Reportage

Een Ark van appels: hier worden bedreigde rassen nog gekoesterd

Het is een heuse Ark voor met uitsterven bedreigde Nederlandse appelrassen, de erfgoedboomgaard in de Proeftuin Randwijk. Hier leven vergeten appels als de Geelzoet, Rubens en Notarisappel voort. Voor de liefhebber, en voor onze voedselvoorziening.

Mac van Dinther
Curator van de erfgoedcollectie Willem van Dooijeweert (links) met Marcel Rutten, voorzitter van Nederlands Fruit Netwerk, in de Proeftuin Randwijk. Beeld Marcel van den Bergh
Curator van de erfgoedcollectie Willem van Dooijeweert (links) met Marcel Rutten, voorzitter van Nederlands Fruit Netwerk, in de Proeftuin Randwijk.Beeld Marcel van den Bergh

In de appelboomgaarden van de Proeftuin Randwijk is de oogsttijd voorbij; de meeste bomen zijn al kaal. ‘Hier hangen er nog een paar’, zegt Willem van Dooijeweert (59) terwijl hij een appel uit een boompje plukt. ‘Dit is de Geelzoet. Een uniek ras.’ Hij neemt een hap. ‘Deze appel doet precies wat zijn naam belooft: hij is geel en zoet.’

Geelzoet zul je niet meer vinden bij de groenteboer. Dit appelras uit 1943 wordt allang niet meer commercieel aangeplant. Dat geldt voor alle appels die hier staan, zoals het Eysdener Klumpke, de Groninger Kroon en de Lunterse Pippeling.

Dit hoekje van de Proeftuin, het kenniscentrum voor de Nederlandse fruitteelt, is gereserveerd voor oude inheemse appelrassen die dreigen uit te sterven. Wat hier in het Gelderse Randwijk staat aangeplant, is niets minder dan een Ark van Nederlandse appels, beaamt Van Dooijeweert, curator van de collectie. ‘Zo kun je het wel noemen.’

Bomen aanplanten

De erfgoedcollectie van appels maakt deel uit van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) dat genetisch materiaal bewaart van tienduizenden Nederlandse groenten-, fruit- en landbouwhuisdierenrassen. Doorgaans gebeurt dat door zaden of sperma in te vriezen.

Maar met appels gaat dat niet, zegt Van Dooijeweert. ‘Appels zijn net mensen, ze worden bevrucht door kruisbestuiving.’ Dat wil zeggen dat uit elke appelpit een boom groeit die net iets anders is dan de moederboom. Elke pit is in potentie een nieuw ras. Om appelrassen zuiver te bewaren moet je bomen aanplanten, legt Van Dooijeweert uit. Want alleen door bomen te enten kan hetzelfde ras worden gereproduceerd.

Dat is wat in Randwijk gebeurt. In de erfgoedcollectie staan nu zeshonderd bomen van tweehonderd rassen: drie bomen per ras. ‘Voor de zekerheid.’ De collectie wordt gaandeweg uitgebreid. Deze week zijn er 34 nieuwe toegevoegd, zoals de Citroenappel, de Rubens en Beugelzoet.

Voor liefhebbers van oude rassen is het een feest van nostalgie. Maar de waarde van deze collectie gaat verder dan dat, benadrukt Van Dooijeweert. ‘Een genenbank is de basis voor onze voedselvoorziening. Oude rassen kunnen eigenschappen bevatten die in de toekomst van pas kunnen komen. Denk aan resistentie tegen ziekten, of weerstand tegen hitte. Dat soort eigenschappen kun je inkruisen als je nieuwe rassen maakt.’

Notarisappel

De erfgoedcollectie is ook de uitvoering van een wettelijke taak: Nederland heeft zich internationaal verplicht de biodiversiteit van rassen te bewaren.

