Dwars door China

Zonder Chinees rijbewijs mogen toeristen de weg niet op. Sinds kort helpt een autoverhuur- bedrijf bij het behalen ervan. Correspondent Hans Moleman stapte in voor een roadtrip door China. 'Zelf rijden vergt wat improvisatietalent.'

Een auto huren, en op pad. In twee weken van Shanghai naar de panda's bij Chengdu bijvoorbeeld, of in vier weken via Tibetaanse dorpen en desolate woestijnen naar de grens met Kazachstan. Het kan, nu autoverhuurbedrijf Zuche.com buitenlanders helpt met het behalen van het benodigde papiertje. In twee dagen te regelen, zonder kennis van de Chinese taal, belooft de firma. Wie een Nederlands rijbewijs heeft, legt een theorie-examen af - een Engelstalige meerkeuzetest over de Chinese verkeersregels - en ondergaat een eenvoudige medische keuring. De huurauto kan overal worden ingeleverd bij een Zuche-vestiging op een plaatselijke luchthaven.

Een autoreis door China is een geweldig avontuur. Je kunt stoppen waar je wilt en wegen inslaan waar geen toerbus zich waagt. Zoals je in de VS klassieke roadtrips kunt maken als over Route 66, heb je in China prachtige wegen door het binnenland. En woestijnweg G315 is authentieker dan Route 66.

Wij kiezen voor een tocht langs ontluikend plattelandstoerisme bij Shanghai - logeren bij de boer wordt ook in China steeds populairder - langs Pekings eigen Grand Canyon, zwaarbewaakte Tibetaanse paardenraces en via een van de mooiste - en geheimzinnigste - woestijnwegen ter wereld naar de lavendelvelden in de Hemelbergen.

Zelf rijden in China vergt wel improvisatietalent. De wegen zijn meestal uitstekend, maar het rijgedrag is soms anders - zo kunnen medeweggebruikers op de snelweg achteruit gaan rijden als een afslag is gemist. Weinigen storen zich aan verkeersregels. Go with the flow, is de beste benadering. Verkeersborden kunnen ook verwarrend zijn. De taal is een uitdaging, al zijn er steeds meer jonge Chinezen die een mondje Engels spreken. Met een glimlach, geduld en een eenvoudige woordenschat - waar is de weg naar X; rechtdoor-linksaf-rechtsaf; waar is een hotel; volgooien met 93, alstublieft - kom je door het halve land. En als het een keer tegenzit en je hopeloos verdwaald, kom je op plaatsen waar je nooit van had durven dromen.

Km150 Pension Plattelandsliefde

'Werk hard om het plattelandstoerisme te verbeteren', maant het rode spandoek boven de toegangsweg naar het theedorp Shuikou. Het dorpscomité kan gerust zijn, in Pension Plattelandsliefde is alles in orde. Alle kamers hebben uitzicht op Gu Cha Shan, de Oude Theeheuvel. Doordeweeks is het rustig in Shuikou. Het weekend is voor de duizenden dagjesmensen uit Shanghai of Nanjing die het beton van de grote stad even verruilen voor groene theestruiken en wuivend bamboe.

Toerbussen en personenauto's blokkeren dan de smalle straatjes, 's avonds blèren karaokesets. Zo werd Shuikou een welvarend dorp. Na het weekend valt het weer in zijn vertrouwde rustige ritme. Achter de pronte pensions, waar nog wat oude huisjes zijn overgebleven, is hier en daar het antieke boerenleven nog intact: een vrouw doet de was in het beekje, een man zeult met een handgemaakte houten kar.

De jonge generatie wil het anders. Pension Plattelandsliefde heeft wifi op alle verdiepingen, er is tv en karaoke, de douche is warm en de airco koud. Veel pensioneigenaren hebben een autootje en een smartphone.

De 'gematigde welvaart' waar 1,3 miljard Chinezen van dromen, is in Shuikou bewaarheid geworden. De prijzen zijn bescheiden. Drie kamers, de bedden van straffe bamboematten voorzien, inclusief een vorstelijk boerenmaal van gekruide kip, bamboespruiten, slakjes en berggroente, voor bij elkaar nog geen 50 euro.

