Dwars en eigenwijs

Nog altijd fascinerend: het beeld van het 9-jarige kroonprinsesje tussen het vervaarlijke Oranjevolk dat Troelstra mores zou leren, op het Malieveld van 1918....

Wat moet zo'n kind wel niet gedacht hebben? Ze wist waarschijnlijk al dat ze later koningin moest worden. Maar besefte ze ook dat ze dus alvast omringd werd door toegewijde aanstaande onderdanen? Dan moet ze toch even zijn geschrokken.

Maar aan de andere kant viel het natuurlijk ook allemaal erg mee. Niet alleen de furie van aanhankelijkheid, ook het rooie gevaar.

Na de opwinding in november is iedereen weer gewoon naar huis, en de volgende ochtend weer gewoon naar kantoor of fabriek gegaan. De regering maakte een paar gebaren naar de ontevreden arbeidersklasse, de rimpels verdwenen uit de hofvijver, en in de jaren daarna is de kleine prinses met haar vader nog een paar keer op bezoek geweest bij oom Wilhelm, die in Doorn als balling leefde.

Hem, de Duitse keizer, was iets overkomen dat bij ons ondenkbaar was. Daar had Troelstra zich lelijk in vergist, en hij had er ook meteen spijt van gekregen. De grote mars van de Revoluties had immers altijd halt gehouden zodra Nieuweschans en Zevenaar in zicht kwamen.

Het is misschien raar om te zeggen van een eeuw met twee wereldoorlogen, twee heilloze ideologieen nog een handvol andere vreselijke aberraties van de menselijke soort, maar de wereld van Juliana dus onze wereld is er maar heel betrekkelijk door aangeraakt. 'Wij willen onszelf zijn en blijven', had haar moeder nog verzekerd in de jaren dertig en ondanks alle ongerief van crisis, armoede, bezetting, rotmoffen en hongerwinter is ons dat aardig gelukt.

Ik durf niet te zeggen of Juliana daar met haar koningschap toe heeft bijgedragen, maar je mag op z'n minst vaststellen dat ze er de belichaming van is geweest.

Alle lofsprekers hebben haar 'gewoonheid' geprezen, en als ze gelijk hadden, betekent dat meteen dat ze dwars moet zijn geweest, want ze was tenslotte niet in de wieg gelegd om 'gewoon' te zijn. Ze was dwars en eigenwijs genoeg om vrijspraak te eisen voor een oorlogsmisdadiger, om in een Congres vol koude-oorlogshaviken met haast derdewegachtige teksten vrede te prediken, of om Greet Hofmans als gezondbidster in dienst te willen houden.

Laat niemand toch blijven beweren dat de jaren vijftig zo saai en zo slaapverwekkend waren. Wij waren het misschien op Soestdijk hadden ze never a dull moment.

En toen wij eindelijk toe waren aan wat leven in de brouwerij, was de Soestdijkse familie ons al voorgegaan: Irene trouwde met een paap, Margriet met een burgerjongen, Beatrix met een gewezen Wehrmachtsoldaat en moeder Juliana deinsde nergens voor terug, en drukte elke discutabele schoonzoon hartelijk aan haar borst: de revolutie van de jaren zestig in een notendop.

Tot Lockheed aan toe is ze dwars en eigenwijs gebleven: woord te veel, moet ze tegen Den Uyl gezegd hebben, en ik ben weg. En Den Uyl woog zijn woorden op haar koninklijke goudschaal.

Ze vertegenwoordigde een land en een volk waar de emoties hoog konden oplopen, vooral als daar weinig reden voor was. Ze regeerde over een elementaire gemoedelijkheid, waarvan we nog maar moeten afwachten of ze die straks dwars en eigenwijs niet mee zal nemen in haar graf.

Meer over