Een beeldschoon getal, met vijf decimalen

Alan Lightman is theoretisch astrofysicus. Hij doceert aan het Massachusetts Institute of Technology en dat is aan zijn boeken te merken....

HANS BOUMAN

In het eerste hoofdstuk maken we kennis met Bennet als hij is benoemd tot hoogleraar aan de universiteit van Leominster in Baltimore. Als hij zich bij de decaan vervoegt voor een kennismakingsgesprek, wordt hem duidelijk dat hij niet alleen is aangenomen vanwege zijn eigen onderzoeksprojecten. Van hem wordt tevens verwacht dat hij beslag legt op de aantekeningen van de geniale Arnold Scalapino. Deze is tien jaar eerder naar Leominster gehaald om de universiteit aanzien te verschaffen; hij heeft ook het beste salaris. Maar op een enkele werkgroep na doet hij niets op gebied van onderwijs en studentenbegeleiding; sinds zijn aanstelling heeft hij niets gepubliceerd.

Dit betekent niet dat Scalapino al die jaren heeft stilgezeten. Naar verluidt staat zijn huis vol archiefkasten die uitpuilen van de briljante aantekeningen. Als hij de moeite zou nemen zijn bevindingen uit te werken tot artikelen, zou hij de moderne natuurkunde compleet op zijn kop kunnen zetten en een regelrechte kandidaat zijn voor de Nobelprijs. De glorie zou afstralen op Leominster en de universiteit veel donaties opleveren. Kortom: Bennet moet aanpappen met Scalapino, de hand leggen op de aantekeningen en ze omwerken tot artikelen.

Aangezien eerdere pogingen Scalapino te vermurwen om zijn werk af te staan zijn mislukt, pakt Bennet de zaken omzichtig aan. Zijn benadering heeft succes, en gaandeweg bouwt hij een amicale verstandhouding op met zijn collega-hoogleraar. Deze blijkt zijn belangstelling voor de theoretische problemen waarmee hij zich bezighoudt te verliezen zodra hij ze in gedachten en via klad-aantekeningen heeft opgelost. Vandaar dat hij nooit publiceert.

Uiteindelijk weet Bennet de geleerde zo ver te krijgen dat hij diens aantekeningen over het verschijnsel percolatie mag inzien en gebruiken. Na veel bloed, zweet en tranen, en met uiteindelijk de onontbeerlijke hulp van Scalapino zelf, komt er een artikel uit Bennet's handen. Het eindigt met 'één beeldschoon getal' met vijf decimalen. Vlak voordat hij het stuk opstuurt naar The Physical Review, valt Bennet's oog in de bibliotheek op een obscuur Italiaans fysicablad. Het bevat een artikel waarin hetzelfde vraagstuk wordt opgelost. Het eindgetal van de Italiaanse geleerde is echter nauwkeuriger: het bevat meer decimalen.

Geschokt haalt Bennet Scalapino uit zijn bed. Deze blijkt niet erg onder de indruk. Hij vindt de methode van de Italiaan onhandig. Dat deze op hetzelfde eindgetal is gekomen, nauwkeuriger zelfs, kan hem evenmin imponeren. 'Het is een goed geformuleerd vraagstuk. Hij behoort hetzelfde antwoord te krijgen. (. . .) Maar als je het niet erg vind ga ik weer naar bed.'

Het bovenstaande is geen samenvatting van de roman, maar van het eerste hoofdstuk (het boek telt er 25). Na deze opening gaat de vertelling terug naar Bennet's jeugdjaren en beschrijft Lightman vervolgens stapsgewijs zijn ontwikkelingen van hoogbegaafd maar monomaan en contactarm techneutje tot briljant natuurkundige. Een Bildungsroman. De kwestie-Scalapino wordt verder nergens meer genoemd.

Good Benito lijkt dus te worden voorafgegaan door een kort verhaal dat geen noodzakelijke relatie heeft met de rest van het boek. Maar hoewel ik niet uitsluit dat het ooit als apart verhaal is ontstaan, is het in veel opzichten een treffende introductie van een voornaam thema van de roman.

