'een bekende vader was een vereiste'

Journaliste Dorine Hermans (42) en haar vriendin besloten na jaren wikken en wegen een gezin te stichten. Inmiddels zijn ze ouders van een dochter (7) en een zoon (6)....

'Mijn eega en ik komen uit grote, hechte gezinnen en allebei hebben we altijd graag kin deren gewild. Ik ontdekte in mijn puberteit dat ik op vrouwen viel en heb lang in paniek aan de toekomst gedacht. Als het voor mij praktisch al te realiseren zou zijn om kinderen te krijgen, betwijfelde ik of je het hen kon aandoen om ze willens en wetens zonder vader te laten opgroeien. Ik ging er min of meer van uit dat ik nooit moeder zou worden en ik herinner me nog hoe verrast ik was toen een redactrice bij Margriet, waar ik stage liep, zei: ”Hoezo kun je geen kinderen krijgen, je hebt toch een baarmoeder?”

Op de middelbare school zaten mijn vrien din en ik bij elkaar in de klas, maar dat is haar volgens mij nauwelijks opgevallen. Ik was jong voor mijn leeftijd, zij was wild, de leader of the gang, en bovendien alleen in jongens geïnteresseerd. Het gaf heel wat consternatie toen wij rond ons dertigste verliefd op elkaar werden. Haar boezemvriendin, met wie ze altijd op mannenjacht ging, liet van schrik een bord spaghetti uit haar handen vallen toen ze het hoorde.

Na twee jaar kwam het onderwerp kinderen voor het eerst ter sprake. Behalve de gewone twijfels die ieder stel daarover heeft, was de centrale vraag: kun je het kinderen wel aandoen om bij ons op te groeien? We besloten tijdens een weekend in de Arden nen de knoop door te hakken. Het was rot weer, we liepen door een druilerig bos en zij had het zonnigste gezicht dat je maar kunt bedenken. Ze heeft een enorm vrolijke natuur. Ik zag haar stralend een heuveltje afrennen en dacht opeens: ”De ongeboren kinderen hierboven kun je zo'n moeder niet onthouden.”

Voor een anonieme donor voelden we niets, een bekende vader was voor ons een vereiste. We hebben serieuze gesprekken gevoerd met een aantal mannelijke vrienden, die genegen waren ons te helpen. Het plan was toen nog dat we elk een kind kregen van dezelfde vader. Toch vroegen we uiteindelijk mijn oudste broer. Het nadeel van hem als donor was dat mijn vriendin automatisch de biologische moeder werd, terwijl ik ook graag een zwangerschap en bevalling had mee gemaakt. Daar stond tegenover dat we via hem kinderen konden krijgen die biologisch van ons samen waren, van een vader die namens mij de familiegenen doorgaf en die we optimaal kenden. Gelukkig stemde hij erin toe om ons te helpen.

Bij de vijfde ki-poging was het raak en ons dochtertje werd geboren, nu bijna acht jaar geleden. Omdat we zelf veel plezier van onze broertjes en zusjes hadden gehad, wilden we het niet bij één kind laten, ook vanwege de bijzondere gezinssamenstelling. Even kwam de gedachte weer op dat ik toch nummer twee zou krijgen, maar het leek ons een groot voordeel voor de kinderen als ze precies dezelfde situatie deelden, en dat woog uiteindelijk het zwaarst. Misschien was het anders geweest als mijn vriendin ook een broer had gehad.

Twintig maanden later kregen we onze zoon. We schrokken een beetje toen het een jongetje bleek te zijn; omdat in de familie van mijn vriendin al generaties alleen meisjes worden geboren, hadden we daarmee iets minder rekening gehouden, en we vreesden dat een jongen eerder een vader zou missen. Gelukkig zijn mijn broers en zwagers er altijd op de achtergrond.

Toen de klasgenootjes van onze zoon op zeker moment tegen elkaar gingen opscheppen over hun vader, hoe sterk die was en hoe hard zijn auto reed, kwam mijn oudste broer een keer langs op school. Hij ging met een zak wafels op de speelplaats zitten, alle kinderen zwermden om hem heen, ze mochten in zijn spierballen knijpen, en toen was het goed.

