Echtscheiding tussen steden

EEUWENLANG WAS ER ENKEL LEUVEN. SINDS 1971 IS ER OOK EEN NÍEUW LEUVEN. LEEN VERVAEKE ZIET LOUVAIN-LA-NEUVE EN WAANT ZICH EVEN IN EEN FILM....

Ze liggen beide aan de oevers van de Dijle. Hun inwoners zijn voor eengroot deel studenten; hun gebouwen voor een groot deel leslokalen. Wie erde weg kent, loopt via verborgen doorsteekjes, trappen en steegjes in vijfminuten door de hele stad. Wie er voor het eerst komt, kan urenlangverdwalen in een kluwen van straten en straatjes.

Behalve hun naam hebben Leuven en Louvain-la-Neuve, letterlijk 'hetnieuwe Leuven', veel gemeen. En toch verschillen de steden - invogelvlucht zo'n dertig kilometer van elkaar verwijderd - uiterlijk als dagen nacht. Geen wonder, want Leuven telt meer eeuwen dan Louvain-la-Neuvedecennia.

Reeds in 884 gebruikten vikingen de burcht 'Lovanium' als uitvalsbasisvoor hun rooftochten. Tegen het einde van het eerste millennium was Leuvenuitgegroeid tot de hoofdstad van het hertogdom Brabant. De echtebloeiperiode kwam in de 15de eeuw, toen de universiteit werd opgericht -dé reden dat Leuven nu meer is dan een verwaarloosbaar provinciestadje - en de Sint-Pieterskerk en het stadhuis werden gebouwd.

Die twee gotische bouwwerken aan de Grote Markt zijn tegenwoordig detoeristische hoogtepunten van de stad. Het stadhuis, met zijn verfijndetorentjes en tierlantijntjes, staat wereldwijd bekend als 'deslagroomtaart'. Naar de torenloze Sint-Pieterskerk komt men van heinde enverre om Het Laatste Avondmaal van de uit Haarlem geëmigreerde Vlaamseprimitief Dirk Bouts te bewonderen.

Eeuwenoude monumenten zijn in Louvain-la-Neuve niet te vinden. Pas 35jaar geleden werd de eerste steen gelegd van deze stad - eigenlijk eenstadshelft, de volledige stad heet Ottignies-Louvain-la-Neuve. Alleen vijfboerderijen, de enige 'oude' gebouwen in Nieuw-Leuven, herinneren nog aanhet landschap van voor 1971.

Een ongekend felle strijd ging aan de stichting van 'LLN' vooraf. In hetwoelige jaar 1968 werd in Leuven een Belgische variant op de mei-revolutiesuitgevochten. Met als leus 'Walen buiten!' eisten de Vlaamse studenten datde tweetalige universiteit van Leuven enkel Nederlandstalig onderwijs zougeven. Ze vreesden dat Leuven, evenals Brussel, geleidelijk zou verfransen.Uiteindelijk werd beslist dat de Franstalige studenten een eigenuniversiteit kregen, aan de 'juiste' kant van de taalgrens.

'Ik was erbij', zegt een Waalse professor, met verholen trots. 'Ik hebdeze bibliotheek nog bestormd.' Ze is met enkele studenten, die aan deuniversiteit van LLN Nederlands studeren, op bezoek in deuniversiteitsbibliotheek van Leuven, prachtig gelegen aan het Ladeuzeplein.Het renaissancistisch ogende gebouw werd in 1928 gebouwd, na de Duitseverwoesting van de eerste bibliotheek in 1914. In de Tweede Wereldoorlogwerd het andermaal verwoest. Op de gevelstenen staan de namen van honderdenAmerikaanse universities en colleges, die de herbouw van de bibliotheekfinancierden.

Behalve het symbool van de wederopbouw is de bibliotheek ook het symboolvan de splitsing tussen Leuven en Louvain. 'Zoals bij een echtscheiding deinboedel verdeeld wordt, zo werden hier de boeken verdeeld', zegt debibliothecaris. 'Alle boeken hadden een nummer. De even nummers gingen naarLouvain-la-Neuve, de oneven nummers bleven hier. Maar het verhaal datencyclopedieën en tijdschriften uit elkaar gehaald werden, ismythevorming.'

Wraakgevoelens heeft de Waalse professor niet, evenmin als de meestevan haar collega's in Louvain-la-Neuve. Alleen bij de oudste generatieprofessoren ligt de kwestie 'Leuven Vlaams' nog gevoelig, maar voor demeeste studenten en professoren is de splitsing een gedane zaak.

Hoogstens wordt er studentikoos kattenkwaad uitgehaald. Zo kidnappenneo-Louvanisten af en toe het Leuvense standbeeld Fons Sapientiae, de Bronvan de Wijsheid. Dit ironische beeld van een student die de wijsheid meteen biertje binnengiet, wordt in de volksmond 'Fonske' genoemd. Na eenontvoering kunnen de Leuvenaars Fonske terugvinden in Louvain-la-Neuve, meteen bordje om zijn hals: Fonske est en blocus, Fonske is aan het blokken.

