ECB en OESO tonen politici hun feilen

Twee gezaghebbende economische instellingen wezen politici in euroland woensdag op hoge toon op hun tekortkomingen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft felle kritiek op het begrotingsbeleid van de eurolanden....

Otmar Issing, het Duitse directielid van de Europese Centrale Bank (ECB), uitte in Frankfurt harde kritiek op het begrotingsbeleid van de eurolanden. Die hebben vorig jaar hun tekorten onvoldoende teruggedrongen, ondanks de sterke economische groei, zo zei hij op een congres dat was georganiseerd door de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs.

Issing sloeg de eurolanden om de oren met de harde cijfers. Vorig jaar daalden de begrotingstekorten slechts licht, terwijl deze in 1997 gemiddeld met 1,5 procent zakten. 'Een teleurstellende ontwikkeling', aldus Issing.

Het Duitse lid van de zeskoppige ECB-directie waarschuwde tegen het uit de hand lopen van de begrotingstekorten als de economische situatie in Europa verslechtert.

De eurolanden zijn te weinig voorbereid op de toekomst. Issing vindt vooral de huidige belastingsystemen van 'veel Europese landen' ontoereikend voor het oplossen van opdoemende problemen, zoals de financiering van de pensioenen en de Europese welvaartsstaat.

De ECB-kritiek komt tegelijk met de publicatie van het kritische OESO-rapport: EMU: facts, challenges and policies. Hierin wijst de OESO op de slechte werking van de arbeids- en productmarkten. Nu de deelnemers aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) geen mogelijkheid meer hebben om hun wisselkoers of rentepeil aan te passen, moeten andere markten economische verschillen opvangen.

Volgens de OESO hangt zelfs het uiteindelijke succes van de EMU af van de mate waarin economieën zich succesvol kunnen aanpassen. De OESO is hier niet gerust op. Ze meldt dat het aanpassingsproces na een economische schok langer duurt naarmate de arbeidsmarkt slechter functioneert. De Europese werkloosheid is hierdoor te hoog, zeker in vergelijking met die in Japan en de Verenigde Staten. Daarom roept de OESO euroland op zich vooral te concentreren op een betere werking van markten.

Hoeveel effect een economische schok, bijvoorbeeld een olieprijsstijging, uiteindelijk heeft op de economie en werkloosheid, hangt af van het functioneren van de 'schokbrekers'. Dit zijn de markten voor arbeid en producten, het begrotingsbeleid en de Europese integratie van de kapitaal- en kredietmarkten.

De OESO houdt de Europese politici voor dat er 'geen garantie is dat de verschillende markten in euroland automatisch beter zullen gaan werken door de euro'. De economenclub in Parijs stelt ook dat arbeid in euroland te weinig mobiel is tussen de lidstaten. Iedere werknemer heeft het recht om in een ander EU-land te werken, maar slechts een enkeling maakt daarvan gebruik.

5,5 miljoen EU-werknemers werken in een ander EU-land dan hun geboorteland. Op zich een respectabele hoeveelheid, maar op de bevolking van 370 miljoen mensen, is het slechts 1,5 procent. Deze lage mobiliteit is volgens de OESO de verklaring voor de grote werkloosheidsverschillen tussen de verschillende EU-lidstaten.

Meer over