Een burgemeester scoort niet

Van Pannerden tot Den Haag. Drieëndertig jaar was Ad Havermans burgemeester. De CDA-bestuurder verlaat, nog steeds als onbekend Nederlander, zijn fonkelnieuwe stadhuis en vertrekt naar de Algemene Rekenkamer....

'Ik heb laatst eens tegen Ad gezegd: Jezus was 33 jaar toen hij aan het kruis werd genageld. Jij bent 33 jaar burgemeester geweest en mag nog aan iets nieuws beginnen', zegt Greetje Havermans, burgemeestersvrouw in Den Haag, voordat haar man zich bij het gesprek in de tuin voegt. Ze vindt het nog steeds een mooie vergelijking.

Op 28 juni neemt de CDA'er Ad Havermans op 61-jarige leeftijd afscheid van zijn stad. Hij maakt de overstap van het nieuwe, witte stadhuis aan het Spui naar een statig oud pand aan het Voorhout, de Algemene Rekenkamer.

Zal hij daar alsnog worden gekruisigd? Greetje Havermans moet even nadenken, maar schatert dan van het lachen. 'Nee, als dat de afgelopen jaren hier in Den Haag niet is gebeurd, dan gebeurt het niet meer.'

Elf jaar was Havermans burgemeester van Den Haag. Nog eens tweeëntwintig jaar bekleedde hij dat ambt elders. Zijn eerste benoeming in Pannerden werd gevolgd door aanstellingen in Druten en Doetinchem. De overstap naar de derde stad van Nederland, Den Haag, baarde destijds veel opzien.

Havermans werd in 1985 niet bepaald met open armen ontvangen in Den Haag. De vertrouwenscommissie uit de gemeenteraad had om een 'gezaghebbend' persoon gevraagd. Velen vroegen zich openlijk af of een burgemeester uit een kleine plaats als Doetinchem die landelijk geen bekendheid genoot, wel aan dat criterium voldeed. Zelf wil hij over die beginfase niet meer praten.

'Ik ben elf jaar burgemeester van Den Haag geweest, ik ben gekozen tot voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), ik heb uit dien hoofde internationaal op allerlei mogelijke manieren geopereerd. Is het dan nog relevant om te praten over de overstap van Doetinchem naar Den Haag? Nee dus.'

Nu hij uit Den Haag vertrekt, is Havermans nog steeds geen bekende Nederlander. Zelfs menig Hagenaar kent de naam van de burgemeester niet. Ook een invloedrijke rol in het eigen CDA is Havermans nooit gaan spelen. Critici uit zijn naaste omgeving verwijten hem te goedgelovig te zijn in onderhandelingen met de landelijk politiek over het welzijn van de stad. Ze hadden graag gezien dat hij eens met de vuist op tafel had geslagen. Maar dat ligt Havermans niet. Het zoeken naar compromissen is zijn stijl. Daar ligt zijn kracht.

Niet bekend

In zijn huis op Scheveningen laat Havermans twee dagen voor zijn 33-jarig burgemeestersjubileum zijn werkkamer zien. Aan de muur, naast een uitpuilende boekenkast, hangen een paar grote foto's, als aandenken aan belangrijke momenten uit zijn carrière. Een nog jonge Havermans met het toen in de mode zijnde zware brilmontuur naast een ook nog jonge prinses Beatrix. Het was in zijn eerste gemeente. Daaronder een oudere Havermans, inmddels burgemeester van Den Haag, tussen Nelson en Winnie Mandela. 'Die ontmoeting was heel bijzonder. Elk woord dat Nelson Mandela uitsprak, had betekenis.'

Na de voor hem onprettige start in Den Haag volgden nog veel moeilijke perioden, waarbij de ruzie in het linkse college tussen de twee PvdA-wethouders Duivesteijn en Van Otterloo over het nieuwe stadhuis landelijk nieuws werd. Ook het opduiken van een miljoenentekort op de begroting deed het imago van de stad geen goed.

