Een beachvolleybalster tussen de handbalsters

Handbalster Natasja Burgers (23) speelt vanmiddag op het Europees kampioenschap haar honderdste interland. 'Tas' ziet er niet als een routinier uit....

TREKKEBENEND gaat Natasja Burgers door Holiday Inn, de Amsterdamse uitvalsbasis voor het toernooi om het Europees kampioenschap handbal. Het hele gesprek wrijft ze over een pijnlijke plek op de voet, een verrekt spiertje na een slechte landing. De onderarmen zitten vol schaafwonden.

Het gezicht staat op afzien. 'Alles doet nu pijn. Ik moet er eventjes niet aan denken dat ik straks al weer tegen Rusland moet spelen. Ik ben ook zo verschrikkelijk moe. Vijf wedstrijden in zeven dagen, onder hoogspanning, dat hakt er in.'

Vooral de wedstrijd van donderdag tegen het keihard opererende Oostenrijk heeft sporen achtergelaten. 'Je bent wel wat gewend hoor. Maar die meiden van Oostenrijk zijn gewoon beesten. Die zijn allemaal boven de dertig, hebben veel meegemaakt.

'Hard is niet erg, maar gemeen bevalt me minder. Die Oostenrijkers hebben er geen moeite mee je een rotgooi tegen de boarding te geven. Elly-An de Boer heeft zo'n knal op de borst gekregen dat ze een hele nacht heeft wakker gelegen. Als je niet opstaat, denken ze: zo, dat is er weer een minder.'

Natasja Burgers is met haar lengte van 1.70 meter en een gewicht van 62 kilo meer het type beachvolleybalster. Ze beschikt nu eenmaal niet over het fysiek om te hakken. 'Ik kan het wel hoor, maar ik denk er geen lelijke dingen bij. Zo van: als ik nu extra hard douw, dan doet 't echt pijn.

'Dat zit er niet in bij ons. Ik ben een aanhangster van het Deense handbal. Als je dat ziet: zo soepel, zo makkelijk, zo mooi. Dat Oostenrijkse spel heeft geen schoonheid, maar het is wel effectief. Ze staan er mee in de halve finales van dit EK.'

Burgers doet aan krachttraining, in de survival of the fittest die het handbal is. 'Ik ben niet breed, niet groot, dun eigenlijk. Ik zal nooit van zùlke benen krijgen.'

Superfit zijn is een voorwaarde om in het tophandbal mee te kunnen. 'Ik kan wel een duwtje hebben. Maar de risico's van het spel zijn fors. Eerst dachten we dat we voor dit Europees kampioenschap een brede groep zouden hebben; na een scherpe onderlinge competitie moest blijken hoe de uiteindelijke selectie eruit zou zien.

'Nu blijken we na een stel blessures maar uit een smalle groep te kunnen putten. Ik moet alle wedstrijden spelen, een andere linkshander op de rechteropbouw is niet voor handen.

'De ellende begon deze zomer met Kristel van Goor, die last kreeg van haar achillespezen. Bij de Haarlemse Handbalweek viel Martine Hekman weg met een handblessure. Het is natuurlijk verschrikkelijk om in de laatste serieuze voorbereidingswedstrijd te moeten afvallen.

'Claire Thompson en Sylvia Hofman, twee wisselspeelsters, waren intussen ook al geveld, door problemen aan de knie en enkel. Toen was Bert Bouwer er aan toe om Saskia Mulder aan een oude afspraak te herinneren. Hij kon haar in noodgevallen uit Duitsland laten komen. Bleek Sas ook door de knie te zijn gegaan.'

Het programma van het internationale handbal is te omvangrijk geworden, beweerde de Duitse bondscoach Hoffmann deze week. In een olympiade, vier jaren, worden twee wereldkampioenschappen, twee EK's en één olympisch toernooi gepropt.