De bomen voor de Ark van appels worden aangeleverd door het Nederlands Fruit Netwerk (NFN), een club van hobbyisten, (oud) telers en pomologische (appel) verenigingen. Voorzitter van het netwerk is Marcel Rutten (58), in het dagelijks leven docent cardiovasculaire biomechanica aan de TU Eindhoven, maar in zijn vrije tijd appelhobbyist.

Vrijwilligers van het NFN speuren oude rassen op en redden bomen die dreigen te verdwijnen. Zoals onlangs in Zeeland waar een boomgaard moest wijken voor woningbouw, vertelt Rutten. ‘Daar zat een collectie oude Zeeuwse rassen bij. Die hebben we hiernaartoe gehaald.’

Het NFN is ook bezig een inventarisatie te maken van appelrassen die ‘echt’ Nederlands zijn. Dat is nog een hele puzzel, legt Rutten uit. ‘Sommige appels hebben een Nederlandse naam gekregen, maar blijken oorspronkelijk toch uit het buitenland te komen.’

Ze zijn begonnen met een lijst van duizend rassen. ‘Die hebben we teruggebracht tot ruim driehonderd. Ik denk dat we er uiteindelijk een goede tweehonderd van overhouden.’ In de erfgoedboomgaard is alleen plaats voor rassen die in Nederland zijn ‘gemaakt’. Zoals de Notarisappel, die eind 19de eeuw is ontwikkeld door notaris Van den Ham in Lunteren, populair was tot in de 20ste eeuw, maar daarna in de vergetelheid raakte.

Daar kunnen allerlei redenen voor zijn, aldus Van Dooijeweert. Sommige oude rassen zijn moeilijk te telen of brengen weinig op. Onder vergeten appels zijn nogal wat zoete soorten zoals Zoete Ermgaard en Honingzoet, de oudste appel in de collectie die uit 1750 stamt. Zoete appels werden gebruikt om mee te koken of te drogen, weet Van Dooijeweert. ‘Dat doet tegenwoordig niemand meer.’

Rijtje prinsessen

Met alle respect: voor de appels die in de erfgoedboomgaard staan, is geen markt meer, zegt Bert Meulenbroek van Fresh Forward, een fruitveredelingsbedrijf dat is voortgekomen uit Wageningen Universiteit (WUR). ‘Veel oude rassen hebben een dikke schil of een melige textuur. Die voldoen niet aan de huidige eisen.’

De moderne appel moet sappig en knapperig zijn, aldus Meulenbroek. Niet te zoet, maar zeker niet te zuur. Nederlanders houden van oudsher van een zuurzoete appel zoals Elstar of Jonagold. ‘Maar je ziet de smaak bij de jeugd verschuiven naar zoet.’ Dat is vooral te danken aan de opkomst van buitenlandse appels als Pink Lady en Gala, die zoeter zijn.

Van de andere kant, zegt Meulenbroek: ‘Je kunt ook niet uitsluiten dat er materiaal tussen zit dat nog waardevol kan zijn. Sommige oude rassen hebben een bijzonder aroma of een cilinderachtige vorm. Misschien dat zoiets ooit nog eens aanslaat. Onze veredelaars hebben nauw contact met de mensen van de erfgoedcollectie.’

Het enthout van deze erfgoedbomen is gratis beschikbaar voor veredelaars, vertelt curator Van Dooijeweert, terwijl hij met Rutten een rondje maakt door de boomgaard. Ze staan stil bij een rijtje prinsessen (Margriet, Marijke, Beatrix en Irene), een serie appelrassen uit de jaren dertig van de vorige eeuw, gemaakt door een hoogleraar tuinbouw die kennelijk fan was van de koninklijke familie.

Aan de boom met Dijkmanszoet hangen nog een paar appels. Rutten neemt een hap en trekt een vies gezicht. ‘Deze is echt melig en zoet.’ Van Dooijeweert knikt. ‘Sommige oude rassen zijn niet voor niets vergeten.’

Meer over