Niet alleen de boekenvoorraad is opgedeeld, maar ook de kunstcollectie.De Waalse helft is te bezichtigen in het stadsmuseum van Louvain-la-Neuve,het Musée du Dialogue. De kunstwerken - waaronder een Picasso, Magritte,Rembrandt, Delvaux - hangen in een overdekte patio, te midden van deboekenrekken van de universiteitsbibliotheek. Zo wilde de architect eenontmoetingsplaats tussen de studenten en de 'gewone' inwoners creëren.

'Creëren', dat is het sleutelwoord in LLN: de hele stad is zorgvuldiggepland en gecreëerd. Dat geeft Louvain-la-Neuve een fascinerend moderneen functionele uitstraling. Het centrum is volledig voetgangersgebied, methalf overkapte straten als bescherming tegen de overvloedige Belgischeregen. Wie achter het glazen theatergebouw Aula Magna naar de oevers vanhet kunstmatige meer afdaalt, ziet daarvandaan de palen en het platformwaarop Louvain rust en de tunnels waardoor auto's onder de stad doorrijden.

Artificieel? Door de uniforme huizen in baksteen, beton en leisteenlijkt de 20 duizend inwoners tellende stad soms een uit zijn voegengebarsten vakantiepark. Wie de gloednieuwe Esplanade, het grootstewinkelcentrum van Wallonië, langs de achteruitgang verlaat, lijkt even inde film The Truman Show verzeild. Achter het hypermoderne shopping-centerhoudt de stad op. Er ligt enkel braakliggend terrein.

Het jonge Louvain-la-Neuve is nog steeds aan het groeien. 'Een paarmaanden geleden is er een nieuwe straat geopend', vertelt stadsgids Sylviede Dryver. 'Die zat meteen vol winkels, die nu functioneren alsof ze er aljaren zijn. Een absurd gevoel.' Op dit moment wonen er 9 duizend studentenen 10 duizend niet-studenten in LLN. Het doel is 30 duizend inwoners, metvoor elke student twee gewone inwoners.

Maar voorlopig is het studentenleven nog overheersend. De goedkoperestaurants zitten in de vooravond vol met twintigers, pas rond halfnegenduiken er ook ouderen op. Ook in de kroegen domineert het jonge volkje, algaan die vooral uit in de clubhuizen van hun cercle, hunstudentenvereniging.

Ondanks het korte bestaan van hun universiteit hebben de studenten vanLouvain-la-Neuve meer zin voor traditie en folklore dan de Leuvenseuniversitairen. In de clubhuizen kun je veel studenten met eenbordeaux-zwart kalotje met koperen sierspeldjes aantreffen, al waarschuwtde receptioniste van hotel Le Relais: 'Ga daar niet heen! Het is er vuil.Er wordt met bier gegooid.' Binnengluren door de glazen voordeuren van eenkot - het woord voor studentenkamer, zowel in Leuven als in Louvain - iswellicht veiliger. Ideaal voor het spotten van kalotjes is de Rue deBruyère, waar kleurige uithangborden aangeven waar de clubstudenten wonen.

Louvain-la-Neuve is nog in volle ontwikkeling, maar ook Leuven is nogsteeds aan het veranderen. Met hun eeuwenoud erfgoed richten de Leuvenaarszich vooral op restauratie. Nu al zijn er verschillende voorbeelden vangeslaagde restauratie. Zoals het classicistische Pauscollege, eenmonumentale residentie voor arme studenten, die in de 16de eeuw door deNederlandse paus Adrianus VI werd opgericht. Of het Begijnhof, een oase vanrust tussen de meanderende aftakkingen van de Dijle.

De komende tien jaar wordt de Abdij van Park, opgericht in 1128 enafgewerkt in de 18de eeuw, aangepakt. In de prachtige norbertijnenabdij,net buiten de ring van Leuven, leven nu nog zes paters. Te weinig om hetveertig hectare grote domein, met klooster, kerk, paardenstallen, schurenen verschillende poortgebouwen te onderhouden.

Gelukkig krijgen de gebouwen in de toekomst nieuwe functies, zoals eenMuseum voor Religieuze Kunst en Cultuur, zodat de oogstrelende abdij methaar indrukwekkende stucwerk van beeldhouwer Jan Christiaan Hansche weerenkele eeuwen verder kan.

Voor het stedelijk museum Vander Kelen-Mertens, in het rococoingerichte huis van voormalig burgemeester Vander Kelen, is in mei eenrestauratie gepland. Tot die tijd vindt de tentoonstelling 'Broedertwist'er plaats, waar opnieuw een splitsing centraal staat. Niet van Leuven enLouvain-la-Neuve dit keer, maar de scheiding van België en Nederland in1830.

De expositie was eerder al te zien in Den Bosch, waar ze gratistoegankelijk was voor Belgen. Tot eind april staat ze in Leuven, en kom jeer gratis binnen op vertoon van een Nederlandse identiteitskaart. Een redente meer om Leuven te bezoeken, en in één ruk door te reizen naar hetnieuwe, o zo andere Louvain.

Meer over