Burgers kan bepaald niet van een overladen programma spreken. 'We waren op een gegeven moment wel stuk van de zware trainingen, maar toen is er gas teruggenomen. Dit is pas ons eerste Europese kampioenschap. Het WK junioren in Brazilië, van 1995, was het vorige toernooi waar het er echt om ging. Nederland heeft de laatste jaren altijd ontbroken.

'Ook daarom is dit programma, het Oranjeplan, begonnen. Na dit toernooi gaan we naar Brühl, voor een internationaal evenement. Afkicken van deze spanning. Dan volgen van januari tot maart de kwalificatiewedstrijden voor het WK, zes in getal. Wij zijn groepshoofd. En verder hebben we nog het Europacuptoernooi, als clubteam van HVN Attila.'

De Nederlandse speelsters zijn geen profs, zoals de Oostenrijkers. Er zijn banen en studies naast het handbal. Het zijn struikelblokken op weg naar de top. 'Nu trainen we vier uur aan één stuk. Dat is niet ideaal. Als je wilt inhalen, moet je meer doen.

'Als we per dag twee of drie trainingen zouden kunnen doen, dan zou het meer effect hebben. Maar dan moet er meer geld komen. En wij komen niet eens in aanmerking voor de strippenkaart, het loon van de A-topsporters. Dan moet je tot de topacht van de wereld behoren.

'We zijn in mijn ogen pas begonnen. Het programma gaat zeker door. Het WK van eind volgend jaar in Noorwegen en Denemarken is mijn volgende doel. Als we het halen, is dat ons eerste succes op eigen kracht. Voor het EK waren we automatisch geplaatst.

'Ik heb me gecommiteerd aan het Nederlands team, tot en met 2000, de Spelen van Sydney. In de zomer ben ik benaderd door Dortmund. En ook Halle, dat gepromoveerd was naar de Bundesliga was geïnteresseerd. Ik heb een gesprek gehad met zo'n spelersmakelaar, maar ik heb hem ook gezegd ''nu nog niet''. Later graag. '

Van de trainingsarbeid onder leiding van Bouwer heeft Burgers bovendien nog lang niet genoeg. 'Ik krijg nu werkelijk internationale training van Bouwer. Ik heb mijn opleiding genoten bij Volewijckers, bij Frans van Iersel, maar die is toch te gering geweest.

'We trainden drie keer twee uur per week. Ik ging zelfs bij het tweede meedoen om aan mijn uren te komen. Er waren geen individueel afgestemde trainingen. Ik had in die tijd last van de schouder van mijn werparm. Die kwaal komt bij meer speelsters voor. Ik probeerde de schouder te ontzien. Hield in bij het schieten. Was aan het frommelen.

'Nu heb ik er nooit meer last van. Ik heb op kracht getraind, maar vooral, ik heb leren schieten. Uit verschillende posities en houdingen. Klein zijn is niet erg in handbal, als je maar een goede techniek hebt. Kijk naar de Denen. Die zijn niet groot, maar schieten door hun formidabele techniek zo gemakkelijk.

'Dat hebben ze allemaal op jonge leeftijd aangeleerd. Bij ons gebeurt dat veel te laat natuurlijk: ik had die techniek al op mijn dertiende of veertiende moeten aanleren. Het is niet voor niets dat het handbalverbond nu met talentgroepen van die leeftijd gaat werken. Er is een plan gemaakt om de Jeugd A en Jong Oranje in de eredivisie mee te laten draaien, eerst om de punten, later bijgesteld tot buiten mededinging. Daar zijn de clubs tegen.'

Het fanatisme om in te gaan tegen dat fatalisme van 'het wordt toch nooit wat met handbal' heeft Natasja Burgers van huis uit. Haar vader is Joop, eenmalig voetbalinternational van DWS, stratenmaker en een bikkel. 'En mijn moeder is een zus van Rinus Israel, de IJzeren. Ze is een heel felle tante en een Amsterdamse. Wij hebben vier van zulke types in ons team. Laura Robben, Nicole Vaassen, Diane Lamein en ik; dat kunnen we goed gebruiken.'

Meer over