Dwaalsporen

Justitiële dwalingen met grote gevolgen zijn zeldzaam, maar niet uniek - zie de Zaanse paskamermoord. Vandaag wordt de zaak heropend tegen de 'twee van Putten' die bijna zeven jaar hebben vastgezeten voor het ombrengen van Christel Ambrosius in 1994....

JACOB DE JONG, een 45-jarige plichtsgetrouwe overwegwachter in Giessen-Nieuwkerk, verlaat op vrijdag 3 augustus 1923 zijn huis om de lichten van de seinpalen te doven. Nooit had hij kunnen bevroeden dat dit de inleiding zou zijn tot een van de geruchtmakenste strafzaken in de Nederlandse rechtsgeschiedenis.

Nog voor hij het laatste licht kan doven, wordt Jacobs schedel ingeslagen met een ijzeren hamer. De volgende ochtend wordt Jacob gevonden door Teunis Kras, een buurman. Het moordwapen ligt naast het lijk. Uit de kas van het stationshuisje is vijf gulden verdwenen.

Het spoor naar de moordenaar lijkt dood te lopen. In februari 1925 worden toch twee verdachten gearresteerd. Het zijn de 38-jarige timmerman Chris Klunder en de 35-jarige uitvoerder Jan Teunissen. De twee ontkennen bij hoog en laag dat ze iets met de zaak te maken hebben. Ze beweren dat ze de moordavond zingend en drinkend hebben doorgebracht bij het echtpaar Kroon in Sliedrecht.

De Kroons bevestigen dat aanvankelijk, maar voor de rechter in Dordrecht pakken ze uit. Ze verklaren dat de timmerman en de uitvoerder geruime tijd zijn weggeweest, met medeneming van een hamer uit de schuur die ze herkennen als het moordwapen. Op 2 oktober 1925 worden Klunder en Teunissen veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Het vonnis wordt op 17 februari 1926 bevestigd door het Gerechtshof in Den Haag. De Hoge Raad wijst een revisieverzoek af.

Drie jaar later worden de twee vrijgelaten. Ze zijn onschuldig. De getuigenis van het echtpaar Kroon is van a tot z verzonnen onder druk van een ambitieuze politierechercheur, zeggen ze tegen Kick Geudeker, een jonge sportjournalist van Het Volk die zich op de zaak heeft gestort. Klunder en Teunissen maken een triomftocht door Amsterdam. Arbeiders langs de kant van de weg heffen de Internationale aan om de overwinning op dit staaltje klassejustitie te vieren.

De zaak Giessen-Nieuwkerk is een cause célèbre, omdat het de grootste gerechtelijke dwaling is in de Nederlandse geschiedenis. Nog nooit is justitie zo ernstig in de fout gegaan.

Maar het driekwart eeuw standhoudende record kan worden gebroken door de Puttense moordzaak. Vandaag wordt voor het Gerechtshof in Leeuwarden de zaak heropend tegen de 'twee van Putten' die bijna zeven jaar hebben vastgezeten voor de moord op Christel Ambrosius in 1994. Misschien wel ten onrechte. En opnieuw is het een journalist, deze keer Peter R. de Vries, die de zaak aan het rollen brengt.

Justitiële dwalingen met grote gevolgen zijn zeldzaam, maar niet uniek. Meestal corrigeert het apparaat zichzelf voordat onschuldigen jaren achter slot en grendel gaan. Soms duurt het iets langer, zoals in de geruchtmakende Zaanse paskamermoord.

In 1987 veroordeelde de rechtbank in Haarlem de Zaanse fietsenmaker Rob van Z. tot 12 jaar cel wegens de moord op winkelmeisje Sandra van Raalten in 1984. Twee jaar later sprak het Gerechtshof in Amsterdam hem weer vrij.

Terecht, bleek onlangs. Recent DNA-onderzoek wees uit dat Kemal E., een aan heroïne verslaafde man van Turkse afkomst, de werkelijke dader was. Van Z. was de dupe geworden van een jaloerse vrouw en zijn zwak voor SM, wat hem blijkbaar al meteen enigszins verdacht maakte. Hij kreeg 2,5 ton schadevergoeding omdat hij twee jaar onterecht had vastgezeten. De echte dader ligt sinds 1992 op het kerkhof.

HET zelfcorrigerend vermogen van justitie werkte minder goed in de Rotterdamse carnavalsmoord. In juli 1984 werd 'cocaïnekoning' Ismael Mambre doodgeschoten op een Antilliaans carnavalsfeest in Rotterdam. De 37-jarige Steve H. werd schuldig bevonden en veroordeeld tot 12 jaar cel.

Ten onrechte, want in 1989 bekende zijn halfbroer A.M., gekweld door gewetenswroeging, dat hij in werkelijkheid de schutter was geweest. In juni 1990 kwam Steve H. vrij na vijf jaar te hebben vastgezeten. Overigens had hij zelf al voor 'compensatie' gezorgd door in de gevangenis een medegedetineerde te vermoorden.

