‘Een balletmeisje houdt haar mond’

Caroline Harder (36) was 19 jaar professioneel danseres bij Rotterdam Dance Works. In mei nam ze afscheid. ‘De dans is net een militair systeem.’ tekst aimée kienefoto’s ilya van marle..

tekst aimée kiene

Een klassiek danserslichaam heeft Caroline Harder nooit gehad. Ze heeft geen soepele rug, ze kan haar heupen niet helemaal naar buiten draaien en als ze haar voeten strekt, ontbreekt de hoge wreef van de klassieke ballerina.

Maar ondanks die fysieke beperkingen viel haar ‘dansplezier’ al vroeg op. Op haar tiende werd ze, na twee audities, aangenomen op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Twee jaar later kreeg ze te horen: ‘Caroline is niet geschikt voor dans.’

Wat hardvochtig.

‘Ja. Ik was twaalf en mijn droom viel in duigen. En omdat je een beetje geïsoleerd raakt op zo’n school, is het idee dat je die buitenwereld in moet erg eng. Er heerst een elitair sfeertje. Je voelt je bijzonder en uitverkoren. Iets waarvan je achteraf kunt afvragen: hoe gezond is dat?’

Hoe gezond is dat?

‘Niet zo gezond, denk ik. Je bent afgeschermd van de normale wereld. Je hebt geen vriendjes buiten de opleiding. Het gaat alleen maar om dans, dans, dans, en dat is heel beperkt. Als je een gezonde puber wilt zijn, moet je kunnen experimenteren met identiteiten. De ene keer hoor je bij de hardrockers, het volgende moment switch je naar de kakkers. Maar op de balletschool wordt iets anders van je verwacht: jij bent een balletmeisje, jij houdt je mond, jij volgt het systeem. Vragen als: waar hoor ik bij, wat is mijn mening, die worden niet gestimuleerd.’

Heb je dat gemist?

‘Nee. Dat ontdek je later pas. Toen was het enkel gelukzaligheid.’

Tot die afwijzing.

‘Je voelt je een mislukkeling. En dat ben je dan ook. De danser die het haalt is succesvol en de rest faalt. Je voelt je afgewezen op je persoon. Toch dacht ik: ik zál dansen. Als kind heb je gelukkig de flexibiliteit om de wereld weer te maken zoals jij hem wilt zien.’

Hoe heb je dat aangepakt?

‘Ik ging naar de balletmavo in Rotterdam. Mijn ouders vonden dat een beetje lastig. Die dachten: een goede opleiding is ook belangrijk.’

En jij vond het niet onder je niveau?

‘Nee joh! School was helemaal niet belangrijk. Ik wilde dansen.’

Het is fysiek zeker zwaar, zo’n dansopleiding?

‘Dat heb ik eigenlijk niet eens zo ervaren. Ja, natuurlijk, dat been moet iedere dag hoger en er waren echt wel dagen dat ik kapot in mijn bed lag. Maar je bent nog jong: je hebt het er allemaal voor over. Misschien is het mentaal nog wel zwaarder. De competitie met je medestudenten, die voel je dagelijks. En je hebt angst voor de toekomst: Ga ik die baan vinden?’

Heb je er veel voor gelaten?

‘Ik ging nooit uit. En ik heb tijden gekend dat ik op drie kaakjes per dag leefde.’

Omdat je lijf naar een bepaald model gevormd moest worden.

‘Ja.’

Maar, drie kaakjes?

‘Mijn vriendin was op het idee gekomen van de kaakjes. Zij had uitgerekend hoeveel calorieën daarin zaten. We hebben dat samen doorgemaakt.’

Hoeveel moest je dan wegen?

‘Dat weet ik niet precies. Maar ik was te zwaar was en er werd gezegd: als jij geen tien kilo afvalt, dan hoef je na de zomervakantie niet terug te komen.’

Tien kilo?

‘Tien kilo is best veel, hè?’

Lukte dat?

‘Ja. Want ik dacht: ik moet dansen. Dus ben ik op een soort crashdieet gegaan. Kijk, ik zal niet ontkennen dat ik voor het vak toen iets te zwaar was. Daar kan ik me best iets bij voorstellen. Maar niemand vertelde je hoe je dat op een gezonde manier kon aanpakken. Dus ik heb het op mijn eigen wijze gedaan. Dat ging goed, maar je hebt natuurlijk ook de kans dat het doorslaat naar het ongezonde. En dat gebeurt op dansscholen heel veel, dat mensen op de grens zitten van verstoord eetgedrag. Dan heb je nog geen boulimia of anorexia, maar het gevaar dat je daarmee eindigt is heel groot.’

Jij bent geen obsessief eetgedrag gaan vertonen?