De gezinssituatie heeft eigenlijk nooit moeilijkheden gegeven. Ik heb altijd wel de omgeving zo veel mogelijk vooraf geïnformeerd. Toen we van Amsterdam naar Haar lem verhuisden, was ik bang dat de kinderen in zo'n provinciestad minder geaccepteerd zouden worden. Voordat we ons huis kochten, heb ik bij de buren aangebeld en gevraagd of ze geen moeite hadden met een gezin van twee moeders. Ze moeten er nog steeds om lachen, maar voor mij was het belangrijk, want ik kan niet functioneren in een vijandige omgeving.

De kinderen zitten op de buurtschool, een christelijke basisschool. Voor de zekerheid vertelde ik in het begin telkens als er een nieuw klasgenootje zou komen spelen aan de betreffende ouders in wat voor Sodom en Gomorrah hun kind terechtkwam. Dat leid de eerder tot hilariteit dan tot bezwaren. Tot die keer dat er onverwacht een vriendje mee naar huis ging omdat zijn moeder naar het ziekenhuis moest. 's Avonds kwam zijn vader hem halen en die leek overvallen toen tegelijk met hem niet een man, maar mijn vriendin voor de deur stond, die thuiskwam van haar werk.

De volgende dag hoorde ik dat hij en zijn vrouw evangelisch waren, en ik ging ervan uit dat het speelcontact met hun kinderen voorbij was. Maar de week erop werd onze dochter bij hen uitgenodigd, en zijn we zelfs blijven eten. Ik vroeg voorzichtig hoe ze tegenover ons huishouden stonden, en ze zeiden: ”Wij oordelen niet en we nemen jullie zoals jullie zijn.” Inmiddels hebben we de hartelijkste betrekkingen.

Ik heb me er tot nu toe makkelijk overheen gezet dat ik zelf niet zwanger ben geweest. Ik voel me geheel moeder van onze kinderen, geniet enorm, ben ook altijd de ”zorgmoeder” geweest. Als freelance-journalist kan ik zelf mijn tijd indelen terwijl mijn vriendin kostwinner is, ze is advocaat en werkt vier dagen per week. Ze heeft me nooit het gevoel gegeven dat de kinderen toch een klein beetje meer van haar zijn dan van mij, en ook de kinderen maken geen verschil. Toch heeft het verlangen om zelf een kind te baren nog een tijdje door mijn hoofd gespeeld. Tot drie jaar geleden, toen ik aan mijn biografie over Pieter van Vollen hoven begon. Van Vollenhoven had me altijd een irritante man geleken, maar ik viel van de ene verbazing in de andere bij zijn levensverhaal. Doordat ik medewerking kreeg van zijn intimi en tot op zekere hoogte van hemzelf, kreeg ik een navrant beeld van hoe het bij het Ko ninklijk Huis en in de Haagse politiek achter de schermen toegaat.

Wat m'n werk betreft is het schrijven van Burger aan het hof het leukste dat ik ooit heb gedaan, en het is gelukkig goed ontvangen. Iemand vertelde me zelfs dat het lezen ervan hem had gestimuleerd zijn eigen problemen te overwinnen. Maar de prijs was hoog. Ik kon alleen werken op vrijdag, zaterdag en zondag, als mijn vriendin thuis was, en dan vergat ik dat de kinderen bestonden. De rest van de week wist ik amper waar mijn boek over ging. De vreselijkste momenten waren als ik met een sliert kinderen om me heen, zittend op de rand van het zwembad op mijn mobiel gebeld werd door een minister of een andere vip die ik al dagen te pakken probeerde krijgen. Dan kon ik soms geen zinnig woord uitbrengen. Maar zonder mijn gezin zou ik het boek nooit hebben kunnen schrijven, dan was ik te gronde gegaan aan perfectionisme. Ik heb een warm bedje nodig om te kunnen functioneren.'

Meer over