Een auto delen? Nee, een New Yorker loopt liever

Het personeel van bus en metro staakt in New York en dus valt het raderwerk stil. Veel mensen lopen naar hun werk, ingepakt als overwinteraars....

Op de hoek van Central Park West en de 96ste Straat, bij deingang van het nu gesloten metrostation staat Manny met zijnwitte keeshondje 'Grandioos.' De kleine, magere man staat hierwel vaker de boel te regelen, maar op dit vroege uur van dezebitterkoude dag is er zoveel te beleven dat het Manny naar dekeel grijpt.

'Op 11 september hielden New Yorkers van elkaar. Bij de grotestroomuitval hielden New Yorkers van elkaar.' Zijn stem slaatover. 'We leden samen, we huilden samen. Maar samen in een auto,dat is te veel gevraagd.'

Op het kruispunt staan vijf agenten een verkeersstroom teregelen die zo lang is als het oog reikt. Eenmaal bij decontrolepost moeten veruit de meeste bestuurders rechtsomkeertmaken. De auto's tellen minder dan vier passagiers.

Al dagen geleden heeft het gemeentebestuur van New York hetnoodplan bekend gemaakt, mocht het tot een staking komen onderhet personeel van bus en metro. Manhattan verwerkt dagelijks naarschatting zeven miljoen forenzen. Hier is een staking in hetopenbaar vervoer als een afgeknepen ader: het verlamt.

Een van de maatregelen uit het noodplan is dat alleen auto'smet vier passagiers of meer Manhattan mogen binnenkomen. Het isom te voorkomen dat de stad wordt omgevormd tot één groteparkeerplaats vol draaiende motoren.

Velen proberen het toch. De agenten zijn beleefd en resoluut:drie passagiers is één passagier te weinig. Manny staat tedansen op zijn korte benen: 'Wat is er mis aan, een paaronbekenden mee te nemen?' Hij geeft zelf prompt het antwoord: 'Jehebt op tv dat voorlichtingsfilmpje: ga niet met vreemdelingenin zee. Dat zit Amerikanen in het bloed. Liever worden zeteruggestuurd dan dat ze hun auto delen met anderen.'

Het is waar, maar er moet worden bij verteld dat de anderenook niet staan te dringen. Met tientallen lopen ze vanuit derichting van Harlem naar het zuiden, naar mid- en downtown. Zezijn dik ingepakt, als overwinteraars. Het is zeven uur in deochtend, het vriest en de wind is snijdend.

Waarom probeer je niet mee te liften met een automobilist diepassagiers tekort komt om de controlepost te mogen passeren?Maria kijkt een beetje schutterig om zich heen. Ze is een PuertoRicaanse, ze komt van de 110e Straat, moet naar de 46ste, naarde drogisterij waar ze werkt. ' Ik weet niet', aarzelt ze, 'misschien is het een idee, ik zal eens kijken.' Het eindigt ermeedat ze liever loopt. Ze heeft nog wel een uur te gaan.

Zonder bus en metro is New York een invalide. Nu het dichtenetwerk van verbindingen, zo vanzelfsprekend en vaak zelfsvervelend als het functioneert, niet in werking is, wordt opeensde kwetsbaarheid van de stad zichtbaar. Inderdaad, heel hetraderwerk staat stil.

Tallozen verschijnen niet op hun werk, omdat ze niet wetenhoe Manhattan te bereiken. Alfonso Amigon is doorman, portier ineen van de grote appartementengebouwen aan de Upper West Side vanManhattan. Zijn dienst begon gisteravond om elf uur.

Zijn collega Joseph Pappas moest hem vanochtend om zeven uuraflossen, maar Joseph belde vanuit zijn huis, diep in Queens dathij niet weg kon komen. Nu werkt Alfonso door tot drie uurvanmiddag. Misschien komt dan collega-doorman Redzo Cirikovic welopdagen.

Gezinnen die het zich kunnen permitteren op Manhattan tewonen, bestaan doorgaans uit tweeverdieners - anders kan bruinhet niet trekken. Voor de kinderen hebben ze een nannie, eenverzorgster die meestal in Queens of de Bronx woont. Maar zondersubway geen nannie en zonder nannie geen mogelijkheid voor vaderof moeder om naar kantoor te gaan.

Het is vreemd stil in de stad op dinsdagochtend. In de 58steStraat, achter Columbus Circle, staat de koffie- en bagelwagenvan Said in een perfecte leegte. Meer dan 95 procent van zijnklanten komt niet opdagen. 'Het is erger dan op zondag', verzuchthij. 'De stad is dood als dit nog even doorgaat.'

Niet iedereen is terneergeslagen; er is ook de aanpassing aande nieuwe tijd. 'Eigenlijk is het zo slecht nog niet', zegt Ron,een jonge bankier. Hij komt koffie halen in de Wholesome Food aan7th Avenue. Hij is komen lopen vanaf de Upper East naar zijnkantoor aan de 48ste Straat.

Hij is totaal geprepareerd: sneakers aan de voeten,gewatteerde lange broek, ski-jack, dopjes van i-Pod onderoorwarmers, dubbele muts. 'Ik zou vaker naar mijn werk moetenlopen', zegt hij.

Meer over