Een Babel van beeldblabla IVO MICHIELS LAAT OP ZIJN PISTE EEN PARINGSDANS UITVOEREN

HET BEGINT met trillingen en flitsen in de hersenpan. Die vormen zich tot beelden. Om die beelden een bestaan te geven, zijn weer woorden nodig....

In het beste geval is het resultaat een tekst waarin improvisatie en compositie, spontaniteit en doordachtheid elkaar in evenwicht houden. De invallen zijn gehonoreerd ofwel gesneuveld, al naargelang hun mogelijk zinvolle plek in het geheel.

Ivo Michiels (1923) is een gewiekste jongen als hij verschillende keren in Sissi, het achtste deel van zijn grote cyclus Journal Brut, meedeelt dat we hier te maken hebben met een kladboek. Hoe klad is een boek dat bewust onder die aanduiding wordt gepubliceerd? In combinatie met de uitleg van zijn werkwijze zoals hierboven kort weergegeven, is die karakterisering echter iets anders dan een anticipatie op de kritiek van kommaneukers en structuurfetisjisten. Wie zo schrijft als Michiels, iemand voor wie een boek of toneelstuk of scenario bestaat uit een kluts van stemmen en scherven, biedt zijn tekst niet uit valse bescheidenheid als kladboek aan. Het is oprechte trots.

Puttend uit een leven barstensvol ontelbare herinneringen en grabbelend in zijn schoenendoos bomvol teksten, visitekaartjes en brieven, heeft Michiels een draaiboek geconcipieerd. Dat wil zeggen: al zijn opwellingen en belevenissen die iets uitstaande hebben met de wereld van de film, rangschikte hij op de dag waarop ze zijn geboekstaafd of gemerkt. De hoofdstukken zijn vernoemd naar de dagen van de week. In elk hoofdstuk springt Michiels over de wereldbol en door de tijd: van de jaren vijftig tot heden, en van Hollywood tot Arles, Berlijn en Antwerpen.

Als een wendbare bal in een flipperkast schiet de schrijver van hot naar her. Hij herinnert zich dat hij in 1995 naar het huis van Francis Ford Coppola in San Francisco is geweest en de regisseur niet thuis trof - want Coppola woont niet in het huis van Coppola omdat hij het heeft doorverhuurd. Hij denkt terug aan zijn ervaringen als scenarist voor de beeldend kunstenaar-regisseur André Delvaux, met wie hij in 1977 de film Een tuin tussen hond en wolf uitdacht (in 1979 uitgebracht onder de opwindender titel Een vrouw tussen hond en wolf). Of hij legt, als hij daar zin in heeft, de structuur van per-hoofdstuk-een-dag aan de kant omdat hij tussendoor een compleet scenario wil offreren. Zo'n zogenaamde onderbreking van wat al klad is genaamd, past in werkelijkheid natuurlijk naadloos binnen het stramien. De inlassen bevestigen nog eens het losse en voorlopige karakter van het boek.

Michiels laat op zijn piste een paringsdans uitvoeren tussen sprookjes, stadsbeelden, beeldverhalen en herinneringen uit zijn leven en aan films van vroeger die, omdat zij ooit indruk maakten, eveneens tot zijn biografie zijn gaan behoren. Zijn ganse arbeidzame leven is hij al bewonderaar van Romy Schneider, de actrice die slechts 44 jaar werd. In de vroege tijd dat zij keizerin Sissi speelde, heeft de Belg haar een keer ontmoet en een onbenullig gesprekje met haar gevoerd. Een avond van niks; voor hem een wereldavond.

Zoals Sissi verbonden is met Wenen, met de schone schijn van de film en met de tragiek van Romy Schneider, zo is zij ook verbonden met het leven van de toeschouwende Vlaamse schrijver en journalist die in de jaren vijftig de traditionele postkoetsromans vaarwel zegde en koos voor open en experimenteler vertelvormen.

Film en leven, persoonlijke geschiedenis en collectieve, beeld en woord; alles deint mee op de dansvloer van Sissi, een bonte proeve van geheugenkunst. De volharding waarmee Michiels zijn inmiddels antiek-avant-gardistische werkwijze blijft doorvoeren en expliciteren (reeds in 1958 plande hij de Journal Brut-cyclus, die vanaf 1983 wordt uitgebracht en waarvan de omvang op tien delen is beraamd), is gezien de opbrengst een lofprijzing waard, des temeer gezien de geringe weerklank die zijn werk vindt bij het publiek. Hij is een nomade in zijn eigen minderheidstaal.

