Een beter milieu begint nog even niet bij verpakkingenbelasting

Produceren..

De rits-rats-truc. Edo Stouten, Benelux-directeur van conservenmaker Bonduelle, raakt er niet over uitgepraat. ‘Eet je maïs? Dan weet je hoe makkelijk het blikje open gaat, met zo’n lipje. Dat is de rits-rats-truc.’ En dat kan alleen met een blikje van aluminium– ‘een soepel metaal’.

Stouten voelt zich ‘gepakt’ door het kabinet, dat op 1 januari de verpakkingenbelasting invoerde. Aluminium is het materiaal waar het hoogste tarief voor moet worden neergeteld: 57 cent per kilo. Concurrent Hak, die met glazen potten werkt, betaalt met 4 cent per kilo minder, ook al is glas een zwaarder materiaal.

Of de directeur een overstap naar glas overweegt? ‘Absoluut niet. Aluminium heeft te veel voordelen.’ Fijntjes: ‘En je denkt toch niet dat ik die heffing zelf ga betalen? Het wordt gewoon doorberekend aan de consument.’

Om de samenleving groener en duurzamer te maken, wordt schadelijk produceren en consumeren belast en arbeid goedkoper gemaakt. Daarom hebben we naast de vliegtaks ook verpakkingenbelasting. Ongeveer een cent per verpakking. Alle beetjes helpen, zeggen de optimisten. Maar helpt de heffing het milieu ook echt?

Al die centen moeten jaarlijks 250 miljoen euro extra aan belastinginkomsten opleveren. Om kleine ondernemers niet nodeloos gek te maken met administratieve rompslomp, hoeven alleen bedrijven die meer dan 15 duizend kilo verpakkingsmateriaal op de markt brengen te betalen.

De bedoeling? PvdA-minister Cramer van VROM schreef onlangs aan de Tweede Kamer dat ze vooral van het effect op het gedrag van verpakkingsproducenten veel verwacht. Dat een pot pindakaas 1 cent meer kost, zal de consument immers weinig uitmaken.

‘Het effect van de belasting verwacht ik bij de inkoop door de verpakkingsproducent en de groothandel’, schrijft Cramer. ‘In de bulkinkoop gaat het namelijk om grote hoeveelheden materiaal, waardoor het wel om aanmerkelijke bedragen gaat die invloed hebben op de inkoopkeuze.’

Maar de verpakkingsbranche, die jarenlang een strijdlustige lobby voerde tegen de heffing, bestrijdt die aanname. De verpakkingenbelasting is – wonderlijk genoeg – opeens te laag.

Anton Brouwer, bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Groothandelaren in Papier en Verpakkingsmaterialen: ‘Precies. Te laag om enig effect te hebben op het gedrag van de verpakker. Bedrijven kiezen niet voor de goedkoopste verpakking, maar voor die met de juiste eigenschappen. Voor brood geldt: als je het in papier stopt, kun je het na twee dagen weggooien. De waarde van het brood is veel hoger dan die paar centen verpakkingenbelasting. Je zou een enorme heffing moeten invoeren om verpakkers te bewegen over te stappen naar papier.’

Michaël Nieuwesteeg, directeur van het Nederlands Verpakkingscentrum, beaamt dat: ‘Voor een cent ga je niet switchen, zo simpel is het.’ Raar, noemt hij de nieuwe belasting. ‘Straks kunnen producenten roepen: kijk mij eens met m’n milieuvriendelijke vouwkartonnen verpakking. Maar als de Egyptische boontjes die erin zitten de hele wereld over zijn geweest, hoe verantwoord is dat dan?’

Bovendien is de regeling nodeloos ingewikkeld, meent de branche. Er zijn acht materialen, elk met een eigen tarief. Zo moet een fles met aluminium dop anders worden belast dan een fles met een kurk. Een pak sap bevat meestal papier, aluminium én kunststof: die verschillende materialen moeten apart worden gewogen en met een apart tarief worden belast. En dan is er nog het verschil in tarief tussen primaire en secundaire verpakkingen. De fles waar de wijn in zit is de primaire verpakking, de doos de secundaire. Het aantal tarieven komt daarmee op zestien. De NVGB schat dat de bedrijven die verpakkingenbelasting moeten betalen er jaarlijks ongeveer 416 uur aan kwijt zijn. Voor de branche is het duidelijk: de verpakkingenbelasting is een ordinaire heffing, bedoeld om een gat in de begroting te vullen.