Bij zijn vertrek laat Havermans een stad achter die twee jaar geleden de artikel-12 status heeft moeten aanvragen. Den Haag is failliet, heet dat in de volksmond. Ook zijn troetelkind de stadsprovincie, waar hij vele uren werk in heeft gestoken en waarin hij rotsvast gelooft, komt er voorlopig niet. En de lobby om de Hoge Snelheidslijn langs Den Haag te laten lopen is mislukt. Havermans had het allemaal liever anders gezien. Maar dat het zo is gelopen, ziet hij niet als een falen.

'Ik had er grote moeite mee de artikel-12 status aan te vragen. Ik ben gepromoveerd op dat onderwerp en weet er dus wat van. Die status is geen oplossing voor de problemen van de grote stad. Ik had liever gezien dat het kabinet-Kok de verantwoordelijkheid had genomen voor een structurele oplossing voor de regeringsstad. Maar dit kabinet zette de extra bijdrage stop die het kabinet-Lubbers ons had toegezegd. Het vond dat wij de normale artikel-12 procedure moesten doorlopen. Het psychologische effect daarvan is nadelig.'

- Ervaart u dat failliete Den Haag ook als een persoonlijk falen?

'Kijk eens, je doet in dit vak niks persoonlijks. Als je wilt scoren in deze wereld, moet je geen burgemeester worden. Dan moet je de politiek in gaan. Als burgemeester moet je altijd werken met de politieke situatie die je aantreft. Je kunt als burgemeester alleen maar proberen te sturen, te coördineren en te anticiperen. Dat is je vak. Scoren is voor politici.'

- Wanneer wist u dat u niet wilde scoren?

'Ik heb nooit behoefte gehad om te scoren. Ik wilde besturen.'

- Wanneer onstaat die behoefte dan?

'Och, behoefte, behoefte. Als je studeert, ga je denken: wat wil ik worden. Mijn doctoraalscriptie ging over de burgemeester in het Nederlands staatsrecht. Mij leek dat burgemeesterschap wel wat: je bent geen specialist, maar moet juist van alles zo veel weten dat je kunt coördineren. Het met mensen omgaan, dat trok me aan.'

- Als burgemeester heeft u zich enorm ingezet voor de vorming van een stadsprovincie Haaglanden. Maar het Binnenhof stak er een stokje voor.

'Ik was écht teleurgesteld toen wij door het Rotterdamse en Amsterdamse verhaal werden meegesleept. Daardoor staan we nu met lege handen. Juist in Haaglanden is de stadsprovincie het hardste nodig. Als Nederland de problemen van de grote stad nu niet aanpakt, krijg je armoede, tweedeling, wijken die getto's worden.

'In Nederland hebben we die problemen altijd heel goed weten te analyseren. Maar wat doen we nu? We praten er niet meer over, het gaat alleen nog maar over structuren en over gemeentegrenzen. Daar moeten we écht mee ophouden. Ik vind het een gemiste kans van de Tweede Kamer en met name van de PvdA-fractie. Maar ik geloof nog steeds dat de stadsprovincie er komt. Want je kunt wel gaan herindelen, maar daarmee los je de problemen van stad en regio niet op.'

- Onlangs nog sprak u zich uit tegen het aantrekken van wethouders die niet in de raad zijn gekozen. U vindt dat daarmee het dualisme de gemeentepolitiek wordt binnengehaald. Daarmee bevestigde u het beeld dat u een échte consensus-man bent.

'Het gaat hier niet om mij. Ik denk dat je in Nederland geen beleid kunt maken als je niet zoekt naar consensus.'

- Sommige mensen presteren juist beter als er conflicten zijn. Daar worden ze door uitgedaagd.

'Soms is het wel goed om een conflict te laten ontstaan. Om de zaak te zuiveren. Maar dat is niet het eerste waar ik naar zoek. Dat is ook mijn vak niet.'

