Economie leidraad buitenlands beleid Nederland geeft eigenbelang voorrang

Het 'verlichte eigenbelang' van Nederland, met name het economische belang, moet de leidraad worden van het nieuwe buitenlands beleid. Ambassades en consulaten in het buitenland moeten dit economische belang gaan behartigen, en zullen meer zelfstandigheid krijgen....

Van onze verslaggevers

Mike Ackermans

Ewoud Nysingh

DEN HAAG

Dat schrijft minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken in zijn nota De herijking van het buitenlands beleid, die vandaag in de ministerraad wordt besproken. Het stuk is het resultaat van een discussie tussen vijf departementen die het meest zijn betrokken bij de buitenlandse politiek.

Doel van het nieuwe beleid is te komen tot 'een zo effectief mogelijke slagkracht van de Nederlandse inzet'. 'Het haalbare loopt niet altijd in de pas met het wenselijke', daarom zullen 'haalbaarheid en effectiviteit' de belangrijkste toetsstenen voor het beleid worden.

Zowel Defensie als Ontwikkelingssamenwerking komt financieel goed uit de herijkingsoperatie. Minister Voorhoeve hoeft vierhonderd miljoen gulden minder te korten dan in het regeerakkoord stond. Hij moet honderd miljoen opbrengen.

Aan Ontwikkelingssamenwerking zal tussen de 0,75 en 0,85 procent van het bruto nationaal produkt worden besteed. Dit is afhankelijk van de noodhulp en de vredesoperaties. Minister Pronk zal minder last krijgen van aanslagen op zijn begroting die dienen om de kosten te drukken van bijvoorbeeld de opvang van asielzoekers. Wel zal hij uit zijn budget dekking voor kredietgaranties moeten geven voor de export naar de armste landen.

De uitgaven voor buitenlands beleid van alle betrokken ministeries worden samengevoegd in een 'homogene uitgavengroep'. Over de onderlinge verdeling vergaderen de ministers onder leiding van de minister van Buitenlandse Zaken. Deze ministers moeten van te voren toezeggen dat ze overschrijdingen van hun begroting voorkomen.

Van Mierlo blijft de eerstverantwoordelijke voor de buitenlandse betrekkingen. Maar premier Kok wordt de voorzitter van een nieuw ministerieel overleg: de Raad voor Europese en Internationale Aangelegenheden (REIA). Die vervangt alle bestaande overlegorganen op buitenlands gebied van het kabinet.

Eerder werd al bekend dat afdelingen op EZ, OS en BZ die zich bezighouden met dezelfde regio's in de wereld worden samengevoegd. Deze nieuwe 'regionale directies' komen onder de vleugels van Buitenlandse Zaken, en krijgen ook een nieuwe topambtenaar als baas. BZ en EZ zullen nog meer ambtenaren die zich met buitenlands beleid bezighouden, gaan uitwisselen.

Minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking moet zijn departement gaan aanpakken. Hij moet minder uitgeven aan projecthulp in ontwikkelingslanden, maar meer aan algemene hulpprogramma's. In de praktijk betekent dat minder geld voor waterputten en schoolgebouwen, maar meer voor bijvoorbeeld de opbouw van een goed openbaar bestuur ('good governance') in ontwikkelingslanden.

De ambassades krijgen zowel bij de formulering als de uitvoering van het OS-beleid een grotere rol. Pronk zal de plannen voor het effectiever maken van de hulp uitwerken in zijn begroting voor 1996, die hij op Prinsjesdag presenteert.

Op Buitenlandse Zaken komt een speciale afdeling, een zogenoemde 'themadirectie', met als terrein conflictbeheersing, humanitaire hulp en mensenrechten. Ook deze afdeling moet de huidige versnippering van het beleid tegengaan. Het doel is dat bij het geven van noodhulp of het sturen van troepen door respectievelijk Ontwikkelingssamenwerking en Defensie, het ministerie van Buitenlandse Zaken de vroeger onderbelichte politieke leidersrol krijgt.

Zie ook pagina 3

Meer over