Een aanvaller die doodkalm de defensie leidt

Momenten zijn er genoeg om de grootsheid van Edwin van der Sar (40) te typeren. Maar in twee ballen alle kwaliteiten van de doelman samen. Vanavond komt er met zijn vijfde Champions Leaguefinale een einde aan zijn imposante loopbaan.

DOOR CHARLES BROMET

EK-groepswedstrijd 13 juni 1996 Birmingham: Zwitserland - Nederland 0-2

Zoveel valt er te kiezen om de grootsheid van Edwin van der Sar te typeren. En toch grijpen drie doelmannen van drie verschillende generaties terug naar een verre uittrap van vijftien jaar geleden, tijdens een schijnbaar vergeten groepswedstrijd van het mislukte EK in Engeland. Waarom?

'Waarschijnlijk omdat alle eigenschappen die hem kenmerken erin samenkomen', zegt Stanley Menzo. Zonder enige twijfel kiest de 47-jarige ex-international voor dit moment uit Nederland - Zwitserland, tijdens Euro 1996 in stadion Villa Park in Birmingham. Michel Vorm, keeper van FC Utrecht en stand-in van Maarten Stekelenburg bij Oranje, denkt er net zo over.

Nederland leidt met 1-0 dankzij een doelpunt van Jordi Cruijff, wanneer Van der Sar in de 79ste minuut een aanval onderschept. Hij kijkt, ziet Dennis Bergkamp ergens in de verte met alleen zijn directe tegenstander bij zich staan, en lanceert de aanvaller met een gevoelvolle dropkick. 'Dat moet je er even bijzetten, want daarbij komt dus ook traptechniek kijken hè', dringt Vorm aan.

Bergkamp zal even later, hoewel in twee instanties, toeslaan en de beslissende 2-0 maken. Aan de ene kant van het veld wordt hij gefeliciteerd. Aan de overkant wordt Van der Sar bedolven onder medespelers. Michael Reiziger en Aron Winter zijn er als eersten bij. Richard Witschge, Danny Blind, Ronald de Boer, Winston Bogarde en Peter Hoekstra zullen nog volgen.

'Voor mij staat dat moment voor alles dat we bij Ajax hebben geleerd', zegt Menzo. 'De aanval begon bij ons. Zo dachten we, zo trainden we en zo werkten we.'

Hoewel Vorm (27) van een andere generatie is, en uit talloze andere, veel recentere momenten had kunnen kiezen, begint hij uit zichzelf te vertellen over het moment tegen Zwitserland van Van der Sar.

'Die redding op de kopbal van Fernando Torres, onlangs in de kwartfinale van de Champions League tegen Chelsea, daarvan zie je er zoveel, hoe knap ook. Maar dat moment tegen Zwitserland is zo betekenisvol, doordat je er de grootste kwaliteit van Van der Sar in terugziet: anticiperen. Hij schat situaties van tevoren zó goed in, dat het er soms makkelijk en degelijk uitziet wat hij doet. Maar dat is de schijn die bedriegt. Hij verijdelt een kans en vervolgens creëert hij er een. Dat is buitengewoon knap.'

In de eindeloze beelden- en kopijstroom die zijn afscheid deze dagen begeleidt, krijgt Van der Sar uit alle hoeken (medespelers, collega-doelmannen, trainers, bestuurders, supporters) lof toegezwaaid. Verdediger Rio Ferdinand van Manchester United voelde de rust van de doelman als baken van vertrouwen. Wat kon hem en Nemanja Vidic nu gebeuren met een keeper als Van der Sar achter zich? Oud-doelman Ronald Waterreus van PSV zei op tv dat er weinig extra's valt te vertellen over iemand die op 40-jarige leeftijd zijn vijfde Champions Leaguefinale keept in de laatste wedstrijd van zijn carrière.

Autoriteit

Van der Sar geldt als de kalme autoriteit in de defensie, de keeper die onder elke omstandigheid de controle behoudt. Vorm geniet bovendien van het totale gebrek aan uiterlijk vertoon. Geen felle outfits, geen potsierlijke showduiken. Gewoon een nummer 1 die doet waarvoor hij is opgesteld: de nul houden en zijn verdediging leiden.

