Een bos vol 'nikswillers'

Campinghouder Jan Schrijver kan ze uittekenen. Als de avond is gevallen, zitten ze bij de luifel van hun De Waard, drinken rode wijn, lezen wat bij het licht van een olielamp of discussiëren zacht, terloops luisterend naar de schreeuw van een jagende uil....

Theo Nijenhuis

Het beboste deel van de Sallandse camping Starnbosch herbergt individualisten. Je zou ze 'de nikswillers' kunnen noemen: voor hen geen bingo-avonden, wedstrijden of ander georganiseerd vermaak voor volwassenen.

Ze zijn zich niet bewust van de invloed die ze hebben op de bedrijfsvoering. Dat speelt niet alleen in Dalfsen. Tachtig kilometer verderop ligt De Papillon die vier jaar geleden werd 'ontdekt' door individualistische kampeerders. Er veranderde veel.

Eigenaar Alex Wassink placht de bar te sluiten rond half twee 's nachts. Dat gebeurt sindsdien om elf uur 's avonds. De verkoop van bier kelderde, die van patat met ongeveer de helft. Daar staat tegenover dat Wassink zelden of nooit meer hoeft uit te rukken omdat nachtelijk biergeslemp andere kampeerders ergert.

'Krattenstapelaars' noemt Jan Schrijver het wat rumoeriger type klant. Het is op Starnbosch een verdwijnend fenomeen. Tegelijk verdween, net als op de Papillon, een flink stuk omzet in het restaurant en in de winkel. Barbara Halverhout merkte het toen zij en haar echtgenoot Rolf vorig jaar compagnons werden van Schrijver.

Zij moest aan het eind van het seizoen zelfs een partij bier wegdoen. 'Maar wijn,' zegt zij, 'is niet aan te slepen.' Róde wijn was zelfs een tijdje niet te krijgen.

Typerend is ook dat 'nieuwe' kampeerders bij vertrek vaak een voorraadje biologisch brood meenemen zoals dat op de camping wordt afgebakken. Ze willen, zegt echtgenoot Rolf, het vakantiegevoel nog even rekken.

Een ander typisch trekje: de overgrote meerderheid van de gasten komt met de auto, maar wil een autovrije kampeerplek. Die zijn het eerste weg, ook op 'Het Park', het open deel van Starnbosch.

Jan Schrijver is het meest trots op het beboste deel. Hij heeft twintig jaar geduld moeten oefenen tot hij het gebied mocht pachten van het naburige landgoed DenAalshorst. Aanhoudend werd er geprocedeerd. 'Apetrots' was hij toen hij het in beheer kreeg halverwege de jaren tachtig. 'Ik liep er minstens twee keer per dag rond, gewoon om te genieten.'

Schrijver mag aan het terrein in principe niets veranderen. Luxe trends, zoals de bouw van privé-badkamers bij de kampeerplek, zijn onnavolgbaar. Het bos blijft het domein van tentkampeerders, die graag twee euro per dag extra betalen, ook al weten ze dat bij de meeste plekken geen elektriciteitspaaltje staat. Die houding spreekt Schrijver aan.

Al in de jaren zestig maakte hij zich zorgen over de noodzaak die campinghouders voelden om steeds meer vermaak te bieden. Hoe ver moet je gaan? Eind jaren zestig zei hij in de Zwolse Courant dat zijn limiet was bereikt: af en toe een ontspanningsavond in de kantine. Meer niet.

Dat standpunt was niet vol te houden. Maar geleidelijk wijzigde Schrijver toch van koers. Twintig jaar na het soberheidspleidooi in de krant verdwenen op Starnbosch de bingo-avonden en ging de discotheek dicht. Wie ook verdwenen, waren de sportinstructeurs die wedkampen organiseerden.

Het is grappig, zegt Schrijver, dat er nu jonge ouders kamperen op Starnbosch die in hun puberteit nog hebben geswingd in de campingdisco. Nu ze zelf kinderen hebben, waarderen ze de rust.

Starnbosch gaat op 'de belevingstoer': de waardering stijgt als de gasten beseffen dat ze hun tentharingen in historische grond hameren en wel op het stervormige landgoed dat in 1678, tussen twee sticken (zandwallen), werd aangelegd op last van de Zwolse burgmeester en grootgrondbezitter Vriese.

De waaier van zandpaden is aangetast. Stukken ervan werden door de eeuwen heen verlegd. Rolf Halverhout onderzoekt of hij, samen met het Overijssels Landschap, het voormalig landgoed iets meer van zijn oorspronkelijke vorm kan teruggeven. Dat zal de nikswillers zeker bevallen.

Meer over