Dwarrelig als sneeuw

Zijn tekeningen hebben een intens literair karakter, al was het alleen al vanwege de poëtische titels. Het literaire werk van de Chinese schrijver Gao Xingjian, die vorig jaar de Nobelprijs voor literatuur ontving, kenden we al, nu kunnen we kennismaken met zijn beeldende werk op een overzichts-tentoonstelling in Avignon....

Hij mag dan verleden jaar de Nobelprijs hebben gekregen voor zijn literaire werk, de Chinees-Franse kunstenaar Gao Xingjian is evenzeer schrijver als schilder - of hoe moet je die laatste bezigheid benoemen, als iemand met pennetjes, kwastjes, stokjes en sponsjes in allerlei gradaties van verdunning inkt op papier aanbrengt en de bedoeling heeft daarmee iets te verbeelden of uit te drukken. Inkt op papier, dat is de constante, of het nu gaat om de drukinkt van het boek of om de Chinese variant van de Oostindische inkt op rijstpapier. Een schrijvende schilder, een schilderende schrijver: de clichés om daar iets over te zeggen in termen van 'een handschrift' dringen zich op, zeker als de auteur ervan ook nog eens een Chinees is.

Ook al woont Gao Xingjian dan sinds 1987 permanent in Parijs en heeft hij sinds vier jaar de Franse nationaliteit, zijn boeken schrijft hij nog steeds in het Chinees, en dus is ook zijn schrijven tot op zekere hoogte tekenen. Het intens literaire karakter van zijn verbeelding is ogenblikkelijk herkenbaar in zijn tekeningen, al was het maar doordat de titels daarvan zo poëtisch zijn. Wat dat aangaat doet zijn 'dubbeltalent' sterk denken aan iets dat je bij ons hebt gezien bij enkele van de Vijftigers, Lucebert, Jan Elburg en Hugo Claus voorop: het literaire en het beeldende werk zijn onmiskenbaar uitdrukking van eenzelfde verbeeldingswereld.

Natuurlijk, dat wíl je zien, oog in oog met die tekeningen, zoals het onweerstaanbaar is in het proza van Gao Xingjian op zoek te gaan naar beeldende, naar sterk visuele passages. Twee zielen in een borst, twee niet met elkaar te rijmen talenten in een persoon, dat zou al te verontrustend schizofreen zijn. En dus noteer je op de overzichtstentoonstelling van Gao Xingjians beeldende werk in het Pausenpaleis in Avignon tevreden instemmend titels als La Maison morte, Le reflet de la mémoire, Le Rêveur of L'Oubli. Ze zijn zo poëtisch als het werk dat er boven hangt, ze zijn bovendien prettig Frans-vaag en geruststellend Chinees-suggestief. Alle elementaire verwachtingen worden bevestigd.

Maar zo makkelijk laat Gao Xingjian zijn publiek niet zorgeloos kijken en weer even opgeruimd vertrekken. In de catalogus die er voor deze expositie van zijn beeldende werk gemaakt is, heeft hij als inleiding een lang essay laten opnemen waarin hij zijn gedachten ordent en onderzoekt over de beeldende kunst, de werking van beeldende kunst, zowel voor de kunstenaar zelf als voor de maatschappij, de markt, waarin die terechtkomt. Pour une autre esthétique heet dat stuk, en het beweegt zich precies langs alle oordelen die je had kunnen bedenken over het beeldend werk van een literator die in China werd geboren en opgroeide en vervolgens in Frankrijk is gaan werken voordat je daar ook maar een glimp van gezien had.

Individu

Tamelijk zen, ernstig in de weer met het individu en het zelf, een hoge toon over de markt, het kapitalisme, het Chinese communisme, de Chinese traditie in de tekenkunst en de essentiële verbondenheid van taal en beeld. Hij deed, met andere woorden, van tevoren al precies wat wij hadden willen doen. Wij krijgen wat wij wilden, zijn oordeel valt samen met ons vooroordeel - en dus wordt degene die dat vooroordeel meebracht er enigszins ongemakkelijk van. Want als de kunstenaar zelf al die hele Chinese rimram opdist, op een bedje van Franse filosofie, dan zou het al te gortig zijn daar voetstoots mee in te stemmen.

Dat dwingt tot kijken, als het even kan onbevangen en onder opschorting van een oordelende of classificerende uitspraak. Wat we te zien krijgen is een reeks tekeningen die zich in het schemergebied tussen abstract en figuratief ophouden: er valt wel het een en ander te herkennen - een huis, een dier, een gestalte en, jawel, een door en door Chinese boom in een al even onverwisselbaar hopeloos Chinees landschap, - maar die herkenning gaat vooral terug op een beslissing, op de wens iets te herkennen. Zo hoort dat immers bij Chinese tekeningen; het gaat om de sfeer, de elementen waarmee die is opgebouwd zijn bekend en voorwerp van eindeloze recycling.

De Franse tentoonstellingsmakers hebben daar bovendien nog een schepje bovenop gedaan door doodgemoedereerd de grens van de idiotie te overschrijden: de meeste van Gao Xingjians tekeningen zijn opgehangen in een immense slurf van latten en doorschijnend papier, die onvermijdelijk doet denken aan een in lengterichting neergelegde lampion. Leve het cliché, leve het vooroordeel: Chinese tekeningen bekijk je in gedimd licht, desnoods in een lampion. Het is een meevaller dat die niet van rood, maar van wit papier is gemaakt.

