Economen mogen onderhand wel eens een bioloog van de plank pakken

Welke bedrijven deugen nog? Parallel aan het politieke zwart-wit denken dat 11 september 2001 heeft uitgelokt, loopt een stroming die bedrijven in helden en slechterikken opdeelt....

Carien Overdijk

Weinigen kennen de complete lijst klinkende bedrijfsnamen die hierbij past, maar we kunnen er niet omheen: de As van het Bedrijfskwaad loopt continent-breed over het noordelijk halfrond en verbreedt zich razendsnel tot diep bezuiden de evenaar.

Ook in de toevoer van verse boeken floreert nu de ethiek. Op macro-niveau is er veel aandacht voor de spanning tussen economie en ecologie. De meeste economen en topmanagers lijken echter de sleutelwerken op dit gebied, zoals One world: the ethics of globalization van filosoof Peter Singer (zie Reflex van 5 april), niet te lezen.

De Russische oud-president Michael Gorbatsjov, zelfbenoemd ambassadeur van het wereldmilieu, wil de kloof tussen economen en wereldverbeteraars overbruggen. In Mijn manifest voor de aarde schetst hij de dramatische effecten van een onbeteugelde groei van de westerse economie, maar vermijdt hij heel diplomatiek een aanklacht. Liever richt hij zich op de toekomst.

'We moeten een nieuwe beschaving scheppen, die tegengesteld is aan een Carpe Diem-mentaliteit.' Gorbatsjov bepleit grotere bevoegdheden voor internationale instellingen als VN, IMF en de Wereldbank en roept op tot de ontwikkeling van een 'mondiale ethiek'. Dat de VS vlak na de verschijning van zijn boek de VN links zou passeren, verzwakt zijn optimistische scenario helaas danig.

Sterker dan Gorbatsjov's credo is het goed gedocumenteerde De toekomst van het leven, van de bekende Amerikaanse bioloog Edward Wilson. Het is een must voor economen en ondernemers, al zal het door de titel en de dierenplaatjes op de kaft wel in het schap natuurboeken verdwalen.

Geldmachinisten mogen de geromantiseerde proloog overslaan en direct in de harde, wetenschappelijke feiten duiken waarop Wilson zich baseert. Ze tonen aan hoe het economische-groeidenken botst met de fysieke eindigheid van de aardbol.

Wilson bespreekt onder meer de teloorgang van grote gebieden in Afrika, China en de landen rond de zuidelijke ijszee, en de hongersnoden die dat tot gevolg zal hebben.

'We hebben ons reeds meer productief land toegeëigend dan de planeet kan dragen (. . . ).' Ook becijfert hij hoe snel de biodiversiteit terugloopt en hoe het krimpende regenwoud en de uitputting van energiebronnen het leven van mens en dier bedreigen. Toch vermijdt ook Wilson polarisatie. 'Ik wil niet suggereren dat er twee culturen met een verschillende ethiek bestaan. De meeste economen van nu beseffen terdege dat de wereld beperkingen heeft (. . . ). Maar ze willen er gewoon niet teveel aan denken.'

Wilson vertelt ook in welke internationale verbanden hij ijvert voor een kentering en hoe ondernemingen er met beleid of als sponsor aan kunnen bijdragen. Evenals Gorbatsjov denkt de bioloog dat overheden de roofbouw niet meer kunnen keren. Die aanname lijkt terecht, gezien het feit dat zelfs president Bush zich een knecht van het Amerikaanse bedrijfsleven toont door te verklaren dat de portemonnee van zijn landgenoten belangrijker is dan het milieu-verdrag van Kyoto.

Ook organisatie-adviseurs grijpen de kans aan om een moraal te prediken. Overeenkomstig de tijdgeest presenteren ze hun visie graag in termen van ecologie. Zo schetst organisatieadviseur Karel van Berkel in Levende Organisaties de ontwikkelings- en leerprocessen van organisaties aan de hand van een wadlooptocht.

Hij trekt een parallel tussen de aantasting van het natuurlijke milieu en die van sociale verbanden. Nieuwe ideeën bevat het boek niet, maar de koppeling met de perikelen van een groepje wadlopers, evengoed een mini-organisatie, brengt het eigentijdse organisatiedenken (flow, systeemtheorie, kwaliteitsmanagement) fris en goed leesbaar over.

Nooit meer sjoemelen, van twee andere adviseurs, is daarentegen een verwarde zedenpreek over de hebzucht en zielloosheid in bedrijven. Het boek grossiert in slechte zinnen, woeste generalisaties en regelrechte onzin.

Het doet terugverlangen naar zijn tegendeel, de hier eerder besproken bestseller Hoe word ik een rat van Joep Schrijvers. De anti-sjoemelaars ontkennen de oermenselijke hang naar machtspolitiek. Wie ratten wil bestrijden, wapene zich met Schrijvers' vrolijke en realistische analyse.

Meer over