Ecstasy is pas gevaarlijk als de gebruiker dat wil

De 'kruistocht' tegen XTC volgt volgens Arno Adelaars en Erik van Ree het bekende patroon: eerst worden de drug kwalijke eigenschappen toegedicht, en vervolgens wordt de handel aangepakt....

BIJ HET ontbijt op 7 november jongstleden troffen ondergetekende XTC-consumenten het volgende nieuwsbericht aan op de voorpagina van de Volkskrant - in een lekkere zwarte letter -: 'XTC kan hersenen blijvend beschadigen.'

Een neurologisch onderzoeksteam uit Baltimore heeft bij een groep gebruikers een tekort vastgesteld van een eiwit dat helpt om de stof serotonine van de ene naar de andere hersencel te transporteren. Serotonine is een van de stoffen die de menselijke gemoedstoestand bepalen. XTC-gebruik zou dus depressies kunnen bevorderen.

Het onderzoek is gepubliceerd in het tijdschrift New Scientist. Hier blijkt echter niet gesproken te worden van een 'blijvend', maar van een 'langdurig' effect. Noch het commentaar van een der onderzoekers - 'de boodschap is dat als je XTC gebruikt, je dat met mate moet doen' - noch het kritische commentaar op het onderzoek door een andere Amerikaanse hersenonderzoeker in diezelfde New Scientist troffen wij in onze ochtendkrant aan. Maar dat ter zijde.

Bij apen is al jaren geleden geconstateerd dat XTC langdurig effect op de hersenchemie kan hebben. Genoemd onderzoek vormt een indicatie dat dit ook bij mensen het geval kan zijn. Maar waar gaat het eigenlijk over? Hersencellen beschikken over langgerekte uitlopers (axonen) die zich weer vertakken in kleine uiteinden waar stoffen als serotonine zich kunnen aanhechten, en van waaruit zulke stoffen worden gelanceerd naar de naburige cellen.

Al bij tamelijk lage doseringen XTC ziet men bij apen axonen schrompelen. Een jaar later treedt enig herstel op, maar herstelde axonen hebben dan vaak een nieuwe vorm. Ze zijn korter, maar hebben meer uiteinden - zoals een knotwilg. In de tussentijd lijkt er sprake te zijn van een verminderde productie van serotonine. Dit is het verschijnsel waarop men doelt wanneer van 'hersenbeschadiging' wordt gesproken.

Laten we aannemen dat verder onderzoek zou bevestigen dat bij XTC-gebruik dergelijke effecten ook in menselijke hersenen optreden. Is het dan gerechtvaardigd van 'beschadiging' te spreken?

Indien de hersencel zelf zou worden vernietigd - de kluit waarop de axonale boompjes groeien - dan kan beslist van 'schade' worden gesproken. Afgestorven hersencellen worden nooit meer vervangen. Hoe ernstig dat is, hangt overigens af van het aantal cellen dat verloren gaat.

De axonen zelf vormen echter een plastisch systeem met het vermogen zich snel en drastisch aan externe veranderingen aan te passen. Er zijn voldoende gezaghebbende neurologen die de waargenomen effecten van XTC niet ontkennen, maar desalniettemin weigeren van 'schade' te spreken. Zij bezigen veel neutralere begrippen als 'aanpassing' of 'verandering'. Het heeft immers pas zin veranderingen in de hersenen als een beschadiging te duiden als de eigenaar daar last van ondervindt.

Welnu: dit is het punt waar de bestrijders van XTC in problemen komen. Zoals bij alle drugs, geldt ook bij XTC, dat een fractie der gebruikers het er moeilijk mee heeft. Depressies, psychosen - het komt allemaal voor. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat zich onder de miljoenen regelmatige gebruikers een ramp aan het voltrekken is, zelfs niet onder de wel zeer enthousiaste liefhebbers.

Niet bekend

Onverwachte calamiteiten zijn niet uitgesloten - iedereen blijft zijn eigen proefkonijn -, maar het lijkt er vooralsnog op dat de veranderingen die zich eventueel in de hersenen voltrekken de gebruiker nauwelijks zullen deren.

Dit soort onderzoek heeft een ironische kant. Uiteindelijk hebben de gebruikers er het meest belang bij. Voor nette burgers die op hun sterfbed nog geen pilletje zouden durven slikken uit angst daaraan te bezwijken, is de kennis van de effecten van drugsgebruik van weinig betekenis.

Maar tegelijk zijn het juist de gebruikers die met dergelijk onderzoek in het nauw worden gedreven. Een ongenuanceerde en opgeblazen vertaling van resultaten wordt gebruikt om de vervolging van de handel in middelen als XTC te rechtvaardigen, en de gebruiker zodoende van zijn genotsmiddel te beroven.

Over welke drugs het ook gaat, het betoog is altijd hetzelfde: werkelijke of fictieve schade van gebruik wordt aangetoond, waarop onmiddellijk kan worden doorgemarcheerd naar de conclusie dat gebruik van dit middel dus moet worden ontmoedigd.

De bewering dat XTC 'schadelijk is voor de hersenen' is van eenzelfde kaliber als het gangbare inzicht dat 'alcohol de lever beschadigt'. Altijd blijft op de achtergrond dat het hierbij gaat om de details: om de omstandigheden, dosering en frequentie van gebruik, om de omvang van de mogelijke schade en om de kans daarop.

Zou dat in de berichtgeving over de gezondheidseffecten van drugs centraal worden gesteld, dan zou de onthutsende conclusie getrokken moeten worden dat alle illegale drugs zich verstandig laten gebruiken, en dat bij matig gebruik de risico's zeer beperkt blijven. Maar dat is een conclusie die koste wat het kost vermeden moet worden. Want zou daarmee niet de hele vloer onder de kruistocht tegen de drugs zijn weggeslagen?

De anti-drugscampagne lijdt niet alleen aan onzorgvuldigheid. De bestrijding van drugs getuigt vooral van een beklemmende minachting voor het levensgeluk van de honderdduizenden mensen die met veel plezier geestveranderende middelen gebruiken. Waarom moet hier eigenlijk altijd het aspect van de 'volksgezondheid' centraal worden gesteld?

Op 8 november bevatte deze krant een interview met Frank de Grave, een man met verfrissende ideeën die weldadig aandoen in het huidige truttenklimaat van Wim Kok en zijn geestverwanten. Als student kon De Grave naar eigen zeggen wel twintig pilsjes wegzetten, en hij zou 'al die verzuurde journalisten' willen toevoegen dat iedereen op die leeftijd van bier houdt. Goed zo Frank, zet 'm op!

En beter nog: de vrolijke staatssecretaris heeft onlangs een 'sigaret met hasj erin' gerookt, waar hij alleen maar 'enorm vrolijk' van werd. Maar Frank, weet je niet dat als je eens een lijntje speed zou proberen je ook alleen maar enorm vrolijk zou worden? Is het niet diep treurig dat ook alerte mensen met gevoel voor humor deze eigenschappen verliezen zodra de demonische 'harddrugs' in beeld komen?

Onze conclusie is deze: nog liever de wereld van Peter Stuyvesant dan die van Els Borst.

Arno Adelaars (auteur van het boek XTC, Alles over Ecstasy) en Erik van Ree zijn lid van het Comité Recreatief Drugsgebruik.

Meer over