- Hoe heeft u dan persoonlijk het linkse college met al zijn conflicten ervaren?

'Het linkse college was de keuze van de burger en de uitkomst van de college-onderhandelingen. Als burgemeester heb je dat te accepteren en je werk te doen. Ik zal dan ook naar buiten nooit iets zeggen over het functioneren van dat linkse college.'

- Maar hoe heeft u het beleefd, want u bent iemand die uit is op harmonie.

'U vraagt of het tropenjaren waren? Ja, dat waren hele moeilijke jaren. Ik zag het als een extra taak in die tijd om het contact vast te houden met de andere partijen. Want ik vind dat je in een stad als deze de problemen alleen gezamenlijk op kunt lossen. En dat is ook gelukt. Veel raadsvoorstellen zijn met een ruime meerderheid aangenomen. Ook het stadhuis, met 38 van de 45 stemmen.'

- Maar er begonnen wel twee wethouders van dezelfde partij met elkaar te vechten.

'Dat begonnen ze niet. Dat deden ze al veel langer. Ook dat heb ik dan te accepteren als gegeven. Ik matig me daar geen oordeel over aan, maar het was niet makkelijk.'

- U is verweten dat u harder of anders had moeten ingrijpen, dat u partij trok voor Duivesteijn. Doet dat soort kritiek pijn?

Mevrouw Havermans: 'Vreselijk.'

Hij: 'Als burgemeester moet je iedere keer een keuze maken, zeker als je stem in het college de doorslag geeft. Dat gold ook voor het stadhuis. Als je dan toevallig een aantal keren kiest voor de een en niet voor de ander, dan word je al gauw in een kamp ingedeeld. Nou, dat zij dan zo. Dat risico loop je dan. Dat moet je durven.'

- Wat vindt u nu van het stadhuis en zijn uitstraling op de stad?

Zij: 'Het is echt geweldig.'

Hij: 'Je wist toen we de beslissing moesten nemen nog niet wat de portee zou zijn van het stadhuis. Maar de conceptie dat alle ambtenaren in één gebouw moesten zitten en dat met dat gebouw het centrum van de stad, dat al jaren lag te verkommeren, extra schwung zou krijgen, sprak mij enorm aan.

'Het probleem in dit land is altijd weer dat als de overheid voor zichzelf dit soort uitgaven doet, ze drie keer moet bewijzen dat het toch echt wel goed gebeurt. Als er dan ook nog een financieel tekort opduikt, dan moet je het niet gek vinden dat de bevolking tegen is. Maar we hebben het toch gedurfd.

'Het is een prima gebouw. Het heeft een enorm vliegwieleffect op ontwikkelingen in het centrum. Het stadhuis werkt inspirerend. Het is het symbool geworden voor de bevolking van de stad: dat is mijn stadhuis. En we zijn uiteindelijk binnen het budget gebleven. Dat is bijzonder voor een overheidsgebouw.'

- Dat geloven nog steeds zeer weinig Hagenaars.

Zij: 'Dat willen ze gewoon niet weten.'

Hij: 'Maar welk ministerie heeft zijn nieuwbouw de afgelopen jaren binnen het budget gehouden? Wie is dat gelukt? Daarmee geef ik ons geen compliment, want het hoort alleen maar zo.'

- In de keuken liet u net een fotocollage zien, met ook een foto van de paus die in Rome het altaar van de Kerk der Friezen inzegent. U bent voorzitter van de vriendenstichting van die kerk. Wat betekende die plechtigheid voor u?

'Als voorzitter van de stichting moet ik natuurlijk zeggen dat we heel blij waren dat de paus het altaar wilde inzegenen. Maar als u het mij persoonlijk vraagt? Als je daar dan zo zit en het voorrecht hebt om met de paus en de kardinalen uit zijn gevolg te praten, dan heb ik het gevoel dat er een grote afstand is tussen de kerkelijke hiërarchie in Rome en de Nederlandse kerkprovincie. In die laatste voel ik me thuis.'