Vorm: 'De enige uitspatting van hem die we ons kunnen herinneren was zijn provocatie tegen Ariel Ortega, tijdens het WK-duel tegen Argentinië in 1998, toen hij net deed alsof hij werd geveld door een kopstoot. Maar zelfs dat was functioneel, want doordat Ortega er met rood afging was het weer tien tegen tien op het veld.' Numan was elf minuten eerder met een rode kaart van het veld gestuurd.

Het is misschien verleidelijk te denken dat Menzo liever een ander onderwerp aansnijdt dan de vorstelijke carrière van de doelman die hem in 1993 uit de basis van Ajax verdrong, na zijn eigen doelpunt tegen Auxerre. Maar dat blijkt mee te vallen.

'Het was vervelend, maar ik had op dat moment ook even genoeg van alle hectiek om mij heen', zegt Menzo reflecterend op die periode. 'Edwin kreeg z'n kans, greep z'n kans en kwam tot 130 interlands. Ik ben niet door zomaar iemand verdrongen.'

Wie aan Van der Sar in Oranje terugdenkt, kan tot talloze dierbare herinneringen komen. Van de gestopte strafschop van de Zweed Olof Mellberg tijdens het EK van 2004 tot de gepakte vrije trap van de Italiaan Andrea Pirlo, vier jaar later tijdens het EK-duel in Bern.

Voor Ruud Bröring zijn al die momenten een tastbaar bewijs dat hij een tip van onschatbare waarde gaf aan Louis van Gaal. In de jaren tachtig maakte hij de trainer attent op de slungelachtige doelman van Noordwijk. Van Gaal was destijds werkzaam bij Ajax en hoorde van Bröring, zijn oud-klasgenoot op de academie voor lichamelijke opvoeding (ALO), dat er bij zijn club geen onaardig talent onder de lat stond.

Bröring: 'Van der Sar was tweedejaars A-junior en Louis zei: dat kan toch niet, zo'n niveauverschil met Ajax. Maar het bleek mee te vallen. Ik zal nu niet roepen dat ik dit allemaal wel had zien aankomen. Dat zou bespottelijk zijn.

'Dat hij iets had, dat was wel duidelijk. Hij straalde uit: kan mij het schelen, kom maar op! En dat zonder arrogantie. Het heeft hem een heel eind gebracht.

CHAMPIONS LEAGUEFINALE, Moskou 1 mei 2008: Manchester United - Chelsea

Hans van Breukelen is ijdel genoeg om ervan te genieten dat zijn eigen naam herhaaldelijk opdook na de Champions Leaguefinale van 21 mei 2008. Sterker nog, toen hij Edwin van der Sar later tegenkwam op het huwelijk van Louis van Gaal en diens vrouw Truus, bedankte de doelman zijn collega zelfs voor de aanduiding 'Hans van Breukelen-moment'.

Dat laatste deed Van der Sar in het Loezjniki-stadion in Moskou, waar hij Manchester United in de stromende regen de beker had bezorgd door de beslissende strafschop van Chelsea-aanvaller Nicolas Anelka te stoppen. In de euforie na afloop had hij 1988 in herinnering geroepen, het roemruchte jaar waarin Van Breukelen PSV de toenmalige Europa Cup I bezorgde door de laatste strafschop van Benfica-verdediger Antonio Veloso te pareren.

Diep in de Russische nacht blikte Van der Sar terug. Dat deed hij op zijn eigen kenmerkende manier, met droge humor. Zo maakte hij de grap dat toenmalig bondscoach Marco van Basten nog zo had gezegd dat hij het niet te laat moest maken. Er stond namelijk nog een EK voor de deur.

Toch was hij ook geroerd. 'Het is een onbeschrijfelijk gevoel. Ik zag in welke hoek Anelka ging schieten. Dan stop je die penalty en heb je drie, vier seconden voor jezelf. Je steekt je armen in de lucht en ziet je teamgenoten naar je toe rennen. Je hebt dan toch het idee dat je die Cup zelf hebt gewonnen. Ik heb er altijd van gedroomd hetzelfde als Van Breukelen te doen.'