De herkenning van wat er figuratief is aan Gao Xingjians werk wordt bevorderd door de titels die hij zijn werk gaf. Een bevallig gewelfde strook die Le Nu heet is algauw een vrouwelijk naakt, een mêlée van grijze vlekken waarin enkele donkere gestalten boven dunne streepjes zijn opgesteld geeft door de titel Le Royaume des oiseaux haar vogels wel prijs, ineengedoken in hun vlerken omdat er zwaar weer heerst. Lastiger wordt het bij abstracte titels als Le Vol, La Sérénité of La Quête. Dan komt het louter op goed kijken aan.

Die laatste twee, bijvoorbeeld, 'De sereniteit' en 'De zoektocht', ontlopen elkaar op het eerste gezicht niet zo veel: een landschap opgebouwd uit vlekken, het kan een duinlandschap zijn maar evengoed een kalme branding, diepte die ontstaat uit de verschillen in intensiteit van het grijs, met daarin beide keren een opvallende verticale figuur. Een aangespoelde paal die iemand rechtop heeft gezet? Een stam? Rustig, sereeen, zijn ze tot op zekere hoogte alletwee, en een zoekplaatje is het ook beide keren, zeker als je die titels serieus neemt. Zoek de verschillen.

Vinnigheid

Er is geen ontkomen aan: die verschillen en daarmee de uniciteit van elke individuele tekening worden teweeggebracht door de manier waarop de inkt op het papier is aangebracht - door, jawel, het handschrift. Er zit een zekere vinnigheid in die 'Zoektocht', en iets ontspannens in de 'Sereniteit'. Misschien is het dwingende, doorslaggevende karakter van het handschrift voor deze tekeningen nog het best te verduidelijken met behulp van de grote tekening La Neige, 'De sneeuw' - zoals trouwens in het algemeen Gao Xingjians werk op grote formaten welsprekender, duidelijker is dan het kleine. Zijn twee belangrijkste boeken, La Montagne de l'âme en Le Livre d'un homme seul zijn beide ook omvangrijke, breed uitgesponnen werken, ben je geneigd daar meteen ter zelfbevestiging achteraan te denken.

Die sneeuw is zo grijs als stadssneeuw, zo vlokkerig als kapok, zo vlekkerig als sneeuw die op papier is gevallen en daar half gedooid is - en zo dwarrelig, tja, zo dwarrelig als alleen sneeuw kan zijn. Er is een weelde aan sneeuw getekend, in de loop van de geschiedenis van de beeldende kunst: stipjes en streepjes, vlekken en vlakken, van witter dan wit tot vuiler dan grijs. Maar dat hallucinerende dwarrelen, dat wat die sneeuw zo sneeuwerig maakt, dat gewichtloze en toch dalende, dat zal je toch niet gauw op papier of linnen aantreffen. Dat er oog in oog met Gao Xingjians sneeuw weinig ruimte voor twijfel is, heeft alles met dat handschrift te maken - de lichte toets van aanbrengen, die waterige verdunning. Het luistert nauw en het luisterde hier kennelijk secuur naar de vingers van de kunstenaar.

Woorden komen altijd te laat, zegt Gao Xingjian in zijn inleidende opstel, zelfs de kijker is altijd te laat. En, waarempel, je kan niet veel anders dan hem gelijk geven; wie zich verzet gaat algauw kakelen als een kunsthistoricus die zich aan het filosofisch werk van Martin Heidegger en diens Franse buiksprekers te buiten is gegaan. Wat je ziet is het maken, niet het resultaat - wat in letterlijke zin vanzelfsprekend apekool is, want die tekeningen zijn tussen de een en de twintig jaar oud. (Gao Xingjians vroegere werk is in China achtergebleven of vernietigd, en dat geldt ook voor een aantal van zijn manuscripten.)

Maar zoals letterlijk lezen, dat wil zeggen: zonder de motoren van de verbeelding te starten, geen lezen is, is letterlijk kijken geen kijken. Er moet zo onbevangen mogelijk gekeken worden, maar goed kijken wordt meteen weer duiden, analyseren wordt interpreteren.

Dreiging

En ineens ben je dan terug bij af: alle elementen zijn er, de literaire verbeelding gesteund door suggestieve titels en de Chinese traditie die zich onttrekt aan ons concept van oorspronkelijkheid maar die met vertrouwde elementen een nieuw verhaal vertelt voorop. Ze zijn er, er is geen ontkomen aan. De dreiging die van de talrijke tekeningen uitgaat van poorten, half openstaande deuren, vervaarlijke afrasteringen en wat dies meer zij, kan niet anders dan het product van akelige ervaringen met de Chinese overheid zijn, Le Rêveur de dromende kunstenaar zelf, L'Oubli dat wat vergeten moet worden. De simpelste verklaring is de beste.

In zijn inleidende opstel probeert Gao Xingjian door te dringen tot wat hij de essentie van de kunst en het kunstenaarschap acht. Een dergelijk project is, als alle pogingen essenties vast te stellen, tot mislukken gedoemd: ook zijn 'andere esthetica' is een esthetica, en dat is, vanouds, de leer van de waarneming. Wie van de gangbare opvattingen af wil, komt niet op een opvattingsvrije visie op de kunst maar gewoon op een andere. Daar spelen al die clichés, van handschrift tot vertelling, van China tot Franse ballingschap, opnieuw een rol in. Ze zijn er echt.

Wat je, als je ze onderdrukt, overhoudt is sfeer, ernst, voorzichtigheid en toewijding. Gao Xingjian probeerde zich te onttrekken aan de wetten van de plaats waar hij leefde, China, zoals hij zich nu, in Frankrijk, afzijdig probeert te houden van de wetmatigheden van het kunstbedrijf en de mode. De ernst, de voorzichtigheid en de toewijding waarmee hij dat doet is innemend - maar ook een beetje naïef.

En tamelijk zen.

Meer over