Ecoduct: eiland in het groen

DoorRik Nijland

Stel u bent een boommarter, een zeldzaam zoogdier van de kruinen en hoge takken, en u wilt tussen Driebergen en Maarn de A12 oversteken naar de andere kant van de Utrechtse Heuvelrug. Rennen, zelfs heel hard rennen, is een nogal linke optie.


Gelukkig herinnert u zich de oversteekplaats die Rijkswaterstaat jaren geleden bij hectometerpaal 73.9 in elkaar knutselde: via een van de portalen voor matrixborden loopt een houten goot die aan weerszijden van de snelweg uitkomt in de dennen.


Tot voor kort. Want ter voorbereiding op de verbreding van de snelweg is de afgelopen maand aan beide zijden een strook bos gekapt, waardoor de uiteinden van de boommartergoot in het luchtledige kwamen te bungelen. Om de dieren toch een kans te geven is een eenvoudige oplossing bedacht die wel wat meer vergt van de oversteker: boom uit, kapvlakte over, omhoog langs het tegen de goot geposteerde stammetje, door de goot rennen, aan de andere kant er weer af.


Durven boommarters dat? Waarschijnlijk niet. Sterker nog: het is helemaal niet duidelijk of ze het ooit hebben gedurfd, of gesnapt. Er is nooit goed onderzoek gedaan naar deze experimentele oversteekplaats; wel stond er jaren geleden een paar weken een camera op de goot gericht, maar die legde slechts vleermuizen vast en schaduwen van passerende vogels.


Aan de andere kant: de Werkgroep Boommarter Nederland krijgt met enige regelmaat een melding binnen over een dier dat de goede bedoelingen niet heeft begrepen, dat binnen een paar kilometer van de goot op de A12 is doodgereden.


Een probleem is dat boommarters slecht zijn te sturen of tegen te houden. Een hek plaatsen om ze in richting van de oversteekplaats te leiden heeft bij deze uitmuntende klimmers geen enkele zin. Schrikdraad helpt wel, maar dat is duur, vooral in onderhoud. Mede daardoor sneuvelt naar schatting een op de vier boommarters in het verkeer; vooral jonge mannetjes op zoek naar een eigen territorium eindigen vaak onder autowielen. Voor een soort waarvan er maar zo'n 600 exemplaren in Nederland leven, is dat een zware tol.


Toch gloort er hoop, zelfs nu een belangrijk obstakel als de A12 wordt verbreed. De laatste jaren is het verbinden van natuurgebieden en het slechten van barrières tussen dierpopulaties uitgegroeid tot een volwaardig beleidssegment in het natuurbeheer met meerjarenplannen, beleidsvisies en zelfs provinciaal ontsnipperingsoverleg. Dit jaar krijgt dat zichtbaar effect.


Zo is bij Wolfheze, waar de A12 de Veluwe kruist, het Jac P.Thijsse ecoduct in aanbouw. Dat is een van de negen wildviaducten (waarvan zes op en rond de Veluwe) die nog onder het vorige kabinet zijn aanbesteed. Ze zijn niet alleen bestemd voor groot wild; ook zandhagedissen, vossen of boommarters worden met een dergelijke voorziening - meestal zo'n 40 meter breed met een natuurlijke begroeiing - uit hun isolement gehaald. Zelfs vlinders en vogels hebben er baat bij, wijst onderzoek uit. Bovendien vormen ecoducten belangrijke schakels om de grote natuurgebieden van Nederland te verbinden. Staatssecretaris Bleker voelt echter weinig voor de daarbij behorende robuuste verbindingszones. Binnenkort zijn er wel de ecoducten, maar blijven de groene snelwegen erachter permanent opgebroken.


Bij Wolfheze ziet het er volgens Natuurmonumenten echter redelijk rooskleurig uit. Akkers worden of zijn al omgevormd tot natuurgebied en een industrieterrein is opgedoekt, zodat in de nabije toekomst edelherten van de zuidelijke Veluwe via het Planken Wambuis en langs Renkum naar de uiterwaarden van de Rijn kunnen wandelen. Helemaal onbelemmerd is die tocht nog altijd niet. Zo kruisen de dieren een paar drukke provinciale wegen. Bovendien zijn er bij de spoorlijn Arnhem-Utrecht geen extra maatregelen gepland, waarschijnlijk totdat de eerste ICE op een ruim 200 kilo zwaar edelhert knalt.


Terug naar u, de aarzelende boommarter die bij Maarn de snelweg wil oversteken. Om het er levend af te brengen, hoeft u in de toekomst in ieder geval niet om te lopen via Wolfheze. Mede dankzij Utrechts Landschap en Rijkswaterstaat is er bij de plannen voor verbreding van de A12 ook nagedacht over de fauna-infrastructuur. In het verbredingstraject, tussen Lunetten en Veenendaal komen zo'n tien buizen onder de weg door, bijvoorbeeld voor dieren als das, rat of pad. De boommarter kan gebruik gaan maken van twee bij de verbreding ingecalculeerde ecoducten die ook het spoor overspannen op nog geen 10 kilometer van elkaar: vlak voor Maarn en bij Woudenberg. Dan hoeft u in ieder geval niet meer door die enge goot.


Meer over