EEN ADELLIJK PARK

Vijftig jaar geleden werd de Keukenhof geopend. Het succes was meteen al overweldigend. Sindsdien komen elk voorjaar honderdduizenden mensen de bloemenpracht bewonderen....

DE BOLLENVELDEN bij Lisse liggen er nog kaal bij. Midden in het vlakke landschap, dicht bij de spoorlijn van Leiden naar Haarlem, ligt onverwacht een duin. De zandheuvel doet vreemd aan tussen al die velden. Alsof hij daar per ongeluk is neergekwakt.

Wie de geschiedenis van de streek kent, weet wel beter. Heel vroeger reikten de duinen veel verder landinwaarts en was het hier een groot duinlandschap. De mens heeft in de loop der eeuwen het vele zand afgegraven om de grond in cultuur te kunnen brengen.

Dat ene overgebleven duin is, zonder dat veel mensen het weten, eigenlijk wereldberoemd. Aan deze eenzame duintop heeft bloembollententoonstelling de Keukenhof haar naam te danken. Al in de vijftiende eeuw, toen Jacoba van Beieren gravin van Holland was en in het vlak bij Lisse gelegen slot Teylingen woonde, zou dit duin de bijnaam 'Keukenduin van Teylingen' hebben gehad.

De gravin hield van de jacht. De overlevering wil dat ze met een valk op haar arm op zoek naar wild ging. De konijnen, herten of fazanten, die op haar Teylingse slot op tafel verschenen, zouden op dit enige overgebleven duin zijn gevangen. Andere duinbewoners moesten hun katten 'oren', opdat deze niet in de konijnenholen kropen, en hun honden 'poten', omdat dieren met een afgehakte poot niet achter het wild aan kunnen. Al het wild van het Keukenduin was bestemd voor de keuken van Jacoba. Ook de kruiden waarmee de vele schotels van de grafelijke maaltijden op smaak werden gebracht, zouden van dit duin afkomstig zijn geweest.

De oude graaf Jan Carel Elias van Lynden, de huidige eigenaar van de Keukenhof, vindt het nog steeds een mooi verhaal. 'Als het niet waar is, is het in ieder geval mooi gevonden', zegt hij over de telefoon vanuit zijn Brabantse woning. 'Ik herinner me dat er in mijn jeugd nog wel gejaagd werd. Maar ik zelf kijk liever naar de dieren dan dat ik ze doodschiet.'

De in 1912 geboren graaf Van Lynden komt nog graag op zijn kasteel de Keukenhof in Lisse. In de vertrekken en hallen hangen portretten van zijn voorouders, die bekende adellijke namen hebben zoals Van Pallandt of Van Limburg Stirum. 'Als ik naar het kasteel ga, blijf ik vaak een nachtje logeren. Ik heb er nog een slaapkamer en een badkamer.'

Weinigen weten dat er een kasteel de Keukenhof bestaat. Het is rond 1700 gebouwd in de buurt van het Keukenduin, waarnaar het kasteel is vernoemd. De naam Keukenhof is sinds vijftig jaar synoniem voor de jaarlijkse bloembollententoonstelling op het landgoed. Dat het kasteel tamelijk onbekend is, komt ook doordat het niet op tentoonstellingsterrein ligt, maar aan de andere kant van de Stationsweg, verscholen in een bosrijk park.

Het nu zo beroemde bloembollenpark hoort oorspronkelijk helemaal niet bij het landgoed de Keukenhof. De Amsterdammer Simon Joosten erft in 1808 via familierelaties de oorspronkelijke Keukenhof. Vijf jaar daarvoor had hij voor FL. 5.775 het landgoed Zandvliet, het huidige tentoonstellingsterrein, gekocht.

EVEN lijkt het dan dat de twee oude landgoederen één nieuwe Buitenplaats gaan vormen voor deze welgestelde koopman uit de hoofdstad. Via de vaarten en de Haarlemmermeer heeft het Buiten immers nog een verbinding met Amsterdam. Vandaar ook de aanlegplaats voor het laden en lossen van de boten. Maar Joosten is helemaal niet van plan van zijn kasteel en tuinen te gaan genieten. Rondom hem worden vele buitens verkocht en gesloopt. Het is de tol van de Franse revolutie, die voor de rijken moeilijke tijden heeft gebracht.

In 1809 biedt Joosten zijn bezit te koop aan, elk perceel apart vernoemend. Zandvliet, het huidige tentoonstellingsterrein, prijst hij als volgt aan: 'Een partije land, vanouds genaamd Zandvliet, met different soort houtgewas beplant en tot een zeer aangenaam Engels plantsoen geappropiëerd, met differente hoogtens en laagtens, kleine eilanden, met extra visrijk water, omgeven en doorsneden met twee extra fraaie iepen en popelebomen beplante lanen en dreven, met twee capitale daghuurdershuisjes.'

Het is een verre voorouder van de huidige eigenaar graaf Van Lynden, jonkheer mr. Johan Steengracht van Oostcapelle, die Keukenhof en Zandvliet redt van een dreigende verkaveling. De jonkheer is niet alleen rijk, maar ook een kunstminnend man, die van 1816 tot 1841 directeur is van het Koninklijk Kabinet van Schilderijen in Den Haag, ofwel het Mauritshuis.

Als jonkheer Steengracht in 1846 overlijdt, erft zijn dochter het landgoed. Samen met haar man, een baron Van Pallandt, besluit ze haar nieuwe bezit te verfraaien. Voor de tuinen neemt het echtpaar de beroemde tuinarchitecten, vader en zoon Zocher, in dienst.

