Een Bosnisch meisje (2)

Diezelfde middag, na het sinterklaasfeest, fietste ik naar een woordenboekenwinkel in de Van Baerlestraat om het 'rijm' van de Bosnische Vesna te vertalen....

Sudbina je more bez obala

Onderweg vroeg ik me voor de tweede keer af of het toeval was dat juist zij het lootje met mijn naam had getrokken. De kans leek mij groter dat zij met een medeleerling had geruild, met Sanja misschien of met Senad - met hen was ze goed bevriend. In dat geval werd dat ene zinnetje nog pregnanter, want dan had zij mij iets willen zeggen, dan was het een boodschap, een teken.

We schrijven 1992 en Vesna was pas 16, ze was een halfjaar eerder met haar ouders uit Bosnië gevlucht. In de drie maanden dat ik haar nu kende, was ze meer voor me geworden dan een leerling. Ik vond haar aantrekkelijk, waarom zou ik het ontkennen, dat mooie gezicht, haar rijzige lichaam. Maar nog aantrekkelijker vond ik haar spontaniteit, de spontaniteit die ik zelf omstreeks die leeftijd was gaan verbergen. De vitaliteit van dit meisje, dat toch veel verloren had, raakte me op een gevoelige plek.

Toen mijn oma mijn opa ontmoette, in 1930, beiden waren toen 20 jaar, was het voor mijn oma alsof ze mijn opa 'herkende'. Ze vond het zelf ook vreemd, dat gevoel van herkenning, ze had 'm toch echt nooit eerder gezien. In een van onze laatste gesprekken vertrouwde ze me toe dat ze dacht dat zij en mijn grootvader ooit elkaars wederhelft waren geweest, lang geleden, nog voor den beginne, toen de wereld nog één was, en niet uiteengespat in een oneindige verscheidenheid.

Het deed me denken aan het boeddhisme maar ik weet zeker dat mijn oma daar niets van wist, vrouw van het volk, eenvoudige Amsterdamse die ze altijd gebleven is. Ze had het zelf bedacht. 'Ik vind het ook wel gek klinken', gaf ze toe, 'maar het feit ligt er, ik heb het gevoeld.' Voor mijn oma, ook dat vond ik mooi, waren gevoelens feiten.

Voor mij niet, helaas - maar dat verhinderde me niet onmiddellijk naar de Van Baerlestraat te fietsen, om die zin te vertalen. Toen ik de winkel binnenliep, viel mijn oog vrijwel meteen op een woordenboek SerboCroatian - English, in een donkergroene band, in een kast dicht bij de ingang. Met kloppend hart nam ik het van de plank, sloeg het open - en merkte toen pas hoe slecht voorbereid ik was op die ervaring, het openslaan van dat woordenboek. Ik trad een wereld binnen die ik niet kende, maar dan ook helemaal niet, een wereld van woorden waarvan ik niet wist hoe ze klonken en waarnaar ik lang bleef kijken: cvrst, priljubiti, sjekotina... Achter die woorden, wist ik, verborg zich háár wereld, de wereld waarin zij thuis was, mij even vreemd als die vreemde woorden.

Bosnië-Herzegovina.

In de klas leek ze vaak zo dichtbij.

Ik begon te vertalen. Sudbina stond erin. Het betekende lot, of noodlot. Je betekende is. De rest was even eenvoudig. Na vijf minuten heen en weer bladeren was ik eruit. Toen wist ik wat Vesna mij had willen zeggen: Het lot is een zee zonder kust.

In de maanden, jaren die volgden, heb ik vaak aan dat zinnetje teruggedacht, en nog altijd vraag ik me wel eens af wat ze er precies mee bedoelde. Wilde ze er iets over zichzelf mee zeggen, zij die als 15-jarige haar geboorteland had moeten ontvluchten - iets dat ze niet had kunnen voorzien. Of had ze er iets tegen mij mee willen zeggen, iets in de trant van 'alles is mogelijk'? Indertijd, gebrand op een teken, vatte ik het zo op.

Indertijd was ik haar leraar en exact twee keer zo oud. Zij was Bosnische en ik Nederlander. Al heel snel (al in de woordenboekenwinkel eigenlijk) werd heel duidelijk dat daar een kloof gaapte die overbrugd moest worden, en Vesna, het moet gezegd, deed haar best. Ze leerde snel Nederlands en ze leerde Nederland snel kennen - begaafd als ze was, maakte ze zich mijn wereld in hoog tempo eigen. Ik kon niet werkeloos toezien, vond dat ik er iets tegenover moest stellen, en leerde in de loop der jaren haar taal, nog een hele inspanning. Maar die kennis kwam me goed van pas toen we in 1997, toen de oorlog voorbij was, samen afreisden naar wat háár wereld was geweest, Bosnië-Herzegovina. Ik dacht dat ik ging om haar land te leren kennen maar, zoals dat gaat, ik leerde er meer nog over mezelf.

Maar ik loop op de zaken vooruit. Eerst waren er nog de leerlingen, de klasgenoten van Vesna, die ik, ja, benadeelde door mijn verhouding met een hunner.

Meer over