Ook milieuorganisaties zijn niet enthousiast. Anita Direcks van Stichting Natuur en Milieu: ‘Het principe is goed, maar de uitwerking niet. Het is een vorm van fiscale vergroening, maar een kwart cent tot een cent per verpakking is te weinig om de consument naar andere verpakkingen te leiden en de industrie te prikkelen. In Noorwegen geldt een tarief van 67 cent per blikje en 40 cent per plastic fles, dát prikkelt wel.’

Vóór invoering van de verpakkingenbelasting is geen onderzoek gedaan naar de milieueffecten. Dat gebeurt in 2009. Er is wel onderzoek naar de gevolgen van een drankverpakkingenbelasting, door het onderzoeksbureau CE Delft. Hetzelfde bureau hielp het kabinet de tarieven te bepalen voor de huidige verpakkingenbelasting, op basis van CO2-uitstoot en de kosten voor compensatie.

Een hoge drankverpakkingenbelasting, zoals in Noorwegen, zou de milieubelasting door flesjes en blikjes kunnen halveren, aldus CE Delft. Maar met de Nederlandse tarieven ligt dat anders.

Volgens een van de onderzoekers, milieuadviseur Geert Bergsma, is het met de huidige tarieven onwaarschijnlijk dat het gedrag van verpakkers écht zal veranderen. ‘Het effect zal klein zijn en pas op lange termijn zichtbaar.’ Als er al iets verandert, is dat vooral in de drankenmarkt, denkt Bergsma. ‘Daar kunnen producenten vrij makkelijk kiezen of ze sap in glas, plastic of in karton verkopen.’

Aanvankelijk koos het kabinet ook voor het belasten van alleen blikjes, flesjes en drankkartonnen, leert het uitgelekte concept-regeerakkoord. Die belasting zou 150 miljoen euro per jaar opleveren. Maar in het uiteindelijke document is besloten tot een verpakkingenbelasting, die 100 miljoen euro méér opbrengt. Bij ‘aanpak fraude en verhogen boetes’ is opeens 100 miljoen euro minder ingeboekt.

Volgens Robbert van Duin van het Recycling Netwerk, een samenwerkingsverband van milieuorganisaties als Greenpeace en Milieudefensie, was het belasten van alleen drankverpakkingen een beter idee geweest. ‘Daar is tenminste gedegen onderzoek naar.’

Weliswaar wordt er nu meer geld opgehaald, maar omdat de heffing voor álle verpakkingen geldt zijn de kosten per verpakking aanzienlijk lager. Van Duin: ‘Daardoor is het sturend effect van deze belasting veel minder.’

PvdA-Kamerlid Diederik Samsom noemt die redenering onzinnig. ‘Dit is juist de bedoeling: de vervuiler laten betalen. Je moet in de Albert Heijn To Go maar eens een rondje om je as draaien. Dan zie je echt niet alleen drankverpakkingen. Angstaanjagend!’

Hij hamert erop dat een deel van het geld dat nu wordt opgehaald, verdwijnt in een Afvalfonds waaruit andere milieumaatregelen worden betaald, zoals inzamelbakken voor plastic. Dat dit een bescheiden begin is, erkent Samsom. Mocht in 2009 blijken dat het effect te klein is, dan moeten de tarieven omhoog. Ook de andere coalitiepartijen willen eerst onderzoek afwachten. ChristenUnie-Kamerlid Cramer: ‘Nu is onduidelijk wat de milieueffecten zijn.’

Voor GroenLinks kan het niet snel genoeg ‘ruiger, scherper en harder’, aldus Kamerlid Vendrik. ‘Dit is niet meer dan een begin. Een vertienvoudiging zou verschil maken. Dan wordt het pas echt vervelend voor de producenten.’

Meer over