'

- Heeft u er moeite mee om als katholieke burgemeester te moeten overleggen over een homo-ontmoetingsplaats in de Scheveningse Bosjes.

Hij: 'Ik vind dat iedereen de vrijheid moet hebben om zijn eigen seksuele geaardheid te beleven. Maar dan wel zo, dat je daar anderen geen overlast mee bezorgt. Anders moet je optreden. Dan gaat het er niet om dat ze homoseksueel zijn, maar dat ze zich gedragen op een manier die niet hoort.'

Zij: 'Ik vind dat het niet zou moeten. Heteroseksuelen doen het ook niet.'

- Bent u het met oud-premier Lubbers eens dat we in Nederland teveel gedogen?

'Dat begrip gedogen roept veel misverstanden op. Je kunt iets alleen gedogen als de norm uit het wetboek van strafrecht is achterhaald door het maatschappelijk denken. Zo gedogen we prostitutie en koffieshops. Ik denk dat Lubbers bedoelt dat we teveel tolereren. We pakken de overlast die we hebben van hard drugs, het te lang open blijven van cafés of graffiti onvoldoende aan.

'Ik gedóóg niet dat men 's nachts de muren vol kalkt. Ik doe er alleen te weinig aan. Tot mijn grote spijt overigens, want ik vind het een dom gedoe. Dat we het tolereren is slecht, want de mensen gaan zo langzamerhand denken dat ze zich helemaal niet meer hoeven te gedragen.'

Zij: 'Maar dat is toch een kwestie van mentaliteit. Ik weet zeker dat onze kinderen geen graffiti doen. Daar heb je ze toch in opgevoed.'

- Bent u tijdens de IRT-affaire en de parlementaire enquête van Van Traa nooit bang geweest dat er ook onoirbare praktijken in de regio Haaglanden naar boven zouden komen?

'Toen dit voor de eerste keer naar buiten kwam, ben ik meteen met politie en justitie om tafel gaan zitten en heb ik gevraagd: jongens, dat is toch niet bij ons. Nee, dus. Maar dan zeg ik er meteen bij: mijnheer Straver van de poltitie Haarlem wist het ook niet. Dan kun je natuurlijk zeggen dat hij het had móeten weten, oké. Maar ik moet zeggen: ik heb geboft.'

- Vond u het moeilijk om jarenlang te moeten functioneren naast burgemeesters als Van Thijn in Amsterdam en Peper in Rotterdam, die toch beide landelijke bekendheid genoten en goed de weg wisten in het 'andere' Den Haag?

'Wat bedoelt u? Was Peper dan al bekend voordat hij burgemeester werd van Rotterdam?

'Als burgemeester van Den Haag is het leggen van contacten met de landelijke politiek makkelijk vanwege de nabijheid. Je loopt zo bij elkaar binnen. Maar het is ook een nadeel dat het Binnenhof zo dichtbij is. Ik vergelijk het wel eens met een vuurtorenwachter. Die heeft een prachtig uitzicht, maar ziet niet wat er aan de voet van de toren gebeurt. Dat gevoel heb ik in Den Haag ook wel eens. Zo snap ik nog steeds niet dat ze een Hoge Snelheidslijn gaan aanleggen zonder dat die langs de regeringsstad loopt.'

- Er is kritiek omdat u onvoldoende weet te lobbyen voor de stad.

'Ik denk dat Den Haag de laatste jaren heeft bewezen dat de ingangen bij de politici op het Binnenhof kort zijn. Kijk maar naar de overbruggingsbijdrage van 35 miljoen gulden die Den Haag een aantal jaren heeft gekregen.

'Ik vind wel dat de beslissers op de departementen, vaak ambtenaren die in Den Haag wonen, erg veel kritiek hebben op de stad. Als inwoner van de stad kennen ze Den Haag. Daar hebben andere gemeenten geen last van. Bij die ambtenaren lopen we met onze lobby vaak vast.'

