Echt Spaans, nóg wel

VALENCIA, ALTIJD IN DE SCHADUW VAN MADRID EN BARCELONA, IS ONTDEKT. DE AMERICA'S CUP WORDT ER GEZEILD, PRIJZEN SCHIETEN OMHOOG....

DOOR ERIC VAN DEN BERG

Er ís iets met die Valencianen. Te pas en te onpas schieten ze pijlen de lucht in, en niet zo weinig ook. Soms weten ze zelf niet waarom precies. Feestje, presentatie, concert, doelpunt? Vuurwerk!

Toppunt, natuurlijk, de Fallas, het jaarlijkse festival in maart ter ere van stadsheilige Sint Jozef. Een week lang elke dag vuurwerk, en dat is dan eigenlijk nog het minste. Immense praalstukken van papier-maché, die als het even kan Aznar, Bush of burgemeester Rita Barberá te kijk zetten, worden in de slotceremonie in de fik gestoken. Het zijn kunstwerken die soms meer dan 350 duizend euro hebben gekost.

Dan is er iets mis. Of iets heel erg goed.

Dat luchtige, die knipoog, dat is prettig .

'We zijn nooit serieus. Althans, alleen als het echt moet', zegt Juan Carlos Sanjuan, directeur van het boutiekhotel Bristol, gehuisvest in een voormalig paleisje in het oude stadscentrum. 'Het is het mooie weer, denk ik.' En in die context: 'We proberen een stad te zijn. Maar stervoetballers kunnen hier gewoon over straat.'

De Valencianen houden niet van pijo, de kak. Vermoedelijk zit het interieur van het 'Petit Palace' Bristol, inclusief plasma-tv in de lobby, al op het randje.

De air van nieuw die Valencia omgeeft, heeft ook de oude stadswijk El Carmen bereikt. Vanaf de Miguelete-toren van de kathedraal - tot architect Calatrava zich met de stad ging bemoeien, dé icoon van Valencia - is het goed te zien. Gebouwen in steigers, of open plekken waar vervallen gebouwen stonden. Toeristen zoeken een terras met schaduw. Iets echt Spaans, of anders Finnegan's Pub op Plaza de la Reina.

El Carmen stond tot een jaar of vijf geleden bekend als slechte buurt, een labyrint van straatjes waar het daglicht niet altijd gewenst was, waar huizen op instorten stonden. Nu een wijk waarin terrasjes de zon zoeken, geen appartement meer is te krijgen onder de twee ton.

De tradionele markt van Plaza Redonda, met keramiek, kant en uniformen, is er nog steeds, maar trendy, kleine winkels rukken op: 'funky' T-shirts bij Sofoko, uniseks bij Sine Die, de 'nieuwste kleuren' bij kapper Kibbutz.

Monki (

Voor de onafhankelijke vrouw) is een van de zestig winkels die de laatste drie jaar in Carmen zijn geopend door jonge Valencianen en wat buitenlanders. Eigenaar Lisa Gingles, oorspronkelijk uit Belfast, somt ze samen met twee andere starters twee keer per jaar op in Cool Carmen, een brochure/plattegrond van de 'dynamische, innovatieve' wijk. Lisa (31): 'Valencia verdient het imago van een jonge stad.'

Niet te fa n c y , is doorgaans het uitgangpunt. Onafhankelijkheid. 'Het is hier speciaal. Het zijn allemaal jonge mensen', zegt Marcela Rosato, eigenaar van Zak Kolel, een winkeltje dat in oktober open ging op Calle Derechos, met voornamelijk dameskleding van Spaanse ontwerpers (Paparajote, Amarillo Limon). 'Het zijn kleine winkels, het is allemaal niet zo massaal als bij El Corte Inglés.'

Maar de onafhankelijkheid heeft een prijs; niet alle zaken redden het. Toen Lisa in 2002 Monki opende (met 'kleren die ik allemaal zelf ook zou willen dragen') betaalde ze 260 euro aan huur. Als ze nu het contract had afgesloten, zou ze 1500 euro moeten neertellen, zo gewild is de buurt. 'Het is ongelooflijk wat hier gebeurt. Het gaat misschien wel iets te snel. Valencia is nog helemaal niet berekend op die drukte. Je ziet nu al de vrijgezellenfeestjes van Engelsen op straat.'

'Wij willen slapen!', zegt het spandoek aan het balkon op Plaza del Carmen. Niet dat de luidruchtige Engelsen er komen. Het zijn de jongetjes met of zonder voetbal, met of zonder skateboard, die hun honk op het plein hebben gevestigd. En de handelaren die er elkaar ontmoeten. Het laatste restje 'oud'. Wat er ook gebeurt, het spandoek kan gewoon blijven hangen.

Meer over