Een avondje uit

Het is of je met een orkaan op stap bent! De orkaan en ik, hand in hand! Ze is niet te stoppen!...

Ze gaat er eentje strikken, reken daar maar op! Plotseling wordt ze aanhalig! Als een meisje van plezier! De orkaan gaat even liggen! Hopla, op zijn schoot! De vingers door zijn haar! Kijk hem eens genieten! Alsof hij weer bij zijn moeder is, de ogen gesloten! Ach, onze jeugd! En hij gaat voor de bijl! Een kut trekt harder dan tien paarden!

Ongelofelijk, daar valt niet tegenop te vechten! Met geen vuist, met geen honderd vuisten! Al heeft hij nog zo'n gelukkig leventje thuis, het kan hem helemaal niks meer schelen! Haar ook niet! Het is nu of nooit!

En hup, voort maar weer, in galop! Langs de grachten, door de smalle steegjes! Tegen het verkeer in! Te paard lijkt het wel! De haren in de wind! De maan hoog aan de hemel! De twinkelende sterren, de hele romantiek van het hemelgewelf, vooruit! Op naar het volgende etablissement! Barkeeper, twee whisky zonder ijs! En twee pilsjes om de brand te blussen!

Ik kan haar niet bijhouden, ik begin me daar al dronken te worden, alles draait! De lampen, de flessen, de gasten, de stoelen, de tafels, de stemmen, de muziek, de knetterende vloeken, de hele stad, alles vliegt door de lucht! Een wervelwind heeft het hele zaakje opgetild en smijt het met een smak weer tegen de grond!

Ze is gewoon woedend van vreugde en levenslust! Helemaal kwaad is ze! Ziedend! Behangen met alle sieraden die ze maar kon vinden, gouden, zilveren, om haar polsen, haar hals, haar tenen, door haar neus, in haar oren! Honderd ringen, alleen al in haar oren! Een hele fles van de allerverschrikkelijkste parfum, helemaal leeg gegoten, klokklokklok! Van top tot teen ermee ingesmeerd! Geen tijd voor subtiliteiten!

Haar lippen: rood! Haar ogen: groen! Een blik die alles in zich opzuigt! Niets ontsnapt eraan! Haar tanden: glanzend, als wapens! Op oorlogspad!!

Verdomd, het is oorlog! Zijn we op de vlucht of in de aanval? Af en toe begint ze zomaar te janken, eventjes maar! Het zijn haar gelukstranen die tevoorschijn komen! Dikke tranen, als perziken zo groot! Ik zweer het je, gelukstranen zijn het! Alle tranen zijn gelukstranen! En als je het niet met me eens bent, dan niet. Maar ik zeg het je nog een keer: alle tranen zijn gelukstranen! Alle!

En dan valt ze plotseling in slaap. Middenin de tent valt ze in slaap, het hoofd op tafel! Is dat niet ongelofelijk? Nou?

Peter Bekkers

Meer over