Een bulldozer met organisatietalent

Cees Veerman, de nieuwe CDA-minister van Landbouw, moet niets hebben van het poldermodel. Hij wil liever mensen keihard aanpakken. Dat wekt wrevel, maar niet bij zijn collega-boeren....

CEES VEERMAN (53), de nieuwe minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, is boer in hart en nieren. Met een akkerbouwbedrijf van 150 hectare in de Hoeksche Waard en nog eens 300 hectare tarwe en zonnebloemen in de Franse Dordogne, mag hij zich een grote boer noemen.

Van Veerman zal men geen teksten horen over boeren die verslaafd zijn aan de subsidietrog, zoals zijn voorganger Brinkhorst hun nog wel eens wilde aanwrijven. Veerman weet drommels goed dat de suikerbieten met staatssteun uit de grond worden getrokken, zegt zijn vriend Jan Knipscheer. 'Cees snapt de boeren, hij hangt niet in de wolken.'

Ploegen, zaaien en oogsten zitten de nieuwe minister in het bloed. In de jaren tachtig wilde hij alleen bijzonder hoogleraar agrarische bedrijfseconomie in Tilburg worden als hij jaarlijks in september de aardappelen kon blijven rooien.

Dat is Veerman ten voeten uit, zegt Knipscheer, met wie hij in de jaren zeventig onderzoek deed naar de oorzaken van de explosieve stijging van de prijzen van landbouwgrond. Een onderwerp waarop het kabinet-Den Uyl zou vallen. In 1983 promoveerde Veerman aan de landbouwhogeschool in Wageningen op grond en grondprijs.

In 1996 werd hij er voorzitter van het college van bestuur om het ingedutte academische wereldje eens flink op te schudden. In een interview met de Volkskrant zei Veerman: 'Wageningen is te lang in zichzelf gekeerd geweest. We moeten weer aan de bal komen.'

Bij zijn collega's roept Veerman tegenstrijdige gevoelens op. De een ziet in hem een charismatisch, daadkrachtig, intelligent en begiftigd voorzitter met een gezonde dosis humor. De ander vindt hem grillig, onvoorspelbaar, humeurig en een persoon die vaak aanvaringen met anderen heeft.

Veerman stond als voorzitter aan de wieg van de Wageningen Universiteit en Researchcentrum, een samenvoeging van de onderzoeksinstituten van het ministerie van Landbouw en de landbouwhogeschool. 'Waarachtig geen kleine klus om dat in vier jaar voor elkaar te krijgen', zegt de huidige rector magnificus van Wageningen, Bert Speelman. 'Het was een cultuurschok.'

De reorganisatie verliep dan ook niet bepaald zachtzinnig. Maar Veerman is er de man niet naar om zich daarover druk te maken. Voor hem geen poldermodel. Hij heeft weinig geduld, kan slecht luisteren en is hard tegen mensen die zijn mening niet delen.

Een bulldozer met organisatietalent die over mensen heen walst als dat moet, zoals met de reorganisatie. Het gevolg is dat sinds de reorganisatie het ziekteverzuim op de landbouwuniversiteit flink is toegenomen. Redelijk wat medewerkers voelen zich er niet meer thuis. . 'Maar zonder die verschrikkelijke Veerman bestond de universiteit misschien niet meer', zegt een ingewijde.

Aanvankelijk liepen veel mensen in Wageningen, van hoogleraar tot student, met de nieuwe voorzitter weg. Hij bouwde krediet op met zijn goed doortimmerde verhalen. Hij doorspekte zijn betogen met filosofische uitspraken en citeert graag Goethe.

Maar ook in Wageningen bleef Veerman zijn boerenachtergrond trouw. Rector magnificus Speelman: 'Vorige herfst zei Veerman tegen mij dat hij een tweede aardappelrooimachine nodig had. ''Ga je vanavond mee naar Roeselare, daar staat er een te koop.'' Ik kon niet mee. De volgende dag bleek dat hij de machine inderdaad had aangeschaft.

