‘Een aanval op blanken is zelfmoord’

Het conflict gaat over economische macht. Ook de rijke blanken vrezen voor geweld...

Eunice Majole is druk bezig de formulieren te verzamelen met gegevens over de vluchtelingen in Zolani, een wijkhuis in Khayelitsha, de grote sloppenwijk bij Kaapstad. Het is druk: over de toekomst kan ze even niet al te diep nadenken.

Maar toch de vraag: komen er nieuwe aanvallen? Op blanke Zuid-Afrikanen wellicht? Majole, een Kaapse kleurlinge die voor het Rode Kruis werkt, schiet in de lach. ‘Joh, dat kan ik me echt niet voorstellen. Op blanken? Dat zijn onze eigen mensen.’ De vraag heeft haar duidelijk verrast, zoals ook het geweld tegen de buitenlanders haar verraste: ‘We hebben deze mensen nodig. Ze werken hard in ons land.’

Die laatste mening wordt vele kilometers verderop, aan de andere kant van Kaapstad, door de meesten gedeeld. Het zijn overwegend blanken, Zuid-Afrikanen die in het nieuwste model Nissan 4x4 rijden en bij het Waterfront komen voor de lunch in een sushi-restaurant, als het even kan met een goed glas Kaapse witte wijn erbij.

Wayne – hij geeft alleen zijn voornaam – is een van hen. ‘De mensen uit Malawi en Zimbabwe zijn keiharde werkers’, zegt hij. ‘Heel anders dan onze zwarten. Die komen bij mij vragen om een baan. ‘Wil je werken?’, zeg ik dan. Nee, dat willen ze niet. Ze willen een baan. Je mag het misschien niet meer zeggen, maar ze zijn lui.’

Een clichéopvatting? Ja. En oprecht gemeend, zoals elke clichémening. De oude tegenstellingen tussen zwart en blank zijn in Zuid-Afrika, ruim veertien jaar na het einde van de apartheid, nog lang niet overbrugd. De crisis tussen zwarten uit Zuid-Afrika en de migranten legt ook de pijngrenzen binnen eigen land opnieuw bloot.

Want iedereen in het rijkste land van Afrika weet dat het echte conflict uiteindelijk gaat over economische macht en de al dan niet vermeende dominantie van een bepaalde groep. Blanken vormen in Zuid-Afrika een minderheid. Zij hebben nog steeds de meeste rijkdom in handen.

Een Zuid-Afrikaan die als weinig anderen weet hoe de ontevredenheid over een economisch heersende minderheid zich kan uiten, is Jan van Eck. Als vredesbemiddelaar was hij actief in Burundi, een land waar, net als in Rwanda, de meerderheid van de Hutu’s zich achtergesteld voelt bij de Tutsi-elite. Met al het geweld dat daarbij kwam.

Van Eck publiceerde na de rellen in Zuid-Afrika een verhelderend artikel. Volgens hem kan ‘de definitie van een buitenlander’ makkelijk veranderen in ‘die van Zuid-Afrikanen in het eigen land die tot een andere etnische, tribale of taalkundige groep behoren – vooral als zij gezien worden als beter af dan ‘wij’.’

Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar Van Eck doelt natuurlijk op de blanken in het land. Zijn betoog geldt als een waarschuwing, niet als de reflectie van de huidige heersende opinie onder zwarte Zuid-Afrikanen. Maar tot binnen de hoogste regeringskringen wordt wel degelijk met mogelijk geweld rekening gehouden. En ook bij de blanken zelf. ‘Natuurlijk is het iets waarover wij praten’, zegt Lyneth, een verkoopster in een chique kledingzaak in Kaapstad. ‘Wat als het gedaan is met de buitenlanders hier, en de zwarten merken dat ze dan nog stééds zelf geen baan hebben? Wij blanken hebben alles, zeggen ze, en zij hebben niets.’

Hoeveel de ANC-regering de afgelopen jaren ook heeft gedaan aan scholing, huisvesting en gezondheidszorg voor zwarten, genoeg is het niet. En vooral de enorme werkloosheid onder de zwarte meerderheid, met name bij strijdlustige jongeren (zoals ook tijdens de rellen bleek), biedt een enorm maatschappelijk risico. Het ANC, zo zeggen de critici, houdt zich vooral bezig met de zogeheten ‘eerste economie’, van mensen die een baan hebben en die willen houden. De ‘tweede economie’, die van banenzoekers, krijgt te weinig aandacht. Zelfs Jacob Zuma, de ANC-voorzitter die in 2009 president wil worden, gaf het toe: ‘De tweede economie is in feite door ons allen veronachtzaamd.’

Daaruit is ‘het kruidvat van achtergestelde groepen’ ontstaan, zoals commentator Allister Sparks het noemt. De eerste explosie was die van het geweld tegen de ‘kwerekwere’, de ‘barbaarse’ buitenlanders die bijna 10 procent van de bevolking in Zuid-Afrika vormen. Een tweede explosie kan zich tussen Zuid-Afrikanen onderling voordoen. ‘De zwarten zullen het in elk geval niet tegen elkaar opnemen’, zegt verkoopster Lyneth.

De blanke Wayne is het daarmee eens. ‘Maar het zou zelfmoord betekenen: zonder ons is de economie kapot, en hebben de zwarten al helemaal geen banen meer. Ik denk ook niet dat het ervan kan komen. Hell no! Maar zeker is natuurlijk niemand.’

Meer over