Km600 Eten langs de snelweg

De G50 van Shanghai naar Wuhan is een saaie, moderne vierbaans snelweg, maar de benzinestations onderweg maken wat goed. Bijna elke truckstop heeft een flinke eetzaal, ingericht om vrachtwagenchauffeurs en bussen vol reizigers snel te voeden. Je betaalt je eetgeld bij de centrale balie, krijgt een bonnetje en als je dat weer inlevert bij de coördinator van de rij roestvrijstalen voedselbakken schept het personeel de vijf vakjes van het schaftplateau vol met happen van de dag. Wie geen gebakken tofu blieft, kan naar aardappelschijfjes wijzen, er is gekruide vis of varken soppend in een saus met ui en aubergine, roerei met tomaat of rund met peper en komkommer, geroerbakte koolbladeren of Chinese spinazie.

Rijden met een slok op kost ook in China vele levens - en om al te dorstige chauffeurs af te schrikken, is bij menige truckstop een wrak tentoongesteld. Zo staat er op de parkeerplaats van dit benzinestation een deerlijk gehavende Roewe 750. 'Waarschuwing', meldt het begeleidende bord. 'Deze auto reed te hard, de chauffeur verloor de macht over het stuur, sloeg tegen de vangrail en werd verpletterd door een vrachtwagen. De drie inzittenden kwamen om.'

Km2880 China's Grand Canyon

Als je op de fonkelnieuwe G50 van Wuhan naar Chengdu bij Enshi afslaat, tref je meteen de bordjes: nog 60 kilometer naar China's eigen Grand Canyon.

We zitten inmiddels in de bergen van Midden-China, bijna 3.000 km van Shanghai. Het vlakke, eentonige kustland van de Yangtze, de Grote Rivier, is voorbij. Bij de Drie Klovendam gaat de G50 de groene heuvels in, in de richting van de grens van de centrale provincies Hubei en Sichuan.

Met de bergen komen de minderheden. Bij de canyon wonen de Miao, een van de tientallen kleine volken die China rijk is, naast de overgrote Han-meerderheid. 'Ze zingen veel en ze drinken nog meer', weet fotografe Yilan, die een keer een week doorbracht in een Miaodorp. Bij de canyon blijkt de vooruitgang hard te hebben toegeslagen. Geen spoor van klederdrachten of houten huizen: het canyondorp is een en al beton, al worden er in de keukens nog wel houtvuurtjes gestookt. Een paar jongens scheuren door de hoofdstraat in een nieuwe rode Chevrolet Cruze, boem-boem-muziek op tien.

Bij de poort van de cayon is een reusachtig parkeerterrein aangelegd voor de vele toerbussen die over de lange, smalle, bochtige bergweg naar boven racen. China's Grand Canyon zelf is mooi en ruig, maar minder groots dan de Amerikaanse.

's Avonds op de veranda van ons boerenpension vertelt de eigenaresse hoe het toerisme de welvaart naar de bergen brengt. Bij haar gezin - man, vrouw, zoon en dochter - komt nu maandelijks bijna 10 duizend yuan binnen, 1.200 euro. Ze verhuurt haar huis aan de Chinees die het pension runt, ze verdient nog eens door te koken en de boel schoon te houden, haar man is bouwvakker en haar zoon sloper.

Km4520 Paardenraces in Tibet

Aparte buren vandaag. Om vijf uur 's ochtends op een ijskoud grasland hoog in de bergen, worden we wakker door bid-zingen van Tibetaanse cowboys. Een penetrante rook van bergkruiden en yakmest dringt door in de tent. Stapels witte bidprentjes vliegen door de lucht, woeste kreten wisselen zacht geprevel af. Mogen de hogere machten ons paardje als eerste over de streep leiden, bidden de cowboys.

Welkom in Machu - Maqu, in het Chinees - een stadje in het Tibetaanse deel van de provincie Gansu waar elke zomer de grote paardenraces van de graslanden worden gehouden. Tienduizenden komen dan naar Machu om een hele week de paarden te zien hollen, bij te praten met familie en vrienden, yakworst te eten, yakdumplings leeg te zuigen en op yakrib te kluiven - met yakyoghurt toe.

