Een broek van biokatoen en colaflessen

Op de eerste Nederlandse eco-modedag waande je je even in een kledingfabriek in Bangladesh.

Berend Jan Bockting

amsterdam In een klein hokje op de benedenverdieping van de Amsterdamse club Trouw kon je zondagmiddag ervaren hoe het is om in een kledingfabriek in Bangladesh te werken. Zittend op een houten bankje, met een naaimachine voor je neus en een onophoudelijk geratel in je oor, kreeg je een korte documentaire over de 23­jarige naaister Rumana voorgeschoteld.


Haar target: duizend kledingstukken per dag. 'Mijn leven bestaat uit mijn kind en de kledingfabriek', zegt ze in de voice-over. Een fabriek die ook aan Nederlandse winkels levert. Het verhaal van Rumana vormde zo een beklemmend pleidooi voor het belang van eco-fashion: eerlijke en duurzame kleding.


Daarvoor is het de hoogste tijd, vindt Mette te Velde (30), die onder de vlag Strawberry Earth Wonderland de eerste eco-fashionmiddag in Nederland organiseerde. In Londen, Parijs en Berlijn is ecologische mode allang ingeburgerd, 'hier lopen we achter als het gaat om duurzaamheid', zegt ze. 'Niet alleen wat zonne-energie en eten betreft, maar ook qua kleding.'


Meer dan dertig verschillende modemerken stelden deze middag hun waar tentoon op een hippe marktplaats van duurzaamheid, waar modeshows, talkshows, dj-sets en een ludieke 'Klere Kwis' elkaar afwisselden.


Een van die merken is het Amsterdamse Studio JUX van Carlien Helmink (27), die samenwerkt met een kledingfabriek in Nepal, waarmee ze voor werkgelegenheid zorgt in een van de armste landen ter wereld en tegelijk investeert in zo duurzaam mogelijke stoffen. Zo verkoopt ze onder meer jeans van een mix van hennep, gerecyclede colaflessen en biologisch katoen. Lastig is dat wel, beaamt ze. 'Ik wil wel fashion maken, dus soms moet je concessies doen als je niet wilt dat een kledingstuk uiteindelijk 400 euro kost.'


Is echte eco-mode te duur? 'Tja', zegt Te Velde. 'Ik zag deze week een paar gevoerde laarzen in de winkel voor maar 10 euro. Dat vind ik ook niet normaal. Bovendien bouw je zo nooit een band op met je spullen. Dan is het van: vlek erop? Doe maar weg.'


Toch kleeft aan eco-fashion een ietwat suf imago, zegt Helmink. Vooral in winkels die niet specifiek investeren in duurzame kleding. Afgelopen zomer zat ze tijdens een modebeurs in Berlijn in een panel met de marketingmanager van het Franse warenhuis Lafayette. 'Die vrouw zei letterlijk: het enige dat jullie hebben, is eco-katoen in suffe kleuren. Dat geloof je toch niet? Dat is echt een idee van tien jaar geleden.'


Studio JUX doet er veel aan die beeldvorming te doorbreken. Elk kledingstuk bevat bijvoorbeeld een nummer waarmee je via een website kunt achterhalen wie je broek of shirt precies heeft gemaakt - inclusief fotootje en biografie. Helmink: 'Geinig om te weten dat jouw klerenmaker drumt in zijn vrije tijd, of spaart voor een motor om naar zijn werk te gaan.'


Meer over