streep onder die keuze. Of, zoals men daar met regelmaat hoort zingen: 'Hunsrück, o Heimat, wie heisst dieses schöne Land / Mitten in der Welt, wo die Wälder bunt und grün, dort am Wiesenrand / Mittendrin das Filmdorf steht: Schabbach wird's genannt / Wo Fuchs und Has' sich sagen gute Nacht, da hat der Reitz sein Heimatfilm gemacht. ..” Als ik laat in de avond mijn koplampen richt op de gevel van Zum Burgkeller in het dorpje Bruchweiler, gaan binnen net de lichten uit en stroomt het personeel naar buiten. Het blijkt zonder uitzondering uit krachtige dames op leeftijd te bestaan, wier aanbod nog wat te eten klaar te maken ik beleefd, maar niet zonder spijt afsla. Dat wil ik ze niet aandoen, al is het jammer van de 'Vrijdag Schnitzeldag'.Wel staan ze erop me dan in elk geval een Bitburger te tappen, een geste die ik dankbaar accepteer. Gezeten op de beste matras van het westelijk halfrond drink ik even later mijn glas leeg, terwijl buiten de uil roept en ik met instemming kijk naar de douchedeur, waarop in gotische letters Bad staat geschreven.

Hoewel, zo weet ik uit een foldertje, de familie Löh de Gastwirtschaft in 1963 opende, is de pop-art en alles wat daarna kwam aan de samenstelling van het interieur geheel voorbij gegaan.

Integendeel zelfs, blijkt de volgende morgen. Zum Burgkeller is ingericht volgens een ongetwijfeld eeuwenoude traditie, met een indrukwekkende reeks geweien en zwijnskoppen aan de muur, donker geloogd en licht gelakt eikenhout, en bronzen kapstokken. De muren van de eetzalen - met ronde bogen als kelder ingericht - zijn meer dan veertig jaar geleden beschilderd door de Malerwerkstatt Rückert uit Idar-Oberstein. De schilderingen tonen 'humorvolle verhalen die zich afspelen rondom de nabije keltische Feste Wildenburg'.

Het ontbijt, alles vers en smakelijk, wordt door de 75-jarige mevrouw Löh zelf in een lichte, serre-achtige aanbouw op schoon wit tafellinnen geserveerd.

Ze heeft vanmorgen al een 'goeie klapper' gemaakt, meldt ze welgemoed, en wijst op haar kapotte bril en geschaafde kin. Als ze weg is naar de keuken vertelt Gretel (72), haar schoonzus, dat mevrouw Löh het nieuwe jaar ook al met een snoekduik was begonnen: nadat ze om half vier 's nachts op een stoel was geklommen om een mot dood te slaan.

'En?' 'Hand gebroken. Maar niks zeggen, hè. Pas de volgende ochtend ging de telefoon: ” Wil je me even naar het ziekenhuis brengen, dan kunnen ze er wat gips omheen doen. ”' 'Jaja', zegt mevrouw Löh, die de koffie komt brengen. 'Het is altijd zo druk op oudejaarsavond. Ik dacht: ik kan beter eerst gaan slapen. ' Hun montere voorkomen verklaren ze uit het werk en de frisse lucht: 'Dat houdt de mensen jong hier. ' Boven, wijst Gretel, 'net buiten het dorp, is ook een sanatorium. ' Alleen meneer Löh, van wie een foto en vele diploma's aan de muur hangen, had er wat hen betreft wel iets langer van mogen genieten.

Contemplatie

Het grote, terugkerende probleem in het buitenland - wat zal ik nu in vredesnaam gaan doen? - wordt opgelost doordat ik mijn tandenborstel en tandpasta vergeten ben. Via de Deutsche Edelsteinstrasse - dit is de streek voor edelstenen, Schmuck, en, zoals Reve zei, voor die vieze beesten die onder de grond zitten, fossielen - begeef ik me op weg naar het nabijgelegen dorpje Herrstein, dat ongetwijfeld over een Spar zal beschikken. Dit blijkt te kloppen. Bovendien zie ik bij de kassa een in het Nederlands vertaalde flyer liggen, waaruit me duidelijk wordt dat het hier 'een oase van rust en contemplatie' is, alsmede 'een lonend doel voor een uitstapje of vakantie, waar bochtige straatjes leiden naar schilderachtige plekjes met klaterende fonteinen'.

Verwachtingsvol begeef ik me door de poort, benieuwd naar de contemplatie. Maar Herrstein valt tegen. Het is een beetje te gemütlich allemaal, er heerst een Holly Hobbie-achtige sfeer, de vijftiende- en zestiende- eeuwse wit-bruine vakwerkhuizen zien er veel te nieuw uit, de Tipp-ex kwast is eraan te pas gekomen, kortom: meer museum dan dorp.

