'Echte aandacht, waar vind je dat nog?'

Nu het met de New Yorkse rock-'n-rollband The Strokes zo snel is gegaan dat de bandleden al nauwelijks meer te porren zijn voor interviews, nemen veel journalisten hun toevlucht tot The Moldy Peaches....

Voor het gemak worden ze vaak tot dezelfde scene gerekend: de New Yorkse wedergeboorte van de no nonsense rock-'n-roll. De komende dagen zijn The Moldy Peaches - zonder Strokes - in Nederland voor drie cluboptredens.

'We vinden het helemaal niet erg om over ze te praten. Ze zijn goede vrienden', zegt Adam Green, de mannelijke helft van de 'Moldy's'. Naast hem zit Kimya Dawson, de vrouwelijke helft en knikt instemmend.

Toch is het vreemd, want Strokes en Moldy Peaches hebben weinig gemeen, op hun elementaire aanpak na. Maar waar The Strokes elektrisch versterkte rock-'n-roll naar Velvet Underground-model maakt, staat het titelloze albumdebuut van Green en Dawson vol akoestische, kleine rammelliedjes, met geestige, soms haast cabareteske teksten. Inmiddels hebben ze ook een cd met eigen liedjes uitgebracht.

The Strokes en de Moldy's kennen elkaar uit de buurt, de New Yorkse East Village, de bruisendste wijk van Manhattan als het gaat om jongerencultuur en popmuziek. The Strokes traden er in de voetsporen van The Ramones, in de befaamde punkclub CBGB's. Een steenworp verderop ligt het Sidewalk Café, epicentrum van de Antifolk-beweging waartoe Green en Dawson zichzelf rekenen en die overigens niet tegen folkmuziek is, maar er juist een moderne, grootsteedse voortzetting van wil zijn.

Green: 'De beweging bestaat al vanaf het midden van de jaren tachtig en heeft zich gevormd op een vaste plaats, het Sidewalk Café, en een vast tijdstip: elke maandagavond. Vroeger was Antifolk politieker getint. Meer punk. Nu is de maandagavond een gemoedelijke open podiumavond, waarop bijna iedereen elkaar kent. Je kunt het podium opstappen en je liedjes zingen: met gitaar, piano, of a-cappella.'

'Of je leest een verhaal voor', zegt Dawson.

Green: 'Het unieke is dat iedereen doodstil is en luistert. Er is échte aandacht. Waar vind je dat nog?'

In elk geval niet in het rockcircuit van Europa. Mede daarom wordt het duo, speciaal voor de luidruchtige wereld buiten het Sidewalk Café, in de rug gedekt door een krachtige rockband van vier personen. Toch à la The Strokes dus? Niet helemaal. Die band zou zich niet snel als een Dick Bruna-leeuwtje schminken (zoals Dawson) of in een Peter Pan- of Superman-pak hijsen (zoals Green). Bij de Moldy's geen fuck you-houding, maar een lekkere dolle boel.

Niet iedereen is daar even blij mee. Op het festival De Nachten, vorig jaar in het Amsterdamse Paradiso, ging het intieme akoestische optreden op de volgepropte entresol er bij de meeste bezoekers aanmerkelijk beter in dan de uitbundige verkleedpartij annex rockrevue later op de avond.

Maar ja, je moet nu eenmaal improviseren als je zomaar ineens een heus album hebt op een gerenommeerd Brits indielabel (Rough Trade) en in echte popzalen moet optreden. Met platendeals houdt het Antifolk uit het Sidewalk Café zich namelijk niet bezig.

Dawson: 'Eén van de uitgangspunten van de beweging is dat we ons niet richten op muziek in opgenomen vorm. Orale overdracht is de basis. Veel vrienden nemen hun liedjes thuis op en laten ze in een oplage van enkele tientallen op cd'tjes branden. Die verkopen ze in het Sidewalk Café voor zo'n drie, vier dollar.'

Green: 'Er zijn geen manifesten of dogma's. Een platendeal is geen doel, zoals voor de meeste bandjes. Maar als het je aan komt waaien, moet je het vooral doen. Onze vrienden gunnen het ons. Het hele Sidewalk Café weet dat wij nu in Amsterdam zitten.'

Meer over