Arnold Scalapino belichaamt de wetenschap in zijn meest steriele, wereldvreemde, egotistische vorm. Niet alleen leeft hij uitsluitend voor zijn eigen ideeën, hij is zelfs niet bereid zich ook maar de minste moeite te getroosten anderen van zijn inzichten deelgenoot te maken. Evenmin is hij geïnteresseerd in de inzichten van anderen. De buitenwereld moet eens per maand gireren, en verder zijn bek houden. Als om zijn solitaire positie nog eens te benadrukken, leeft Scalapino 's nachts en slaapt hij overdag. Zijn dochter van 28 woont bij hem in huis en is niet geïnteresseerd in het leiden van een eigen leven.

De figuur van Scalapino is een soort spookbeeld dat steeds op de achtergrond opdoemt in de hoofdstukken die volgen over de opgroeiende Bennet. Al snel blijkt Bennet een onderzoekende, inventieve geest, leergierig en voortdurend op zoek naar verklaringen en zekerheden. Met zijn jeugdvriend John - die hem 'Good Benito' noemt - wisselt hij natuurwetenschappelijke feiten uit. De omtrek van de aarde, de afstand tot de dichtstbijzijnde ster, de laagst mogelijke temperatuur - de jongens weten het allemaal. 'Het was een universum van zekerheid en logica en ze koesterden zich in hun kennis.'

Bennet voelt zich uitsluitend aangetrokken tot de bètavakken. Wanneer tijdens de geschiedenisles blijkt dat de klas dagenlang kan discussiëren over het waarom van de Amerikaanse Burgeroorlog, vervult hem dat met afgrijzen: 'Maar algebra was anders. Er was altijd een antwoord, zo zuiver als een nieuwe halve dollar met de afbeelding van Benjamin Franklin. De regels der logica garandeerden een antwoord. En als je het antwoord vond, was er geen discussie mogelijk. Je had het bij het rechte eind en iedereen was het er over eens dat je het bij het rechte eind had.'

Wanneer Bennet, die van joodse komaf is, zich later tot het judaïsme voelt aangetrokken, is dat vooral vanwege de plaats die de rationaliteit in deze religie inneemt. Al snel blijkt hem echter, uit een gesprek met een rabbi, dat logica en rationalisme bij het oplossen van morele vraagstukken hun beperkingen hebben.

Er volgen meer gebeurtenissen die aantonen dat het menselijk bestaan zich nog wel eens wil ontrekken aan de wetten van de logica. Een van de meest amusante voorbeelden betreft Bennet's moeder. Zij lijdt aan slapeloosheid, en gaat 's nachts op zoek naar stukken taart die zijn overgebleven van het dessert. Als het haar lukt de taart te vinden, maant ze haar huishoudster deze voortaan beter te verstoppen. Vindt ze de volgende nacht opnieuw taart, dan krijgt de huishoudster een stevig standje. Maar blijkt de taart tè bekwaam verstopt, zodat ze niets vindt, dan is het ook niet goed en wordt de arme huishoudster dermate kil bejegend dat ze het overgebleven dessertgebak de volgende dag in arren moede maar weer op een eenvoudig plekje wegbergt.

Killere voorbeelden van het menselijk onvermogen uitsluitend volgens logische principes te leven, betreffen het oorlogsverleden van Bennet's vader, de geestelijke ineenstorting van zijn promotor, en zijn huwelijk met de zelfdestructieve Penny. De laatste roept in hem een irrationele wreedheid op, die hij in zichzelf veracht, maar niet kan onderdrukken.

Naar het einde van het boek toe worden de hoofdstukken korter en de vertelling fragmentarischer, maar de ontwikkeling van Bennet's persoonlijkheid is duidelijk. Zijn groei van een eendimensionale logicus naar een persoonlijkheid die zich bewust is van de complexiteit van het bestaan, komt fraai tot uiting in het slothoofdstuk, als hij met zijn nichtje Katie in een bootje op het meer vaart. Ze zijn aan het vissen, maar hebben nog niets gevangen. Katie geeft een verklaring die Bennet's volledige instemming heeft: 'Volgens mij weten de vissen niet dat we hier zitten.'

Alan Lightman: Good Benito. Pantheon Books, import Van Ditmar, ¿ 42,40.

Alan Lightman: Brave Benito. Uit het Engels vertaald door Rob van der Veer. Meulenhoff, ¿ 34,90.

Meer over