De races zijn een van de belangrijkste evenementen op de Tibetaanse sociale kalender. Het mooiste is als iemand uit jouw dorp wint. Je ziet hier een andere kant van het Tibetaanse leven. Niet de dalai lama en repressie spelen de boventoon, maar mensen die er het beste van proberen te maken. De Tibetaanse middenklasse is opvallend aanwezig. De welgestelden rijden in flinke auto's, laten grote tenten opzetten om vrienden en zakenrelaties te ontvangen en drinken een goed glas. Over politiek spreken ze liever niet.

Maar in China zijn ook paardenraces politiek. Tibet blijft omstreden terrein: nooit een hippisch evenement gezien met zoveel oproerpolitie - honderden soldaten met helmen en schilden staan rond de baan, bij de hoofdtribune zijn een waterkanon en een speciale pantserwagen met een afvuurinstallatie voor rook- en traangas op het dak geposteerd.

Km5500 Eindeloze woestijnweg

Het Chinese verre westen herbergt een van de mooiste woestijnwegen ter wereld. Het is de G315, een vreemde provinciale hoofdweg in het diepe binnenland van Qinghai. Vreemd, vanwege 'geheime' stadjes zoals het desolate raketdorp Delingha, met zijn huiver voor buitenlandse passanten. En omdat de weg zo wisselend van kwaliteit is - soms gloednieuwe vierbaanssnelweg, dan weer karrensporen vol gevaarlijke kuilen. Meer dan 1.000 kilometer trekken we over de G315, van Xining naar Ruoqiang. Ruw, leeg land: steppe, halfwoestijn, maanlandschap, zandduinen, borstelige struikjes, rafelige rotskammen. Prachtige luchten, big sky country.

Een gevaarlijke route ook. Oververmoeide chauffeurs in overbeladen vrachtwagens vormen het grootste risico. En het is zaak de tank gevuld te houden - soms zijn er 300 kilometer lang geen benzinepompen.

Bij het laatste licht van de dag, op de laatste druppel brandstof rijden we Huatugou binnen. De stoffige hoofdstraat hangt vol neonreclames van karaokebars voor eenzame oliewerkers. Dronken animeermeisjes tollen over straat. Route 66, made in China. Het hotel op de kruising accepteert ook buitenlanders.

Km7857 Mao's lavendel

We hebben geluk: het is al eind augustus, maar er staat nog lavendel op het veld. De paars-blauwe akkers liggen langs de weg naar Horgos, de grote grensovergang met Kazachstan. De eerste pluk, die de meeste kostbare olie oplevert, is al geweest, maar de late zomeroogst moet nog komen.

De Chinese lavendel heeft een aparte ontstaansgeschiedenis: het was onder Mao dat hier de eerste Lavendel Productie Basis werd opgericht. Het was landbouwdeskundigen opgevallen dat bodem- en weersgesteldheid in dit deel van Xinjiang, een vallei hoog in de Hemelbergen, gunstige overeenkomsten vertoonde met de Franse Provence. Zou Zhou Enlai, de rechterhand van Mao die jaren in Frankrijk verbleef, op dat idee zijn gekomen?

De Chinese lavendelstreek kan nog wel een goede marketingmanager gebruiken. Anders dan in de Provence is in de Hemelbergen de joie de vivre die met het plantje is verbonden, ver te zoeken. Het is een slonzige bende in het lavendeldorp, waar de hoofdstraat gedomineerd wordt door smerige truckwerkplaatsen en vettige bandenhandelaars. Daartussen weggedrukt zitten een paar winkeltjes waar lavendelwaren worden verkocht.

De winkeliers zijn verbaasd over de herkomst van hun klanten. Helemaal uit Holland! Jullie moeten wel erg van lavendel houden, wil je daarvoor helemaal naar de Hemelbergen komen rijden. En zo is het.

8.000 KILOMETER

Correspondent Hans Moleman reed met fotografe Yilan Yuen bijna achtduizend kilometer dwars door China. Een afscheidsreis na bijna negen jaar correspondentschap voor

de Volkskrant. Hun avonturen zijn te lezen op de roadblog vk.nl/DwarsdoorChina. 'Dag Chinezen, het ga jullie goed.'

undefined

Meer over