Weblog

Dwars door China dag 13: de huurlingen van Peking

Tibetanen en Oeigoeren moeten niet veel hebben van de Hui, het volk waar Volkskrant-correspondent Hans Moleman bij is aangekomen op zijn afscheidsreis door China. Ze gedragen zich als huurlingen van Peking.

Hui bij de bakker Beeld Yilan Yuen
Hui bij de bakkerBeeld Yilan Yuen

We hebben geluk als we van het Tibetaanse plateau afdalen naar het meer van Qinghai. Na een bergpas met eindeloze haarspeldbochten en een weggespoelde brug - het heeft hier flink geregend de laatste tijd - komen we in een prachtige vallei vol korenvelden. Hier wonen de Hui, afstammelingen van Han-Chinezen en Arabische en Perzische handelaren op de Zijderoute.

Het is een eeuwenoude etnische mix die in ieder geval goede bakkers heeft opgeleverd. In het dorpje dat we rond het middaguur binnenrijden staat een flinke rij bij de bakkerij, waar tulbandvormige broden uit de oven komen. Even met een kwastje wat knoflookolie erover heen, en klaar. Perfect bij de noodlesoep die hier in de streek veel gegeten wordt. Die Lanzhou noodles, brede slierten pasta met schaapvlees en wat groente in een gepeperd soepje, zijn een begrip in heel China.

De vallei Beeld Yilan Yuen
De valleiBeeld Yilan Yuen

De Hui zijn behalve handelaars en landbouwers ook fervente moskeebouwers. Elk dorp in de vallei heeft diverse gebedshuizen, en her en der wordt de laatste hand gelegd aan nieuwbouw. De moderne trend is forse minaretten, die wat kaal afsteken bij de ronde torentjes van oudere moskeeën die met hun sierlijk gekrulde daken veel weg hebben van Chinese tempels.

Geen moeite
De Hui zijn de Chinese moslims waar je zelden van hoort. Anders dan de Oeigoeren, het opstandige Turkse moslimvolk in de westelijke grensprovincie Xinjiang, hebben de Hui geen moeite met het gezag van Peking. De meeste van de ruim tien miljoen Hui wonen in Gansu en Qinghai, betrekkelijk onherbergzame provincies die grenzen aan Tibet, Xinjiang en Binnen-Mongolie, in de schaars bewoonde westelijke helft van China.

Tibetanen en Oeigoeren hebben vanouds weinig op met de Hui. Het zijn eigenlijk gewoon Han-Chinezen, al zijn de meesten dan moslim, en ze gedragen zich als huurlingen van Peking, zo hoor je.

Economische afgunst speelt een rol: toen Lhasa in 2008 het toneel was van etnische onlusten, werden de winkels van de Hui door Tibetanen geplunderd. Ook de Oeigoeren houden afstand van de Hui. Sommige oude Oeigoeren weten nog goed hoe een Hui-legertje in dienst van Peking in 1934 in Kashgar een bloedbad aanrichtte onder de bevolking.

In een Oeigoerse moskee zul je geen Hui zien, en omgekeerd ook niet. De minderheden in het grote Chinese rijk mogen officieel een grote familie heten, gezellig bij elkaar over de vloer komen ze liever niet.

Hans Moleman is (nog even) correspondent in China voor de Volkskrant

Moskee oude stijl Beeld Yilan Yuen
Moskee oude stijlBeeld Yilan Yuen
Moskee nieuwe stijl Beeld Yilan Yuen
Moskee nieuwe stijlBeeld Yilan Yuen
Meer over