Dat oogt koen, een schrijver die op zijn 74ste onversaagd achter zijn vaandel trekt door een verder verlaten woestijn. Maar elke ridder is ook mens, en zelfs Michiels kan het niet verhinderen dat hier een daar een vlok wrok over het gebrek aan brede erkenning door Sissi dwarrelt. In een eerlijk kladboek moet immers ook de kinderachtigheid die bij niemand geheel ontbreekt, haar plaats krijgen. In 1997 leest Michiels in de gezaghebbende Encyclopédie du Cinéma van Bordas (1995) lovende woorden over twee kunstfilms die hij met Delvaux heeft gemaakt: 'In beide gevallen wordt de naam van de schrijver (en dit ondanks prestige-bekroningen voor het scenario zowel in 't Franse land als in 't homeland) in alle talen doodgezwegen.' Gut, Ivo toch.

En wanneer hij door Santa Barbara reist, schieten hem de namen te binnen van diverse filmlegenden die daar wonen of woonden. Zijn hijgerige reeks komt tot stilstand bij Rutger Hauer, die - dixit Michiels - onder zijn handen een begin heeft gemaakt met filmvaardig te worden. Direct daarop geeft hij toe dat hij slechts de auteur van het scenario was dat door Delvaux onder handen werd genomen, en ook dat Hauer eerder al onder Paul Verhoeven had gewerkt. Mag het een onsje minder, Ivo?

't Zijn maar oprispingen, meer niet, en ze wekken vooral sympathie met de auteur op. Precies zo is de opening van Sissi vertrouwenwekkend. Michiels wordt verwacht in Hollywood, en neemt per abuis zijn intrek in een luizig hotel dat dezelfde naam draagt als dat waar werkelijk een kamer voor hem is geboekt. Geen filmische entree derhalve. Hoewel, de gekleurde tragédienne die achter de balie in de bouwval staat, noemt hem op de valreep haar naam. Aurora.

Is dat boffen! Met zo'n naam kun je een reis, en dus ook het boek waaraan je hoopt te werken, weer wél beginnen. Zonder bij vergissing het verkeerde hotel te nemen, had Michiels die dageraad nooit getroffen.

Vandaar dat Aurora de ouverture van Sissi opluistert, een zoveelste bewijs dat het experiment, die avontuurlijke afwijking van de standaardroute, door de kunstenaar niet wordt verzonnen, maar meestentijds rechtstreeks aan het leven ontleend.

Niet alles wordt even leep voorgelegd. Het dagboek uit 1977, handelend over het penibele evenwicht tussen de scenarioschrijver (die vooruit moet lopen op de camera) en de regisseur (die van beelden een mozaïek maakt dat weer bekeken en gelezen moet kunnen worden als een tekst), doet zich diepzinniger voor dan het is.

De opbeurende verhalen vormen echter de meerderheid. Met aanstekelijk animo dist Michiels een waargebeurd sprookje uit Utah op, over de orgelspelende Agathe en de vrome zingende Ebenezer, die zich stilaan ontpopt als een Anton Heyboer. Met dien verstande dat de vrouwen die Ebenezer rondom zich verzamelt allen Agathe heten, zodat hij altijd met Agathe ter kerke gaat. Dit gedrag veroorzaakt gramschap bij de autoriteiten, maar de bevolking collaboreert met zijn provocatie. Het eind van zijn verhaal is dat Ebenezer met de kerk in rook opgaat, maar zijn naam en geschiedenis zijn deel blijven uitmaken van de plaatselijke folklore. Volgens Michiels heeft Robert Redford al eens zijn zinnen gezet op de verfilming van deze opzienbarende geschiedenis.

Als verhaal dat nog geen film is, maar dat wellicht wordt, kon The Ebenezer Story zonder probleem in Sissi worden opgenomen. Kort daarachter plaatst Michiels 'Boedapest, zei ze', zijn partituur voor twaalf stemmen, twaalf televisietoestellen en een multicolore echo. Hoe de Tweede Wereldoorlog doorwerkt, ook in de tijd waarin die door de televisie moet worden opgewekt door hervertoning (geschiedenis en film die elkaar kruisen), wordt in dit stemmenrijke manuscript gedemonstreerd.

De tv-toestellen tonen een Babel van beeldblabla, schrijft Michiels, en alleen al om dat soort formuleringen mogen we blij zijn dat we de partituur mogen lezen. De schrijver is cameraman en instrumentalist ineen. En schrijver. Zo bezien is het trekkersbestaan achter het banier van de nomade minder eenzaam dan het daarstraks nog toescheen. Laat Michiels maar flipperen en schuiven.

Arjan Peters

Ivo Michiels: Sissi - Journal Brut, boek acht.

De Bezige Bij; 358 pagina's; ¿ 46,50.

ISBN 90 234 3652 0.

Meer over