'Twee weken later vraag ik: Cees, hoe staat het met je rooimachine? ''O, die staan nu allebei te koop. Ik heb ze niet meer nodig, maar andere boeren die wat later rooien dan ik zitten er nu zwaar om verlegen in deze natte tijd.'' Dat is Veerman: hij heeft een neus voor het ondernemen. Hij denkt net even sneller dan een ander.'

Veerman groeide op in Nieuw-Beijerland in de Hoeksche Waard. Dit hoekje van Zuid-Holland heeft veel gemeen met Zeeland, alwaar premier Balkenende zijn wortels heeft.

Volgens vriend Jan Knipscheer kennen de twee mannen elkaar al langer. 'Het zou me niet verbazen als hij de stille steunpilaar van Balkenende wordt in het kabinet. Ze zijn allebei georiënteerd op het platteland, allebei hoogleraar en bovenal: ze snappen de taal van simpele mensen.'

In Nieuw-Beijerland werd Veerman in 1973, op z'n 24ste, gemeenteraadslid voor de ARP. Hij was toen het jongste raadslid van Nederland. Via de gebruikelijke kanalen klom hij op: hij begon in het waterschap, stapte over naar het zuiveringschap, vertrok naar de voormalige Suikerunie om uiteindelijk bestuurder in de Nationale Coöperatieve Raad te worden.

Daar kreeg Veerman te maken met de tuinbouwveilingen en de toenemende concurrentie uit Zuid-Europa. In 1996 richtte hij de Greenery op, een fusie van negen groente- en fruitveilingen waarbij drieduizend producenten zijn aangesloten.

Kees de Wit, hoofd operationele zaken van de Greenery, vindt dat Veerman met recht de 'vader van de Greenery' wordt genoemd. Volgens De Wit stond Veerman in de vuurlinie tijdens een van de roerigste perioden in de veilingwereld, toen de emoties hoog opliepen door de ingrijpende saneringen.

De Wit: 'Hij hield zijn rug recht en ging niet delegeren toen het moeilijk werd. Het tegenovergestelde was juist waar. Hij ging tussen de mensen zitten en trok het probleem naar zich toe. Veerman is geen droge professor, maar een man die een brug vormt tussen praktijk en wetenschap.'

Kees Molendijk, de huidige SGP-wethouder in Korendijk, de gemeente die is ontstaan na fusie van onder meer Nieuw- en Oud Beijerland: 'Als hij om vier uur thuis komt, zie je hem om vijf uur op de trekker. Ik vind het bijzonder als hooggeplaatste mensen zelf de handen uit de mouwen steken. Die weten hoe een bedrijf er uitziet, welke inspanningen je moet doen om aan de kost te komen, hoe je met bestrijdingsmiddelen omgaat. Onze uien gaan naar de knoppen omdat bepaalde bestrijdingsmiddelen niet meer mogen worden gebruikt.'

Molendijks voorspelling dat Veerman zodra hij minister zou zijn hier iets aan zou doen, is reeds bewaarheid geworden. Een van de eerste maatregelen die Veerman in de Staatscourant afkondigde, is het weer toelaten van de chemische middelen mancozeb en metalaxuyl-m tegen de schimmelziekte valse meeldauw in de uien.

In Wageningen gaat het verhaal dat je je uit de voeten moest maken als Veerman eraan kwam met een verbrande kop van het zitten op de trekker. Dan had hij weer creatieve ideeën opgedaan.

Maar in Nieuw-Beijerland begrijpt men dat heel goed. 'Als bestuurder sta je in het brandpunt, dan is het een gigantische ontspanning om zelf weer op die combine te zitten en je gedachten op een rij te krijgen. Er valt fysiek wat van je af, je kunt rustig denken. Een ander gaat een weekend weg om op adem te komen, voor ons is dat het werk op het land', zegt Molendijk.

Veerman, die begin dit jaar uit Wageningen vertrok, houdt niet van reizen, zeker niet van vliegen. Hij is de man van het dorp. Iedereen weet wie hij is. Veel bestuurders kun je tegenwoordig niet meer aanspreken - hem wel, zeggen de dorpelingen. Dat zal zo blijven nu hij minister is, verwachten ze in Nieuw-Beijerland.

Meer over