Toch enigszins hongerig geworden van de contemplatie sla ik de weg naar Bruchweiler weer in, waarop ik halverwege vanuit een ooghoek opeens Imbiss meen te zien staan. Ik rem en rij terug of ik het goed gezien heb, en jawel: op een desolate parkeerplaats in het bos, halfverstopt achter een paar struiken, staat een oude caravan met een niet minder oude trekker ervoor. 'Openingstijden: als ik d'r ben', meldt een plakkaat, wat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Voor 1,80 euro koop ik een broodje Bratwurst en laat me door de uitbater en zijn enige andere klant, een kleine, besnorde man die grote moezelglazen rode wijn drinkt, voorlichten over de streek en zijn bewoners.

Ja, Schabbach kennen ze wel, van Heimat. Dat blijkt in het echt Woppenroth te heten. Maar na mijn veronderstelling dat het hier zeker wel gemütlich is met al die Hunsrückers onder elkaar, klinkt enige aarzeling door: 'Ja doch. .. Niet direct. .. Men zegt: als de Hunsrücker eenmaal je vriend is, is hij dat voor het leven. Begrijpt u?' Ik begrijp het, reken af en mag pas vertrekken nadat me in alle toonaarden is bezworen het mooie oude centrum van Herrstein niet te missen.

Wilde zwijnen

Hoewel het nog geen twaalf uur is, wordt ook in Zum Burgkeller alweer warm gegeten. Dat alles klaargemaakt door Harald, de zoon van mevrouw Löh. Zijn Spiesbraten, een uit de nek van het varken afkomstig, eerst gemarineerd en dan gegrild stuk vlees van prehistorische afmetingen, is naar het schijnt beroemd in de hele streek.

De clientèle bestaat vandaag uit drie vaste klanten: een gepensioneerde employé van de Volksbank en twee houthakkers. Ze voeren een moeilijk verstaanbaar gesprek over vossen, die steeds vaker het dorp in blijken te komen. Op een van de boerderijen hebben ze vier van de vijf kleine geitjes doodgebeten. En ook de wilde zwijnen blijken een probleem te vormen. 'Het is heel geheimzinnig', mengt mevrouw Löh zich in het gesprek. 'De jachtopziener krijgt ze maar niet te pakken. ' De houthakkers knikken en eten slurpend van hun soep.

Na mijn tanden gepoetst te hebben, pak ik mijn racefiets en vertrek naar Schabbach, heen en weer een rit van 50 kilometer, zij het door flink geaccidenteerd terrein. Daar, in Woppenroth dus, op de grens van de Hunsrück en het Rheinland, is het stil op straat. Een boer knikt nurks van zijn tractor, twee vrouwen vegen met harde bezems hun stoep schoon.

Ik klim eerst door het dorp en vervolgens tussen de velden door tot ik niet hoger kan, het laatste stukje lopend door het gras, en zet mijn fiets tegen een houten paal waaraan een bord met 'Galgenhügel 446 meter' is bevestigd. Op een eveneens houten picknicktafel is een kleine plaquette aangebracht: 'In Erinnerung an Heimatfreund Rudi Molz'. Achter een hekje van kippengaas liggen twee grote witte stenen en zijn twee eikenboompjes geplant. Het koren wuift, verder is alleen het geluid van de tractoren uit het dal te horen, de vogels, het suizen van de wind.

Na een halfuur begint het zingen van de veldleeuweriken me op de zenuwen te werken en daal ik af naar Raunen, een wintersportplaatsje, waar een lange beklimming begint die door een donker bos voert. En dan gebeurt het: op een open plek bevind ik me plotseling oog (blauw) in oog (bruin) met een ree. Zeker een minuut staan we elkaar roerloos aan te kijken. Pas als ik afstap en een paar passen in haar richting doe, rekt ze verschrikt de slanke hals en springt elegant het bos in, mij verliefd achterlatend in dit sprookjesland.

Hooizolder

Nog dezelfde avond zal ik, terug in Amsterdam, de naam Rudi Molz opzoeken op het internet, en lees: 'Rudi Molz, de waard van Heimat, is tragischerwijze in november 2001 tijdens het werk in zijn kleine landbouwbedrijf om onverklaarbare redenen van zijn hooizolder op de stenen vloer van zijn schuur naar beneden gestort en heeft daarbij zware hoofdverwondingen opgelopen. Eerst is hij in coma geraakt, rond kerst leek het weer beter met hem te gaan; hij was lange perioden bij bewustzijn en volkomen aanspreekbaar. In de Reha-Klinik in Bernkastel-Kues is hij in januari volkomen onverwacht gestorven. Tot dat moment dreef hij zijn herberg en zijn boerenbedrijf samen met zijn vrouw Marga. Sinds zijn dood leidt Marga de herberg en de rest van hun toeristenbedrijfje (2 vakantiewoningen en een blokhut) alleen. ' Maar nu weet ik dat nog niet. In de verte kleurt een zware bewolking de bergen donkerblauw, hier schijnt de zon. De vele tinten groen worden afgewisseld door het goud van het koren, paarsblauwe velden vol korenbloemen, dorpjes met witte huizen en zwarte daken. Op de weg terug naar Bruchweiler tel ik de vogelsoorten en raak bij dertig de tel kwijt.

Meer over