In hun oorspronkelijke plan voor de tuinen laten de Zochers de al honderden jaren bestaande weg, die tussen de twee landgoederen Keukenhof en Zandvliet loopt, volledig verdwijnen. Ze willen van de Buitenplaats echt één geheel maken. De jonkheer had de weg in 1837 voor tweehonderd gulden gekocht. Dat in de koopakte staat dat 'de passage daarover op de nu bestaande breedte nimmer belemmerd' mag worden, vergeten de tuinarchitecten liever maar even.

De overheid grijpt echter in. De weg moet voor iedereen open en toegankelijk blijven. Noodgedwongen passen de Zochers hun plan aan. Het is door hun toedoen dat de huidige Stationsweg vlakbij de oudste ingang van de bloemententoonstelling zo'n vreemde bocht maakt. Daar worden volgens de huidige eigenaar graaf Van Lynden tegenwoordig regelmatig brokken gemaakt. De tuinarchitecten hadden over die bocht echter goed nagedacht: ze wilden de weg en het gewone volk dat er gebruik van maakte, zo ver mogelijk weghouden van het kasteel en zijn bewoners.

Ondanks de aanpassingen is in het oorspronkelijke plan van de Zochers nog steeds het grondpatroon van de huidige Keukenhof te herkennen. Inclusief het eilandje. De vijver moest vanwege de weg weliswaar iets kleiner, maar lijkt met zijn sierlijke vorm toch op datgene wat de twee tuinarchitecten voor ogen hadden.

In 1880 beschrijft een dominee, J. Craandijk, zijn ervaringen nadat hij te gast is geweest op de toenmalige Keukenhof: 'De witte trossen der vogelkers verspreiden er hun lieflijke geuren, bloemen bloeien er langs de paden, de nachtegaal slaat er in de dichte struiken en alles werkt er te samen, om den wandelaar op den zonnigen lentedag een genoegen te bereiden dat hem nog lang in het geheugen blijft.' En zo herinnert ook graaf Van Lynden zich het park uit zijn jeugd.

De Tweede Wereldoorlog verjaagt het grafelijk gezin van zijn landgoed. 'Wij werden er door de Duitsers uitgesmeten. Na de oorlog troffen we het kasteel in treurige toestand aan.' Ook de tuinen overleven de oorlog niet geheel ongeschonden. 'De Duitsers kapten aan de kant van het kasteel heel wat bomen om er een startbaan aan te leggen voor de V2's. Die waren voor Antwerpen bestemd.'

NA de oorlog keert Van Lynden niet meer als permanente bewoner terug naar de Keukenhof. Vier jaar na de bevrijding wordt hij benaderd door een paar notabelen uit Lisse. Ze willen een deel van zijn landgoed huren.

Het idee daarvoor wordt geboren op nieuwjaarsdag 1949. Tijdens een brandweeroefening in het leegstaande kasteel oppert de toenmalige burgemeester Lambooy een plan. Wijzend naar wat ooit het landgoed Zandvliet was, zegt hij tegen zijn gemeentesecretaris: 'Dit zou een prachtig terrein zijn voor een openluchttentoonstelling voor bloembollen.'

Van Lynden herinnert zich dat verzoek van de notabelen nog goed. 'Ik hoefde daar niet lang over na te denken. Ik vond het een prachtige bestemming. Tot dan toe kon het publiek wel in het park wandelen, maar dit was toch anders. Met de inkomsten van de verhuur voor de tentoonstelling kon ik ook de restauratiekosten van het kasteel betalen.'

Op 13 augustus 1949 wordt de stichting Nationale Bloemententoonstelling Keukenhof opgericht. In maart 1950 bezoekt koningin Juliana de eerste tentoonstelling. Ook graaf Van Lynden is aanwezig. 'Ik zat toevallig naast de koningin aan tafel. Ik merkte dat ze een kettingrookster is.' Verder herinnert hij zich vooral 'eindeloze speeches en gedoe, en daar houd ik niet zo van'.

Tot verbazing van de initiatiefnemers trekt de Keukenhof het eerste jaar al meteen 250 duizend bezoekers. 'Ze huurden het terrein aanvankelijk voor tien jaar. Ze wilden die termijn gauw verlengen. Volgens mij schrokken ze zelf van het succes. Nu is het voortbestaan verzekerd. De Keukenhof is een blijvertje. '

De bezoekersaantallen zijn sinds 1950 gestegen tot zo'n 850 duizend per jaar. Aanvankelijk kwam 70 procent van de bezoekers uit eigen land en 30 procent uit het buitenland, inmiddels liggen die verhoudingen precies omgekeerd. De bloemententoonstelling moet tegenwoordig concurreren met koopzondagen en andere weekend-uitjes.

Om bloemenliefhebbers een reden te geven ook later in het seizoen naar de Keukenhof te gaan, is er dit jaar voor het eerst een Zomerhof. Vanaf 19 augustus zijn er een maand lang dahlia's, begonia's en andere bloemen te zien die pas dan in volle bloei staan. De werkzaamheden voor de aanleg van dit nieuwe terrein zijn in volle gang.

Van Lynden heeft nog maar net van de Zomerhof gehoord. Hij is niet blij met het nieuwe gebouw. 'Ik vind gebouwen in het park eigenlijk niet zo prettig. Ook al dat asfalt op de paden vind ik jammer, maar ik heb er niks meer over te vertellen.'

Op 24 maart opent de 'oude' Keukenhof voor de vijftigste keer zijn poorten voor het publiek. Ter ere van het jubileum verricht koningin Beatrix de officiële opening. 'Nee, ik ga daar niet naar toe', zegt graaf Van Lynden. 'Ik strompel rond met een stok. Het is bij mij allemaal tamelijk gammel geworden en dat gaat dan niet met al die drukte. Ik ga wel een keer kijken als het rustig is.'

Meer over