Een beetje leraar kan online gamen

Vijftig docenten volgen deze week een bijscholingscursus ‘serious gaming’. Een boek als lesmateriaal verliest terrein...

Van onze verslaggeefster Map Oberndorff

Met een geconcentreerde blik kijkt biologie- en natuurkundedocent Bert van den Berg naar zijn computerscherm, terwijl hij snelle bewegingen met de muis maakt. Zijn virtuele alter ego, die hij met hanekam en fluorescerend shirt een ‘eigen identiteit’ heeft gegeven, rent over de planeet Helios. Na een natuurramp zijn daar alle windmolens omgevallen. Van den Berg zoekt overal onderdelen, waarmee hij zelf weer nieuwe energiezuinige windmolens kan bouwen.

Vijftig docenten en ict-coördinatoren van middelbare scholen (vmbo, havo en vwo) uit het hele land worden deze week op het Amsterdamse kantoor van informatietechnologiebedrijf IBM bijgeschoold in serious gaming. Volgens de initiatiefnemers van de zomercursus, IBM en stichting Kennisnet, kunnen leraren door online spellen met een educatieve waarde het onderwijs voor de leerlingen aantrekkelijker maken.

Hiermee sluiten ze namelijk aan op de interesse van veel jongeren, is het idee. Uit onderzoek van TNS Nipo bleek onlangs dat 97 procent van de jongens tussen de 13 en 19 jaar geregeld online games speelt. Gemiddeld besteden ze daar 15 uur per week aan. Meisjes zijn iets minder fanatiek: 88 procent gamet geregeld, met een gemiddelde van 8 uur per week.

Sommige online games zijn ook geschikt voor in de klas, denkt IBM. Zoals het door henzelf ontwikkelde spel Power up dat Van den Berg nu speelt. ‘De jongeren leren op een milieuvriendelijke manier energie op te wekken’, zegt Warner Dijkhuizen, manager Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. ‘En ze krijgen feedback van virtuele ingenieurs, die ze vanuit verschillende invalshoeken iets over techniek bijbrengen.’

Van den Berg is nog niet overtuigd van het spel. Hij heeft op Helios net lang moeten zoeken naar de energiecentrale, waar het echte werk pas begint. ‘Dat is toch veel kostbare lestijd.’

Maar hij denkt dat scholen er niet meer aan ontkomen om online games te gaan gebruiken bij de lessen. ‘Leerlingen vinden onderwijs steeds minder interessant. Je kunt met de traditionele boekmethode niet meer op tegen al die multimediale middelen.’

Cursusdeelnemer Roelien Wierda probeert als docent ict en didactiek van een lerarenopleiding (Noordelijke Hogeschool Leeuwarden) haar studenten al langer enthousiast te maken voor online games. ‘Leerlingen zijn meer bereid informatie op te slaan als de lesstof visueel wordt gemaakt.’ Haar studenten ziet ze als ambassadeurs. ‘Zij kunnen de oudere docenten misschien meekrijgen.’

Een zaal verder is biologiedocent Arjan Witte intussen op zijn computer een robot aan het programmeren. Door virtuele bouwblokken op de juiste wijze te ordenen kan het apparaatje een bepaald traject afleggen.

Voor zijn eigen vak kan hij er weinig mee, maar hij ziet wel het opleidingsnut van online games. Soms laat hij zijn leerlingen anatomiespellen doen. ‘Ze moeten dan onderdelen van het menselijk lichaam in elkaar zetten. Dat vinden ze heel leuk.’

Maar een vervanging voor de echte practica zal zo’n spel nooit worden, denkt Witte. ‘Ze moeten niet alleen achter een beeldscherm zitten, maar ook zelf aan de slag. Bijvoorbeeld laag voor laag een koeienoog ontleden, dat is uiteindelijk toch veel gaver.’

Meer over