Een bruidsjurk van 100 punten

De vraag 'wat heeft ze aan?' is van alle tijden. Zeker wanneer 'ze' een koningin is. Gisteren onderwierp een Engelssprekende Dick Passchier de robe waarin koningin Elizabeth II de viering van haar vijftigjarig huwelijk opluisterde, aan uitputtende beschouwingen....

SANDER VAN WALSUM

Met soberheid viel eertijds een wereld te winnen. Twee jaar na het einde van de oorlog was het distributiestelsel in Groot-Brittannië nog veelomvattender dan tijdens de bange jaren zelf. Alles wat het leven draaglijk maakte, stond op de bon. En wat het leven veraangenaamde, was eenvoudigweg niet verkrijgbaar. De materiële krapte kwam het meest zichtbaar tot uiting in de mode. Couturiers lieten zich vooral leiden door het streven een zo bescheiden mogelijk beroep op de schaarse goederen te doen. De mode werd onder invloed van dit adagium op militaire leest geschoeid. De vormen waren hoekig, de rokken kort. En de overheersende kleuren waren aardegroen, nachtblauw en veldgrijs.

Tijdens de oorlog voegden de Britse vrouwen zich nog wel naar deze kledingmores. Maar na een paar jaar kregen ze er genoeg van. In 1947 legde de Daily Mail de vraag aan zijn lezers voor aan welke tekenen des tijds zij aanstoot namen. 'Aan vrouwen in uniform', was het meest gehoorde antwoord.

Onderwijl had aan de overzijde van het Kanaal Christian Dior net zijn New Look geïntroduceerd, een modebeeld waarmee de couturier zijn heimwee naar de Franse Belle Epoque tot uiting bracht. Hij entte zijn creaties op de contouren van een zandloper: ronde vormen, en een wespentaille waaronder meters stof werden geplooid. Dior wilde hiermee 'de ceremonie van het kleden' in ere herstellen, en de vrouw bevrijden van de masculiene non-couture.

Precies om die reden riepen de New Look en zijn schepper hevige weerzin op bij socialistische dames. Door zijn rokken uit te leggen tot ver onder de knie, zou hij de verworvenheden van de (eerste) feministische revolutie ongedaan willen maken. Bovendien wekte hij een begeerte op die met de toenmalige textielschaarste slechts door weinigen kon worden bevredigd. Elke inch die Dior van de Britse textielindustrie wist los te peuteren, zou tot een productieverlies van ten minste 800 duizend rokken leiden, werd met de natte vinger berekend. Dior werd, kortom, gezien als een gevaar voor de egalitaire samenleving die zich in het Engeland van Clement Attlee - Labour-premier van 1945 tot '52 - aan het ontwikkelen was.

De brandende kwestie van november 1947 was dan ook: verklaart prinses Elizabeth zich tot de New Look, of verstaat zij de noden van haar tijd en houdt zij het sober? Het laatste gebeurde. Een paar dagen voor de huwelijksceremonie deelde Buckingham Palace mee dat in de japon van de bruid honderd textielpunten waren verwerkt, en dat de bruidsmeisjes en pages respectievelijk 23 en tien textielbonnen te besteden hadden.

Na deze gewonnen veldslag verloor de Dior-oppositie de oorlog alsnog toen prinses Elizabeth en haar zuster Margaret zwichtten voor de verlokkingen van de New Look. Zij lieten Dior in het geheim naar Londen komen waar hij in de Franse ambassade zijn verboden vruchten toonde. Ook hofontwerper Norman Hartnell was van dit rendez-vous niet op de hoogte. Maar op 26 april 1948 moest hij wel zijn conclusies trekken toen beide prinsessen de viering van het zilveren huwelijk van hun ouders bijwoonden in een uitmonstering die overduidelijk continentale invloeden verried. De New Look was salonfähig geworden. In de daarop volgende zomer - bij de dageraad van de welvaartsstaat - was de ban op de weelde gebroken. Voor velen was de oorlog toen pas echt voorbij.Sander van Walsum

Meer over