- U woont nu elf jaar in Den Haag, voelt u zich Hagenaar?

Hij: 'Wat is dat?'

Zij: 'De Hagenaar bestaat niet. Maar een wij-gevoel is er wel. Het wordt alleen niet naar buiten toe geschreeuwd.'

Hij: 'Ik ben het niet helemaal met je eens. Ik vind dat er veel wordt gemopperd. Gisteren zag ik nog een suggestie voor een nieuwe leuze voor de stad: ''Den haag, er is altijd wat''. Nou, dat is ook zo. Er is hier altijd wel wat te mopperen.'

Zij: 'We zijn verwend.'

Hij: 'Ik zou ''Den Haag, een wereldstad'' wel een mooie leus vinden.'

Zij: '''Den Haag is 's Gravenhage'', dat vind ik mooi.'

Hij: 'Maar dat ís nu juist niet zo. Er is een groot verschil tussen Den Haag en 's Gravenhage.'

Zij: 'Dat zijn allemaal van die mythes. Een Hagenaar en een Hagenees hebben alle twee hetzelfde bekakte accent, zegt Paul van Vliet.'

Hij: 'Misschien klinkt het wat pathetisch, maar laat ik het zo zeggen. We maken ons in deze regio druk over de files. Maar waar ik me zorgen over maak, is de mobliteit binnen de stad. Als je ziet hoe weinig mensen uit de rijkere wijken de Schilderswijk of Transvaal kennen!

'Dat is historisch zo gegroeid, doordat Den Haag een dorp was in de duinen dat zich vlekkerig uitbreidde. Met elke vlek zijn eigen inkomensniveau, architectuur en sociale structuur. Het is aan het veranderen, maar de verschillen zijn in deze stad toch wel erg groot.'

Zij: 'Ik vind dat in Den Haag erg veel mensen wonen met van die ingebakken ideeën waar ze maar moeilijk vanaf komen.'

Hij: 'Nee, ze zijn niet erg vernieuwend.'

Zij: 'En dan vaak over onderwerpen die er helemaal niet toe doen. We zouden gewoon een actie tegen ontevredenheid moeten starten.'

- Als u ergens om geprezen wordt, dan is het dat u geen echtgenote nodig heeft om u de wijk in te sturen.

Hij: 'In mijn nieuwe baan zal ik het contact met de burger het meeste missen. Je kunt als burgemeester op allerlei manieren je tijd besteden, maar de wijk ingaan vind ik nog steeds één van de belangrijkste functies. Daarom vind ik dat ze bij een burgemeestersvacature niet te hard moeten roepen dat ze niet iemand willen die al ergens burgemeester is. Je kunt dat wel roepen, maar dan kies je voor een bepaald soort burgemeester.

'Wat ik ook altijd één van mijn belangrijkste taken heb gevonden is de ombudsfunctie. Als een burger zich écht onrechtvaardig behandeld voelt, in de knel zit, of nergens meer terecht kan, dan kan hij altijd nog de burgemeester bellen.'

Zij: 'En dat is veel gebeurd. Vreselijk veel. Ik was het boodschappenmeisje hier. Dat lijken allemaal niet zo van die belangrijke dingen, maar voor de burger van de stad is het wél belangrijk.'

- Bent u blij dat u daar van af bent na 1 juli?

Zij: 'Ik ben blij dat hij dadelijk af is van de vaak ten onrecht geuite kritiek.'

- Dat raakt u heel persoonlijk?

Mevrouw Havermans knikt en krijgt tranen in haar ogen.

Hij: 'Ik vind dat je niet te lang ergens moet zitten. Dan roest je vast. Het werd zo langzamerhand een belasting dat je iedere avond, ieder weekeinde, er moet zijn en bezig bent. Ik wil graag eens een weekeinde rustig ergens over nadenken en artikelen gaan schrijven.'

Zij: 'En ik ben blij dat hij nog geen hele dagen thuis komt. Daar zijn we nog niet aan toe.'

Meer over