Aan gerechtelijke dwalingen gaan meestal politieblunders vooraf, aldus ex-hoofdcommissaris J. Blaauw in het voorwoord van zijn boek Verdacht van moord (uitgeverij De Fontein), waarin hij zes 'dubieuze' moordonderzoeken reconstrueert. Blaauw, die een belangrijke rol speelt als getuige-deskundige in de Puttense moordzaak, wijst vier oorzaken aan voor fouten van de politie: falend rechercheleiderschap, ongezonde rivaliteit, ongeremde scoringsdrift en niet-professionele verhoormethoden.

De verhoormethoden zijn van groot belang, omdat bekennende verdachten de politie ernstig op het verkeerde been kunnen zetten. Het gevaar is, schrijft Blaauw, dat bij politiemensen een vorm van 'tunnelvisie' ontstaat waarbij ze alleen nog zien wat in hun straatje te pas komt en wat er niet in past negeren of wegredeneren.

Zo is het volgens hem ook gegaan met de twee van Putten, die na ellenlange verhoren hebben bekend, terwijl er geen spoortje van technisch bewijs is gevonden dat hun bekentenis ondersteunt. Er is juist alleen ontlastend bewijs gevonden zoals de mysterieuze spermavlek op het been van de vermoorde die niet van de veroordeelden afkomstig is.

Het klinkt ongeloofwaardig dat verdachten een moord zouden bekennen die ze niet hebben gepleegd. Toch is het vaker voorgekomen. In 1970 bekent de 22-jarige Jan S. uit Doetinchem dat hij de 12-jarige Rinie Wielheesen uit Gaanderen heeft vermoord. Wat feitelijk onmogelijk is, omdat uit een reeks verklaringen onomstotelijk blijkt dat S. die avond bij vrienden was.

S. zegt later dat hij tot zijn valse verklaring is gekomen omdat de politie maar bleef aandringen dat hij het had gedaan. Details die hij geeft en die hij volgens de politie alleen kon weten als hij de dader was, had hij uit de krant. S. werd na 5 maanden vrijgelaten.

Bekennen deed ook seriemoordenaar Hans van Z. in overvloed. De 25-jarige Van Z. wordt in 1967 door de politie in Utrecht gearresteerd op verdenking van een roofoverval. Van Z. bekent drie moorden, waaronder een op zijn vriendin. Maar daar blijft het niet bij.

In 1968 bekent Van Z. ook de tot dan toe onopgeloste moord op Elly Segov in Rotterdam in 1964. Op aangeven van zijn verhoorders beweert Van Z. dat hij 'beelden' krijgt waarop hij zichzelf de daad ziet plegen. Van Z. zegt dat hij Elly ooit heeft ontmoet op het station in Utrecht, herkent het mes waarmee de moord is gepleegd en zegt dat een bij het lijk gevonden manchetknoop best van hem kan zijn.

IJverige politiebeambten vinden in Van Z.'s woning een kaart waarop een route is uitgestippeld naar Krimpen aan den IJssel, waar Elly Segov jarenlang heeft gewoond. De president van de rechtbank prikt door de verklaringen van Van Z. heen. 'Ik geloof dat het gewoon inbeelding was', geeft Van Z. zelf ook toe. De rechter veroordeelt hem tot levenslang wegens de drie andere moorden.

De twee verdachten in de zaak Giessen-Nieuwkerk hadden minder geluk met hun rechters, die zich wel op het verkeerde been lieten zetten door een overijverige politiebeambte, J.F.M. de Jong, een 'flinke rechercheur' uit Utrecht, volgens berichten uit die tijd.

De Jong is een prototype van politiële tunnelvisie. Hij besluit allereerst voor zichzelf dat Klunder en Teunissen de daders zijn en stelt daarna alles in het werk om hun schuld te bewijzen. Daarbij schuwt hij geen enkel middel. Hij verzamelt informatie om Klunder zwart te maken.

Hij zet zelfs een informant in die Klunder met drank aan de praat moet zien te krijgen. Een plan dat van hogerhand wordt goedgekeurd, al dringt het Gerechtshof in Den Haag er wel op aan 'dat zooveel mogelijk de zuinigheid zal worden betracht'. De opzet mislukt, omdat de informant eerder onder tafel ligt dan Klunder.

De Jong besluit het over een andere boeg te gooien. Hij arresteert het echtpaar Marigje en Kees Kroon en zet ze onder druk. Hij chanteert Marigje met medeplichtigheid aan een abortus en speelt het echtpaar tegen elkaar uit, totdat hij zijn zin krijgt.

De Kroons bezwijken en zeggen precies wat De Jong wil horen, namelijk dat Klunder en Teunissen in de moordnacht geruime tijd weg zijn geweest, met medeneming van een hamer uit het schuurtje. Voor de zekerheid geeft De Jong ze voor de rechtszitting een briefje mee waarop precies staat wat ze moeten zeggen.

Pas voor het hof in Amsterdam komt zijn bedrog uit. De Jong wordt overgeplaatst naar Hoek van Holland waar hij zijn dagen slijt als passencontroleur, Klunder en Teunissen verlaten in triomf de gevangenis.

Het Volk-journalist Geudeker beschrijft het weerzien van Teunissen met zijn zoon: 'Met een wilden schreeuw vliegt hij op zijn vader af. Vader! Jongen! En ons allen schieten de tranen in de oogen en wij lachen en de muziek tettert en het gejuich zwelt aan.'

De moordenaars van Jacob de Jong, Rinie Wielheesen en Elly Segov zijn nooit gevonden.

Meer over