‘Ik ben wel obsessief met eten bezig geweest. Je wordt er elke dag mee geconfronteerd. Met die spiegel, met de blik of een opmerking van een docent. En op het moment dat je tien kilo afvalt, ben je een voorbeeld op zo’n school. Dan denk je: wat ik doe is goed.’

Hoe ben je van dat gestoorde eetgedrag afgekomen?

‘Daar heb ik een bewuste keuze voor moeten maken.’

Hoe maak je zo’n keuze?

‘Ik denk dat een relatie daarin helpt. Als iemand zegt: dit is niet gezond, je geniet niet, laat het los. En je moet zelf ook op een punt komen dat je denkt: het is genoeg geweest. Neem me maar zoals ik ben.’

Op welke leeftijd kon je dat zeggen?

‘Ik was een jaar of 24. Toen dacht ik: ik wil het niet langer op deze manier. Dat heb ik ook uitgesproken bij De Rotterdamse Dansgroep, het moderne dansgezelschap waar ik was gaan werken. Je neemt me maar zoals ik ben, anders ga ik weg.’

Hoe werd daar op gereageerd?

‘Eigenlijk niet. Maar daarna werd ik wel wat meer met rust gelaten.’

Het kan dus wel.

‘Kijk, dans brengt een bepaalde esthetiek met zich mee, dat zal ik nooit ontkennen. Maar de esthetiek die er heel lang heeft geheerst – met van die graatmagere meisjes – ik geloof gewoon niet dat het publiek daar nou per se op zit te wachten. Dat wordt door de danswereld bepaald. Je kunt een publiek best uitleggen dat dansers iets dikker zijn, gewoon omdat dat gezonder voor ze is. Het moeten atletische lichamen zijn.’

Verschilt dat per gezelschap?

‘Bij de moderne dansgezelschappen zul je minder problemen aantreffen dan bij de hele klassieke. Maar eigenlijk geldt het nog overal. Het blijft het taboe van de danswereld. Een gevoelig onderwerp. Logisch, want als een artistiek leider tegen je zegt: je weegt vijf kilootjes te veel, dan is het lastig dat niet op jezelf te betrekken en het heel persoonlijk op te vatten.’

Je hebt zelf een stageplek geregeld bij De Rotterdamse Dansgroep, later Dance Works Rotterdam. Uiteindelijk heb je daar negentien jaar bij de top van de moderne dans gezeten. Wat zijn eigenschappen waardoor jij zo succesvol bent geworden?

‘Ik ben gefocust. Ik wil iets en daar ga ik voor. Daar zit ook een soort verbetenheid in, denk ik.

‘Een minder mooie eigenschap is dat ik iemand ben die makkelijk meegaat met wat mij wordt opgedragen. Dat heb je in de danswereld nodig, nog steeds, maar ik denk niet dat het erg gezond is. Het lijkt wel een beetje op een militair systeem, of op een klooster. Je bent geïsoleerd en andere mensen vertellen jou wat je moet doen. Een talentvol danser met een grote mond, die wordt enigszins geweerd.’

Je moet volgzaam zijn.

‘Ja. Maar dat is niet alleen maar negatief. Mijn volgzaamheid heeft me ook gebracht waar ik nu ben. Ik ben nooit weggerend als ik weerstand op mijn pad vond.’

Wat kun je zoal tegenkomen?

‘Choreografen met een egoprobleem. Je hebt hele leuke en interessante choreografen, maar je hebt er ook die het gevoel hebben dat ze macht over je hebben. En dat hebben ze eigenlijk ook, want voor jou tien anderen. Als je wat meer ervaring hebt wordt het anders, maar zeker in de beginjaren voel je je erg inwisselbaar.’

Je moet doen wat de choreograaf wil, maar als je eenmaal op het podium staat, ben jij de ster. Houdt dat het draaglijk?

‘De draaglijkheid zit ’m in het feit dat je danst. Dat is het belangrijkste, want dat is wat je wilt. En ik heb in mijn carrière met heel veel leuke mensen gewerkt. Met hen was ik wel onderdeel was van het creatieve proces.’

En nu ben je gestopt. Waarom?

‘Het is een mentale kwestie, want fysiek zou ik nog wel een paar jaar door kunnen. Maar ik weet wat ik kan en ik weet wat ik niet kan. Binnen dat spectrum heb ik alles gedaan. Ik wil niet wachten op het moment dat een artistiek leider moet gaan vragen: is het niet eens tijd dat je stopt? Ik doe al een tijdje advieswerk naast het dansen. En ik heb een opleiding tot coach gevolgd. Mijn ogen zijn geopend voor de leuke dingen die er nog meer te doen zijn.’

Wat voor advieswerk?