Dat klonk plausibel, destijds. Maar het was slechts een deel van het verhaal. Van der Sar had hoofdzakelijk slechte ervaringen gehad met strafschoppenseries. In de finale van de Champions League tegen Juventus in 1996 was het al misgegaan met Ajax. Daarna gebeurde dat nog twee keer met Oranje: in de halve finale van het WK van 1998 tegen Brazilië, twee jaar later gevolgd door de haast traumatische penaltyserie tegen Italië, in de halve finale van het EK in eigen land.

Goed, in 2004 was er nog wel die gestopte strafschop geweest van de Zweed Mellberg, tijdens het EK in Portugal. 'Zelfs ik heb wel eens geluk, denk ik', zei Van der Sar na afloop. Zoon Joe verwierf voor even nationale bekendheid door tijdens het tv-interview op de arm van zijn vader te blijven zitten.

Maar het ultieme moment van glorie en genoegdoening was er dus op 21 mei 2008, in Moskou. Het grappige is dat de vooraankondiging van dat moment negen maanden eerder was, tijdens de weinig betekenisvolle strijd om het zogeheten Community Shield, het Engelse equivalent van de Johan Cruijff Schaal.

Ook toen had hij Chelsea gefrustreerd door in de afsluitende reeks strafschoppen achtereenvolgens inzetten van Pizarro, Lampard en Wright-Phillips te keren. Driekwart jaar later, met het Loezjniki-stadion als decor, was het nu een andere Chelsea-speler, Anelka, die vanaf 11 meter op Van der Sar stuitte.

Van Breukelen: 'Edwin noemde na die finale de term Hans van Breukelen-moment en iedereen is er toen maar gemakshalve van uitgegaan dat dat alleen met 1988 te maken had. Maar we hebben door de jaren heen voortdurend gesprekken gevoerd over de strategie bij strafschoppen om hem van een penaltyschlemiel, een term die toen viel, te laten uitgroeien tot een penaltykiller.'

Het eerste contact tussen beide doelmannen dateert uit de periode dat Van der Sar nog keeper was van Juventus, tussen 1999 en 2001. In Italië had hij een flink deel van de zekerheid ingeleverd die hij altijd had gevoeld onder de lat. Van der Sar besloot contact te leggen met zaakwaarnemer Rob Jansen. Of die geen oplossing wist.

Van Breukelen: 'Rob kon zich nog herinneren dat er ook een periode is geweest dat ik bepaald niet lekker in mijn vel zat. Hij stelde voor of het niet een idee was als ik eens met Edwin ging zitten. Nou, dat wilde ik wel. En zo is onze aparte relatie een beetje geboren.'

Het is een relatie die volgens Van Breukelen al halverwege de jaren negentig hecht had kunnen zijn. Als hij het had gewild, had hij de stand-in kunnen zijn van Van der Sar in het seizoen 1994-1995, het jaar waarin Ajax de Champions League won.

'Stanley Menzo was net vertrokken en bij een interland van Nederland tegen België heeft Van Gaal mij op de tribune nog gevraagd of ik tweede keeper wilde zijn achter Van der Sar. Ik heb daarvoor bedankt, zeker ook vanwege mijn PSV-achtergrond. Maar toen ik Fred Grim dat seizoen elke keer op een podium als tweede doelman zag delen in de feestvreugde, heb ik me nog wel eens achter de oren gekrabd.'

Afgelopen zaterdag moest en zou Van Breukelen erbij zijn, toen Van der Sar op Old Trafford in de competitiewedstrijd tegen Blackpool voor het laatst voor zijn eigen publiek keepte en de fans daarna toesprak. Tot die fans rekent Van Breukelen zichzelf inmiddels ook al jaren.

'Wat me vooral zal bijblijven van die dag is de warmte, de liefde en de waardering van de supporters voor die lange', zegt hij. 'Na afloop ben ik die megastore van United nog in geweest om het shirt van Edwin te kopen voor mijn zoon Lars, die zelf ook keeper is. En wat denk je? Geen nummer 1 meer te krijgen.'

undefined

Meer over