‘Over de toekenning van subsidies. Ik heb geleerd te argumenteren, discussies te voeren, teksten te schrijven. Kwaliteiten die ik nooit eerder had ontwikkeld. Het was fijn te merken dat er ook andere dingen zijn die ik goed kan. Dat was belangrijk, om zelfvertrouwen op te bouwen. Ik had nog steeds alleen maar dat mavodiploma. Dat maakt toch benauwd.’

Je liep er ook tegen aan dat het vak niet te combineren was met je zoontje.

‘Ik heb veel geluk gehad dat ik het afgelopen jaar aan één programma niet mee hoefde te doen. Dat gaf wat ruimte. Maar ik zag ook in: als ik wel had meegedaan, was het een heel heftig jaar geweest.’

Is het onmogelijk te dansen als moeder?

‘Dat ligt aan het gezelschap. Als ik solist zou zijn bij het Nationaal Ballet, dan heb ik drie collega’s die dezelfde rol kunnen dansen en dan sta ik steeds in mijn thuishaven in Amsterdam. Dan is het een ander verhaal. Maar dat is maar voor weinigen weggelegd.

‘Wij zijn een klein gezelschap met acht dansers onder contract en twee stagiairs. Overdag repeteer je het stuk dat je in de toekomst gaat spelen, ’s avonds ben je door het hele land aan het optreden. Dat kan ik het gezelschap niet kwalijk nemen, dat zit in het subsidiesysteem. Maar als ik naar mijn collega’s kijk, ook degenen zonder kinderen, die lopen allemaal met enorme wallen onder hun ogen. Al die voorstellingen, dag in dag uit, in de bus, uit de bus. Dat is voor iedereen vermoeiend. En met een kind is het niet meer te doen.’

Je had het ooit over een middeleeuwse cao.

‘Als het gaat om rusttijden vind ik het middeleeuws. Volgens die cao heb je recht op één aaneengesloten weekeinde per maand, dus kan het voorkomen dat je in drie weken maar één dag vrij hebt. Nog een voorbeeld: het gezelschap mag tot een week van te voren een extra voorstelling inroosteren. Als jij dan een afspraak hebt gepland is dat jammer. Je wordt heel erg geleefd door het systeem.

‘Met mij is altijd meegedacht. Ik had veel vrijheid. Het gezelschap heeft er ook geen schuld aan dat ik nu wegga, ik zie ook hun problemen. Het kan alleen veranderen als er meer lucht in het subsidiesysteem zou komen.’

Meer geld?

‘Meer geld, zodat extra dansers kunnen worden aangenomen. Zodat een beleid kan komen voor dansers die ouder worden. Niet iedereen kan het maar volhouden op zo’n hoog niveau avond aan avond een programma te dansen.’

Pleit jij voor een hervorming in de danswereld?

‘Ik denk dat het spannend zou zijn voor de danswereld om een stap te maken naar deze tijd. Maar ik besef dat modernisering lastig is, doordat een aantal dingen al zo lang hetzelfde zijn. Het is en blijft een wereld waarin de dansers weinig verantwoordelijkheid hebben. Als ik op een bepaalde dag denk: ik heb echt geen zin om te repeteren, ik zou liever even wat anders doen, dan is dat onmogelijk, want de choreograaf beslist of hij met mij wil dansen op dat moment.

‘Er wordt wel eens gevraagd mee te denken, maar dat is heel zeldzaam. Het blijft een wereld waarin je als danser niet veel zeggenschap hebt over je eigen leven. Iemand anders beslist: jij mag in dit stuk dansen. Iemand anders zegt: jij moet dit pakje aan.

‘Ik zou het interessant vinden als dansers mondiger zouden worden. Dat moeten ze zelf doen en dat is lastig. Want als jij vanaf je tiende ingeprent hebt gekregen: kop dicht en doen, dan ben je over het algemeen op latere leeftijd ook niet iemand die zijn bek opentrekt. Maar ik denk dat dat wel moet gaan gebeuren. Omdat het veel kan opleveren.’

Zoals?

‘Dans is een kunstvorm. En kunst valt of staat bij mensen die een mening hebben. Die ideeën hebben. Anders worden ze machientjes. Misschien kan het af en toe interessant zijn: kijken naar machientjes. Maar dat is erg beperkt. Uiteindelijk wil het publiek persoonlijkheden zien. Dansers die iets toevoegen aan de kunst. En dat zijn mensen die nadenken en hun mening geven.’

Hoe ga jij daarin een rol spelen?

‘Op de Rotterdamse dansacademie praat ik anderhalf uur per week met dansers. Ik laat ze nadenken over wat ze doen, waarom ze dingen laten gebeuren, waar hun grenzen liggen. Ik ga de dansers van de toekomst opleiden.’

Meer over